Inleiding
Elke mkb-adviseur volgt de ontwikkelingen rondom box 3 op basis van werkelijke rendement al tijden op de voet. Deze e-studies staan in het teken daarvan. De Wet tegenbewijsregeling box 3 wordt uitvoerig behandeld, maar ook het Wetsvoorstel tegenbewijsregeling box 3, gezien van een bancair oogpunt. De hoofdlijnen van het nieuwe regime van de Wet werkelijk rendement box 3 komen uiteraard ook uitgebreid aan de orde.
1 PE | Wet tegenbewijsregeling box 3| mr. T.C. Hoogwout
De Hoge Raad heeft in het Kerstarrest beslist dat het in 2017 ingevoerde forfaitaire box 3-stelsel een inbreuk vormt op het discriminatieverbod en de bescherming van het eigendomsrecht, maar gaf hierin nog geen invulling aan de berekeningswijze van het werkelijke rendement. In diverse arresten daarna heeft de Hoge Raad de route uiteengezet hoe het werkelijk rendement moet worden berekend voor het rechtsherstel dat moet plaatsvinden als gevolg van het Kerstarrest, waarbij de belastingplichtigen met een lager werkelijk rendement dan het forfaitaire rendement de gelegenheid krijgen om dit aannemelijk te maken. Hierdoor worden belastingplichtigen ofwel belast op basis van het forfaitair berekende rendement ofwel op basis van het lagere werkelijke rendement. In deze e-studie wordt ingegaan op deze tegenbewijsregeling.
Leerdoelen
Na het volgen van deze e-studie weet u:
- wat het verschil is tussen de belastingheffing in box 3 op grond van de wet (het forfaitaire systeem) en op grond van het werkelijk rendement;
- wat volgens de jurisprudentie de tegenbewijsregeling inhoudt;
- dat afhankelijk van de situatie in het ene jaar gebruik kan worden gemaakt van de tegenbewijsregeling en in het andere jaar de wettelijke (forfaitaire) regeling kan worden gevolgd.
1 PE | Wetsvoorstel tegenbewijsregeling box 3 bezien vanuit een belegger| mr. drs. M.H.C. Buitenhuis CFP en mr. J. Kroonenberg CFP
Deze e-studie gaat in op de impact van de tegenbewijsregeling in box 3 voor de belegger in aandelen en/of obligaties. Hierbij worden drie voorbeelden behandeld om te laten zien hoe de tegenbewijsregeling uitwerkt bij obligaties, bij aandelen en bij een combinatie van verschillende vermogensbestanddelen. Daarna wordt stilgestaan bij de vraag of het gebruik van de tegenbewijs- regeling interessant is. Tot slot wordt kort ingegaan op beleggen in de bv versus in privé (box 3).
Leerdoelen
Na het volgen van deze e-studie weet u:
- de hoofdlijnen van het wetsvoorstel Wet tegenbewijsregeling box 3;
- wat de praktische gevolgen zijn voor de belegger in aandelen en obligaties;
- of het gebruik van de tegenbewijsregeling interessant is.
1 PE | 2028: eindelijk box 3 op basis van werkelijk rendement? | drs. C. Overduin
In 2028 is het eindelijk zo ver: de Wet werkelijk rendement box 3 wordt van kracht. De hoofdlijnen van dit nieuwe regime komen in deze e-studie aan de orde. De nieuwe box 3 is evenwichtiger en sluit beter aan bij het draagkrachtbeginsel. Naast direct rendement worden ook waardemutaties belast. Daarbij geldt een uitzondering voor illiquide beleggingen, zoals vastgoed: waardemutatie wordt dan pas belast bij realisatie.
Leerdoelen
Na het volgen van deze e-studie weet u:
- hoe op hoofdlijnen het nieuwe box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement werkt;
- hoe de vastgoedbijtelling voor eigen gebruik van onroerende zaken werkt.
- mr. T.C. Hoogwout
- mr. drs. M.H.C. Buitenhuis CFP
- mr. J. Kroonenberg CFP
- drs. C. Overduin
3 PE
NOB, NOvA, NirV, NOAB, NEVOA, BOBB, SRFA, KNB, EPN, RAB RFP, VRC


