Gecorrigeerd voor persoons-, baan- en werkgeverskenmerken ligt het verschil op 6,1 procent, een lichte daling ten opzichte van de 6,9 procent twee jaar eerder. Dat blijkt uit de Monitor Loonverschillen mannen en vrouwen 2024 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
Bij de overheid is het loonverschil kleiner, maar de daling vlakt af. In 2024 lag het gemiddelde uurloon van vrouwen 4,5 procent lager dan dat van mannen, tegenover 5,1 procent in 2022. Wanneer wordt gecorrigeerd voor achtergrondkenmerken, resteert een loonverschil van 1,7 procent. Door de statistische onzekerheidsmarge wijkt dit niet significant af van 2022, waarmee een einde lijkt gekomen aan de dalende trend die sinds 2014 zichtbaar was.
Leeftijd speelt een belangrijke rol bij de verschillen. In het bedrijfsleven verdienen jonge vrouwen gemiddeld meer per uur dan jonge mannen, maar vanaf 26 jaar slaat dit om. Op 45-jarige leeftijd ligt het uurloon van vrouwen gemiddeld 6 euro lager; bij 60 jaar is dat bijna 9 euro.
Ook bij de overheid zijn vrouwen tot ongeveer 40 jaar gemiddeld beter betaald dan mannen, al zijn de verschillen kleiner dan in het bedrijfsleven. Vanaf hogere leeftijden verdienen mannen ook hier meer. Op 60-jarige leeftijd bedraagt het verschil gemiddeld 4 euro per uur in het voordeel van mannen.


Geef een reactie