De vijf grote pensioenfondsen, ABP, PFZW, bpfBOUW, PMT en PME, meldden stijgende dekkingsgraden, een belangrijke graadmeter voor hun financiële gezondheid. Deze zogeheten dekkingsgraad geeft aan hoeveel geld een fonds in kas heeft ten opzichte van de pensioenverplichtingen.
ABP boven de 117 procent
Bij ABP, het grootste pensioenfonds van Nederland met 3,1 miljoen deelnemers, steeg de dekkingsgraad van 115,6 procent aan het einde van het eerste kwartaal naar 117,5 procent. Dat betekent dat het fonds voor elke 100 euro aan toekomstige pensioenverplichtingen 117,50 euro in kas heeft.
Bestuursvoorzitter Harmen van Wijnen van ABP licht toe: “In het 2e kwartaal van dit jaar hield de onrust in de wereld en de financiële markten aan. Het is dan ook belangrijk dat ABP het pensioenvermogen beschermt. De beleggingsportefeuille van ABP is gebouwd om met schokken om te gaan. We beleggen gespreid over de wereld en verschillende soorten beleggingen en met het oog op de lange termijn. Tegelijk heeft de rente veel invloed op de dekkingsgraad. Dat de dekkingsgraad verbeterde in het 2e kwartaal werd dan ook deels veroorzaakt door de licht gestegen rente. ABP werkt daarnaast hard om in 2027 over te gaan naar de vernieuwde pensioenregeling, zodat we ook in de toekomst kunnen zorgen voor een zo koopkrachtig en stabiel mogelijk pensioen voor onze deelnemers.”
PFZW
Ook bij zorgfonds PFZW, dat bijna 3 miljoen deelnemers bedient, was sprake van een stijging: van 114,3 naar eveneens 117,5 procent. Joanne Kellermann, bestuursvoorzitter PFZW: “Aanvankelijk beloofde het tweede kwartaal economisch onrustig te verlopen. President Trump zorgde voor onvoorspelbare handelspolitiek, wat leidde tot turbulentie op de financiële markten. Daarna dwarrelde het stof – in ieder geval voorlopig – weer vrij snel neer. We behaalden een licht positief rendement én de rente steeg. Al met al verbeterde onze financiële positie dit kwartaal verder. Ten opzichte van eind 2024 ligt die dekkingsgraad nu 8 procentpunten hoger. Dit helpt ons op weg in de overstap naar de nieuwe pensioenregeling.”
Ook andere fondsen in de lift
Ook de metaalfondsen lieten herstel zien. PMT, met zo’n 1,3 miljoen deelnemers, zag de dekkingsgraad oplopen van 111,2 naar 114,8 procent. Bij PME, dat ruim 626.000 mensen bedient, steeg deze van 116,4 naar 120,1 procent. Maar de grootste sprong werd gemaakt door bpfBOUW. Dit fonds, actief in de bouwsector en goed voor ongeveer 750.000 deelnemers, zag de dekkingsgraad met 3,5 procentpunt stijgen naar 133,2 procent. Volgens het fonds komt dit door een bescheiden beleggingsrendement én een daling van de waarde van toekomstige verplichtingen.
Voorbereiding op nieuw pensioenstelsel
Intussen blijven de fondsen zich voorbereiden op de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel, die vanaf 2027 wordt doorgevoerd. Een voorstel van NSC om deelnemers meer zeggenschap te geven in dat proces haalde het recent niet in de Tweede Kamer. De pensioensector reageerde kritisch op dat plan.
Met de huidige stijgende dekkingsgraden lijken de fondsen vooralsnog op koers om de transitie goed voor te bereiden. Of de opwaartse lijn zich doorzet, zal mede afhangen van de verdere economische ontwikkelingen en rentebewegingen de komende maanden.
Bron: ANP


Geef een reactie