Het nieuwe besluit vervangt het eerdere besluit van november 2024 en verduidelijkt wanneer een fonds wordt gezien als een fonds voor gemene rekening of als een transparant fonds. Dit is nodig omdat per 1 januari 2025 de wettelijke definities zijn veranderd.
Wet op financieel toezicht
Voor een fonds voor gemene rekening geldt vanaf 2025 dat het moet zijn aangemerkt als een beleggingsfonds onder de Wet op het financieel toezicht. Het oude criterium, dat deelnemers eerst toestemming moesten geven om hun participaties te kunnen verkopen, vervalt. Dat maakt het toestemmingsvereiste niet langer bepalend voor de vennootschapsbelastingplicht.
Een fonds dat wel gezamenlijk geld belegt, maar niet voldoet aan de nieuwe criteria van een fonds voor gemene rekening, wordt aangemerkt als een transparant fonds. Bij zo’n fonds wordt voor de belasting gekeken naar de deelnemers zelf. Verhandelbare deelnemingsrechten blijven daarbij een rol spelen: als participaties alleen aan het fonds zelf kunnen worden verkocht, gelden ze niet als ‘verhandelbaar’.
Juiste kwalificatie fondsen
Het besluit geeft beleidsregels om duidelijkheid te bieden over de juiste kwalificatie van fondsen. Daarnaast meldt het ministerie dat naar aanleiding van een Kamermotie drie knelpunten zijn onderzocht; voor twee daarvan wordt bekeken of wetswijzigingen nodig zijn.
Wijzigingen
De wijzigingen ten opzichte van het besluit van 27 november 2024, nr. 2024-9447 (Stcrt. 2024, 38389) betreffen het volgende:
- Onderdeel 2. Een fonds is aangevuld met een passage over het samenwerkingsverband dat bij de AFM is geregistreerd als beleggingsfonds of fonds voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht.
- Onderdeel 3. Nieuw toegevoegd zijn:
- ○ Onderdeel 3.3.1. Beleggen in een cv (nieuw).
- ○ Onderdeel 3.3.2. Beleggen in leningen (nieuw).
- Onderdeel 4. Nieuw toegevoegd of gewijzigd zijn:
- ○ Onderdeel 4.2. Wft en fonds met familieleden (nieuw).
- ○ Onderdeel 4.3. Beoordeling beleggingsfonds in Nederland: vergunning of vrijstelling (nieuw).
- ○ Onderdeel 4.4. (voorheen 4.2.) Beoordeling beleggingsinstelling binnen de EU: vergunning of vrijstelling is met een uitleg uitgebreid.
- Onderdeel 5. Nieuw toegevoegd of gewijzigd zijn:
- ○ Onderdeel 5.1. Verhandelbaarheid inbegrepen in definitie van de Wft.
- ○ Onderdeel 5.2. Inkoopfonds: niet verhandelbare bewijzen van deelgerechtigdheid.
- ○ Onderdeel 5.2.1. Inkoopfonds en bijzondere situaties (nieuw).
- Onderdeel 7. Omgekeerd hybride lichaam volgt uit het oude onderdeel 6 en geeft een verduidelijking over het omgekeerd hybride lichaam.
De overige wijzigingen zijn redactioneel en niet inhoudelijk van aard. Dit besluit gaat in op 3 december 2025. Het besluit van 27 november 2024, nr. 2024-9447 (Stcrt. 2024, 38389) wordt daarmee ingetrokken.



Geef een reactie