Uitspraak: 25/166 Wtra AK
De accountant was aanvankelijk voor 51% eigenaar van het accountantskantoor, vanaf mei 2023 voor 100%. Er werken momenteel zo’n 20 mensen bij het noordelijke kantoor. Al in 2018 constateerden toetsers dat het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing daar ‘in opzet en werking niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens de Wet op het accountantsberoep (Wab)’. De Raad voor Toezicht (RvT) van de NBA adviseerde een tuchtklacht in te dienen, maar het bleef bij een normoverdragend gesprek met de accountant.
In 2021 vond weer een reguliere kantoortoetsing plaats, waarbij opnieuw grote tekortkomingen naar voren kwamen. Een hertoetsing in 2023 liet ook nog eens zien dat het in 2021 opgestelde verbeterplan onvoldoende was opgevolgd. Slechts een van de vijf beoordeelde dossiers voldeed. Bovendien bleek een dossier na afronding nog te zijn aangepast.
Tuchtklacht
Daarmee was voor de NBA dan toch de maat vol, en volgde een stap naar de tuchtrechter in Zwolle. De accountant toonde zich daar tijdens de zitting eerder deze zomer berouwvol. Hij stopte met vrijwillige controles en haalde een paar andere tekeningsbevoegde accountants binnen, om zo de druk op hemzelf te verminderen. Inmiddels wordt het kantoor ook begeleid door een compliance-consultant, die constateert dat de bedrijfsvoering vooruitging. Over het wijzigen van het controledossier na het afgeven van zijn handtekening verklaarde de AA: “Ik was me er toen niet van bewust dat dit niet geoorloofd was. Ik heb onvoldoende de regelgeving en kwaliteit voor ogen gehad.”
De NBA vindt het vertrouwenwekkend dat de accountant zelf al besloot geen vrijwillige controles meer te doen. Een teken dat de AA de kwalitatieve tekortkomingen inmiddels wel serieus neemt. Toch vroeg de beroepsorganisatie om een tuchtrechtelijk veroordeling. “Hij heeft de afgelopen jaren voldoende gelegenheid gehad orde op zaken te stellen.”
Oordeel
De AA hoopte nog wel dat hij als accountant werkzaam zou kunnen blijven, liet hij tijdens de zitting weten. “Ik zou het bijzonder spijtig vinden dan tijdelijk op de reservebank te zitten.”
De Accountantskamer vindt een doorhaling echter wel gepast, blijkt uit de uitspraak. De tuchtrechter overweegt dat het kwaliteitssysteem in opzet en werking niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. ‘Betrokkene is tekortgeschoten in zijn verantwoordelijkheid als kwaliteitsbepaler om te zorgen voor een kwaliteitssysteem dat een redelijke mate van zekerheid geeft dat NVKS-opdrachten worden uitgevoerd conform de van toepassing zijnde wet- en regelgeving.’ Hij heeft daarmee gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. ‘Ook heeft betrokkene het fundamentele beginsel van integriteit geschonden doordat hij in de stelselevaluatie van 28 december 2022 heeft vermeld dat OKB’s zijn uitgevoerd en zich geen schendingen en bedreigingen van de onafhankelijkheid hebben voorgedaan, hoewel de toetsers hebben vastgesteld dat er geen OKB’s zijn gedaan en er wel schendingen en bedreigingen van de onafhankelijkheid waren.’
Doorhaling
De maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van zes maanden is passend en geboden, vindt de Accountantskamer. Daarbij wordt onder andere in aanmerking genomen dat ‘het kwaliteitssysteem van het accountantskantoor al vanaf (in elk geval) 2018 in opzet en werking niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet en dat betrokkene ruim de gelegenheid heeft gekregen om orde op zaken te stellen maar daarin niet is geslaagd. De Accountantskamer rekent het betrokkene aan dat hij op 19 juni 2023 152 wijzigingen in het controledossier heeft aangebracht, terwijl de controleverklaring op 25 mei 2023 was afgegeven en dit dossier reeds op 14 juni 2023 voor de hertoetsing was geselecteerd.’
De wijzigingen in de controledocumentatie zijn ook niet enkel van administratieve aard, constateert de Accountantskamer. ‘Dat betrokkene zich “toen oprecht onvoldoende gerealiseerd [heeft] dat wat ik deed echt niet kan”, doet aan de laakbaarheid van dit handelen niet af. Van betrokkene mag worden verwacht dat hij weet dat het aanbrengen van wijzigingen na de afgifte van de controleverklaring (en na het samenstellen van het controledossier) slechts onder bijzondere omstandigheden mag plaatsvinden. Hoewel betrokkene zich hiervoor direct bij de toetsers heeft verontschuldigd, heeft hij de toetsers niet van meet af aan in staat gesteld de controle te beoordelen, dat wil zeggen de controle zoals betrokkene die had verricht en voltooid op de datum van zijn controleverklaring. Overigens heeft betrokkene, en dat pleit in zijn voordeel, de wijzigingen niet geantedateerd of geprobeerd te verbergen.’
De Accountantskamer overweegt verder dat aan de AA niet eerder een tuchtmaatregel is opgelegd ‘en dat de Accountantskamer met klaagster – op basis van het definitieve complianceverslag van Compliance Consultants en wat betrokkene ter zitting heeft verklaard – het vertrouwen heeft dat betrokkene zijn best doet om te (blijven) voldoen aan de van toepassing zijnde wet- en regelgeving. Dit vertrouwen wordt versterkt door het gegeven dat het accountantskantoor inmiddels vier tekeningsbevoegde accountants heeft en dat betrokkene heeft toegezegd geen vrijwillige controles meer te verrichten.’


Geef een reactie