Dit uitgangspunt stond centraal in het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 juli 2025 (ECLI:NL:GHARL:2025:4800). De curator stelde dat de accountant onrechtmatig had gehandeld omdat hij had geadviseerd over een concernstructuur die tot benadeling van de schuldeisers had geleid. Het hof wees de vordering af, omdat de curator zijn stellingen onvoldoende had onderbouwd.
Feiten
Repa Concrete B.V. hield zich bezig met de productie van sleufsilo’s en betonnen elementen. Op advies van de accountant werd Repa Concrete aangemerkt als productievennootschap. Daarnaast werd er een afzonderlijke verkoopvennootschap opgericht. Repa Concrete was gehouden haar producten uitsluitend aan de verkoopvennootschap te verkopen, tegen 97,5% van de marktconforme prijs, onder de voorwaarde dat de verkoopvennootschap eerst tot betaling aan Repa Concrete gehouden was nadat zijzelf betaling van haar afnemers had ontvangen.
Toen de financiële positie van Repa Concrete verslechterde, had de accountant de schuldeisers van Repa Concrete bericht dat Repa Concrete niet langer in staat was haar schulden te betalen. In die brief werd vermeld dat een derde partij, Kradco B.V., bereid was de vorderingen van de schuldeisers over te nemen tegen 20% van de nominale waarde. Kradco nam deze vorderingen over en verkocht deze door aan de verkoopvennootschap. De verkoopvennootschap voldeed daarvoor minder dan de helft van de nominale waarde van de vorderingen, doch verrekende niettemin de volledige nominale waarde met haar schuld aan Repa Concrete. Kradco was bewust als tussenpersoon ingeschakeld om daarmee te verbergen dat de schuldeisers hun vorderingen feitelijk aan een zustervennootschap verkochten.
Niet lang daarna, op 16 maart 2017, werd Repa Concrete failliet verklaard.
De vordering van de curator en het oordeel van het hof
De curator stelde zich op het standpunt dat de accountant jegens de gezamenlijke schuldeisers onrechtmatig had gehandeld door te adviseren over een concernstructuur die tot benadeling van schuldeisers en uiteindelijk tot het faillissement van Repa Concrete had geleid. Volgens de curator gold de bijzondere zorgplicht die een bestuurder jegens schuldeisers heeft, ook voor de accountant die adviezen verstrekt waaraan disproportioneel grote risico’s voor de schuldeisers waren verbonden. Dit met de gedachte dat de accountant wist dat deze adviezen zouden worden opgevolgd.
Het hof overwoog dat op de accountant allereerst de zorg van een goed opdrachtnemer rust jegens zijn eigen opdrachtgever, waarbij van hem de zorgvuldigheid van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsbeoefenaar mag worden verwacht. Onder omstandigheden kan de advisering van de accountant aan zijn wederpartij evenwel eveneens een onrechtmatige daad jegens derden opleveren. Indien deze onrechtmatige daad de gezamenlijke schuldeisers van Repa Concrete treft, komt de curator de bevoegdheid toe om in het faillissement voor deze schuldeisers in rechte op te treden.
Het hof stelde voorts vast dat geen sprake was van een disproportioneel risico dat inherent was aan de concernstructuur zelf, temeer omdat de curator in hoger beroep erkende dat het advies tot het opzetten van die structuur “geenszins onrechtmatig” was.
Het verwijt spitste zich dus toe op de latere adviezen rond de verrekeningsconstructie. Daar kwam de curator tekort. De accountant betwistte dat de verrekening van de overgenomen vorderingen voor de volle nominale waarde op haar advies berustte, en het hof kon dit, gelet op wat daarover was gesteld en gebleken, niet als vaststaand of zelfs voorshands aannemen, terwijl ook geen ruimte bestond voor nadere bewijsvoering op dat punt. De enkele omstandigheid dat de accountant naast adviseur ook de administratie voerde en de juridische documenten opstelde, was onvoldoende om aan te nemen dat zij het beleid van het concern (mede) bepaalde of het feitelijke verloop had moeten voorzien.
Ook het subsidiaire verwijt van een verboden selectieve betaling haalde het niet, omdat niet vaststond dat de geadviseerde handelingen plaatsvonden op een moment dat het faillissement van Repa Concrete te verwachten was.
Uiteindelijk wees het hof de vordering van de curator af, aangezien de curator zijn standpunten onvoldoende had onderbouwd. Voor de accountant liep de kwestie dus met een sisser af.
Praktische tips
Deze uitspraak leert dat het risico op aansprakelijkheid jegens derden reëel is en dat de uitkomst kan worden beslist op de vraag wat aantoonbaar is geadviseerd. Enkele aandachtspunten:
- Leg adviezen en de onderliggende overwegingen schriftelijk vast. Bij een geschil achteraf is een goed dossier vaak doorslaggevend.
- Onderscheid het structuuradvies van de uitvoering ervan. Dat het opzetten van een concernstructuur op zichzelf niet onrechtmatig is, betekent niet dat latere, meer operationele adviezen buiten schot blijven zodra de financiële positie van een cliënt verslechtert. Wees juist in die fase extra alert.
- Verleen geen medewerking aan constructies die crediteuren benadelen. Het bewust tussenschuiven van een derde om te verbergen dat schuldeisers feitelijk aan een zustervennootschap van hun schuldenaar verkopen, is een voorbeeld van een constructie die het risico op aansprakelijkheid vergroot, ook wanneer het achterliggende doel op zichzelf legitiem lijkt.

Dit artikel is geschreven door Davide Hazenberg, advocaat Insolventierecht & Herstructurering bij act legal Netherlands.


Geef een reactie