Het FEC, waarin toezichthouders, opsporingsdiensten en banken samenwerken, richt zich op de bestrijding van witwassen, fraude en andere vormen van financiële criminaliteit. In de onderzochte periode zijn meerdere projecten uitgevoerd rond thema’s als dividendstripping, cryptovaluta en illegale truststructuren.
Sterker netwerk
De evaluatie schetst allereerst een positief beeld van de samenwerking zelf. Projecten brengen partijen uit verschillende domeinen structureel bij elkaar en hebben geleid tot een merkbaar sterker netwerk. De betrokken organisaties weten elkaar beter te vinden en werken intensiever samen dan voorheen. Binnen projecten is bovendien sprake van een hoge mate van betrokkenheid en vertrouwen. Verschillende partijen brengen hun expertise in, wat de kwaliteit van analyses en inzichten vergroot. Volgens de onderzoekers vormt juist die combinatie van kennis en samenwerking een belangrijke meerwaarde van het FEC.
Kennis groeit
Een ander duidelijk resultaat is de opgebouwde kennis. Projecten leveren analyses, modellen en signalen op die bijdragen aan een beter begrip van complexe vormen van financiële criminaliteit. Deze kennis wordt gedeeld binnen het netwerk en in sommige gevallen vertaald naar verbeteringen in werkprocessen. Ook de structurele informatie-uitwisseling tussen partijen komt volgens de evaluatie goed op gang. Signalen over verdachte transacties worden gezamenlijk geanalyseerd en besproken, wat het zicht op risico’s vergroot.
Concrete opbrengst beperkt
Tegelijkertijd blijft de doorwerking van die kennis naar concrete opsporingsresultaten achter. In veel projecten wordt minder bereikt dan vooraf beoogd, en vervolgacties blijven geregeld uit. De stap van analyse naar handhaving blijkt in de praktijk lastig te zetten. Volgens de onderzoekers hangt dat onder meer samen met te ambitieuze doelstellingen en een beperkte afstemming op wat juridisch en praktisch haalbaar is. Ook ontbreekt het soms aan capaciteit om projecten daadwerkelijk door te vertalen naar de praktijk.
Organisatie onder druk
Daarnaast signaleren de onderzoekers knelpunten in de organisatie van projecten. Verwachtingen tussen betrokken partijen sluiten niet altijd goed op elkaar aan en verantwoordelijkheden zijn soms onduidelijk belegd. Dat kan leiden tot vertraging en onduidelijkheid over de voortgang. Hoewel er formele structuren en procedures zijn ingericht, wordt daar in de praktijk niet altijd optimaal gebruik van gemaakt. Met name de sturing en monitoring van projecten kan volgens de evaluatie strakker.
Lessen blijven liggen
Ook het lerend vermogen van de organisatie kan beter. Projecten leveren weliswaar inzichten op, maar die worden niet altijd systematisch vastgelegd of gedeeld. Daardoor gaan waardevolle lessen verloren en worden dezelfde problemen niet altijd voorkomen in nieuwe projecten. De evaluatie wijst erop dat vooral in de afrondingsfase kansen blijven liggen om resultaten te borgen en vervolgacties te organiseren.
Aanpak nodig
De evaluatie bevat vier hoofdaanbevelingen. Zo moet vooraf beter worden onderzocht wat haalbaar is binnen de bestaande wet- en regelgeving. Ook moeten projectteams sterker worden ingericht en moet de monitoring en sturing worden aangescherpt. Tot slot is het volgens de onderzoekers essentieel dat het FEC meer aandacht besteedt aan de afronding van projecten en de borging van resultaten. Alleen dan kan de samenwerking daadwerkelijk bijdragen aan een effectievere bestrijding van financiële criminaliteit.
Balans zoeken
Per saldo laat de evaluatie een dubbel beeld zien. Het FEC slaagt erin om partijen samen te brengen, kennis te ontwikkelen en informatie te delen — prestaties die in een versnipperd domein niet vanzelfsprekend zijn. Tegelijkertijd blijft de effectiviteit achter waar het gaat om het daadwerkelijk terugdringen van financiële criminaliteit.Volgens de onderzoekers ligt daar de belangrijkste opgave voor de komende jaren: het versterken van de stap van samenwerking en kennis naar concrete, meetbare resultaten.
Download hier het rapport.


Geef een reactie