De franchisenemers exploiteerden sinds 2011 een winkel op basis van een franchiseformule. Kort na de opening werd echter asbest aangetroffen in het pand, wat leidde tot sluitingen en saneringswerkzaamheden. Na nieuwe asbestproblemen en een periode van stilstand ontstond tussen partijen een conflict over de voortzetting van de zaak. Uiteindelijk ontbond de franchisegever de franchise- en huurovereenkomst.
Ontbinding onterecht
In eerdere procedures bleek dat deze ontbinding onterecht was. Daarmee stond de aansprakelijkheid van de franchisegever voor eventuele schade in beginsel vast. In een schadestaatprocedure moest de omvang van de schade worden vastgesteld. De voormalige franchisenemers vorderden ruim een half miljoen euro, grotendeels gebaseerd op misgelopen winst en gemiste verkoopopbrengst.
Accountantsrapport
De rechtbank benadrukte dat de franchisenemers aannemelijk moeten maken dat zonder de onterechte ontbinding daadwerkelijk winst zou zijn gerealiseerd. Om die hypothetische situatie te onderbouwen, kwamen de eisers met een rapport van een accountant. In dat rapport werd een berekening gemaakt van gemiste inkomsten over meerdere jaren, gebaseerd op prognoses, historische omzetcijfers en externe statistische gegevens. Volgens de franchisenemers bood deze analyse een realistisch beeld van de winst die zij hadden kunnen behalen.
Niet winstgevend
Maar de rechtbank overtuigde dit allerminst. In het vonnis staat expliciet dat prognoses altijd onzeker zijn en daarom minder bewijskracht hebben dan gerealiseerde cijfers. Waar concrete bedrijfsresultaten beschikbaar zijn, dienen deze volgens de rechtbank als primair uitgangspunt. En daar ging het mis voor de eisers. Uit financiële en fiscale stukken bleek namelijk dat de onderneming in de relevante periode verlieslatend was of slechts beperkte positieve resultaten liet zien. Het accountantsrapport was veel te optimistisch.
De rechtbank achtte het daarom niet aannemelijk dat de ondernemers bij voortzetting van de exploitatie structurele winst zouden hebben behaald. Daarbij speelt niet alleen de gerealiseerde omzet een rol, maar ook de kostenstructuur en de beperkte looptijd van de overeenkomsten. De veronderstelling dat de onderneming nog jarenlang succesvol zou zijn voortgezet, schoof de rechtbank als onvoldoende onderbouwd terzijde.
Goodwill
Opvallend in het vonnis is de uitvoerige aandacht voor de kwaliteit en toetsbaarheid van het accountantsrapport. De rechtbank vindt dat essentiële aannames en berekeningsmethoden onvoldoende inzichtelijk zijn gemaakt. Zo ontbreekt een heldere toelichting op de wijze waarop kostenposten, overwinst en goodwill zijn berekend. Met name de berekening van de goodwill riep vragen op. De accountant hanteerde een factorbenadering gebaseerd op een gemiddelde overwinst, maar volgens de rechtbank is niet duidelijk hoe deze overwinst tot stand is gekomen. Bovendien blijken de uitkomsten sterk afhankelijk van verwachte winsten in latere jaren, terwijl juist die verwachtingen niet stroken met de historische resultaten.
‘Onnavolgbaar’
De rechtbank kwalificeert delen van de schadeanalyse als “onnavolgbaar”. Deze term betekent in juridische zin iets anders dan in het dagelijkse taalgebruik. Als een rapport juridisch onnavolgbaar is, dan is de inhoud niet controleerbaar en reproduceerbaar is. Daarmee kan het niet dienen als bewijsstuk.
Lees hier de uitspraak.


Geef een reactie