Het geschil draaide om een factuur van € 7.139,- inclusief btw, die de belastingadviseur in september 2022 aan Otentica had gestuurd voor zijn werkzaamheden bij de herstructurering van de vennootschap. Otentica weigerde betaling en stelde dat de adviseur niet door haar, maar door een van de aandeelhouders of financiers zou zijn ingeschakeld, hetgeen tot een procedure leidde. Otentica wil de factuur dus niet betalen omdat het stelt geen opdracht te hebben gegeven voor de werkzaamheden. Ook vindt Otentica dat de factuur onduidelijk en te hoog is. Maar het hof oordeelt dat sprake is van een opdrachtovereenkomst tussen de belastingadviseur en Otentica en dat Otentica de factuur moet betalen.
Herstructurering en de rol van de belastingadviseur
De zaak vond zijn oorsprong in een herstructurering waarbij de oorspronkelijke werkmaatschappij Otentica B.V. werd omgezet in een holdingstructuur (Otentica Holding B.V.) met daaronder een nieuwe werkmaatschappij. Bij deze herstructurering waren naast het bestuur van Otentica ook diverse aandeelhouders en financiers betrokken.
Het was aanvankelijk de bedoeling dat de gehele herstructurering door een notaris zou worden begeleid. Toen bleek dat de notaris bepaalde fiscale aspecten niet zelf kon of wilde uitvoeren, werd de belastingadviseur via een van de aandeelhouders – tevens financier – voorgedragen om deze onderdelen op zich te nemen. Tijdens een bespreking in april 2022 met zowel de notaris, de aandeelhouder en de bestuurder van Otentica, lichtte de belastingadviseur zijn rol en tarieven toe.
Vanaf dat moment nam de fiscalist de leiding over de fiscale aspecten van het traject. Hij communiceerde rechtstreeks met Otentica, vroeg instemming voor voorstellen en werkte de herstructurering uit, inclusief het oplossen van onvoorziene complicaties rond de aandelenstructuur. De werkzaamheden werden zonder enig voorbehoud door Otentica geaccepteerd.
Juridisch twistpunt: totstandkoming van de overeenkomst
In hoger beroep voerde Otentica aan dat nooit een formele opdracht was verstrekt en dat zij in de veronderstelling verkeerde dat de aandeelhouder die de adviseur had voorgesteld, ook diens kosten zou dragen.
Wilsvertrouwensleer
Het hof wijst dit verweer van de hand onder verwijzing naar de wilsvertrouwensleer. Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod van de ene partij waaruit haar wil blijkt zich daaraan te willen binden, en de aanvaarding van dat aanbod door haar wederpartij (artikel 6:217 BW). Aanbod en aanvaarding kunnen in beginsel in elke vorm plaatsvinden, dus ook mondeling of besloten liggen in een gedraging (artikel 3:37 BW). Uit de artikelen 3:33 en 3:35 BW (de zogeheten wilsvertrouwensleer) volgt dat bij de vraag of sprake is van een aanbod of van een aanvaarding daarvan, het aankomt op de wederzijdse verklaringen en gedragingen van beide partijen, wat zij over en weer daaruit mochten afleiden en de betekenis die zij, gegeven de omstandigheden en de context, daaraan mochten toekennen. Ook gedragingen en verklaringen achteraf kunnen daarin inzicht geven.
Vertrouwen
Het hof oordeelt aan de hand van dat juridische kader dat de belastingadviseur er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat hij in opdracht van Otentica handelde en dat zijn werkzaamheden door de vennootschap zouden worden vergoed, omdat zowel de context van de herstructurering als de gedragingen van Otentica daarop wezen. Tijdens een bijeenkomst in april 2022, waarbij zowel de bestuurder van Otentica, de notaris als een van de aandeelhouders/financiers aanwezig waren, werd duidelijk afgesproken dat de belastingadviseur de fiscale begeleiding op zich zou nemen, juist omdat de notaris die taak niet kon of wilde vervullen.
Het feit dat Otentica zelf aan tafel zat, instemde met het plan van aanpak en daarna de werkzaamheden van de adviseur zonder enig voorbehoud accepteerde en opvolgde, geeft de adviseur een sterke basis om te veronderstellen dat zijn opdracht rechtstreeks van de vennootschap kwam. Daarbij weegt mee dat het in dergelijke trajecten gebruikelijk is dat de vennootschap zelf de kosten draagt van externe adviseurs die voor haar herstructurering worden ingeschakeld, en dat er geen aanwijzingen zijn dat hier een afwijkende afspraak zou gelden.
Verder benadrukt het hof dat de belastingadviseur na de bijeenkomst de leiding over het fiscale deel van de herstructurering op zich nam, rechtstreeks met Otentica correspondeerde, haar instructies opvolgde en haar instemming vroeg voor diverse voorstellen. Het ontbreken van een schriftelijke overeenkomst of expliciete bevestiging doet aan dit beeld niet af: door haar gedragingen en actieve betrokkenheid heeft Otentica zelf de indruk gewekt dat zij de opdrachtgever was. Het enkele feit dat een aandeelhouder de adviseur had voorgedragen, maakt dit niet anders; de werkzaamheden werden immers verricht ten behoeve van de vennootschap en niet voor individuele aandeelhouders. Daarmee staat voor het hof vast dat op grond van de wilsvertrouwensleer een overeenkomst van opdracht tussen partijen tot stand was gekomen.
Factuur en uurtarief beoordeeld
Otentica bestreed daarnaast het aantal gedeclareerde uren (29,5 uur) en het gehanteerde uurtarief van € 200,-. Het hof oordeelt echter dat zowel het urenaantal als het tarief redelijk waren, mede gezien de complexiteit van de herstructurering en de door de adviseur nader gespecificeerde urenverantwoording.
Daarbij wijst het hof erop dat de adviseur een academisch geschoolde fiscaal jurist is, zodat het gehanteerde tarief marktconform en niet bovenmatig was. Het hof benadrukt bovendien dat Otentica niet concreet heeft onderbouwd waarom de uren of het tarief onredelijk zouden zijn.


Geef een reactie