Daarover ging een uitspraak van de rechtbank Overijssel (ECLI:NL:RBOVE:2026:5514). Dit is relevant voor de praktijk.
Geschil over aansprakelijkheid moedermaatschappij
In de zaak vorderde de curator van een in 2025 failliet verklaarde vennootschap dat haar moedermaatschappij aansprakelijk zou worden gehouden voor de schulden van de dochter. Volgens de curator had de moeder in 1998 een 403-verklaring afgegeven, waarin zij zich hoofdelijk aansprakelijk stelde voor schulden die voortvloeiden uit rechtshandelingen van de dochter.
De curator verlangde namens de gezamenlijke schuldeisers nakoming van die verklaring. De moedermaatschappij betwistte zowel haar aansprakelijkheid als de bevoegdheid van de curator om de verklaring op deze manier in te roepen.
Geen zelfstandige bevoegdheid op grond van de Faillissementswet
De rechtbank wees de vordering van de curator af. Volgens de rechtbank beheert en vereffent de curator de faillissementsboedel en oefent hij daarbij de vermogensrechten van de failliete vennootschap uit. De vordering op de moedermaatschappij was volgens de rechtbank echter geen vordering van de dochter, maar een vordering van de schuldeisers.
Het komt voor dat een curator dan toch bevoegdheden heeft ook al ligt dat niet echt voor de hand. Dat speelt bij een zogenoemde ‘Peeters/Gatzen-vordering’. Op grond van deze rechtspraak kan een curator onder omstandigheden opkomen voor de gezamenlijke schuldeisers die door onrechtmatig handelen van bijvoorbeeld het bestuur, zijn benadeeld.
Hier ging het alleen niet om zo’n Peeters/Gatzen-vordering; de curator verlangde uitsluitend nakoming van de gestelde 403-verklaring. Dat is volgens de rechtbank een wezenlijk andere vordering. De bevoegdheid om de faillissementsboedel te beheren, biedt geen grondslag om op die manier nakoming van de verklaring voor de gezamenlijke schuldeisers af te dwingen.
Bovendien was niet komen vast te staan dat de curator daadwerkelijk voor alle schuldeisers optrad. Niet iedere ingediende vordering wordt immers door een 403-verklaring gedekt. Zo ontstaan fiscale vorderingen en vorderingen uit onrechtmatige daad uit de wet, en niet uit een contractuele verbintenis.
Kanttekeningen voor de praktijk
Deze uitspraak betekent niet dat schuldeisers de moedervennootschap niet zelf kunnen aanspreken op grond van een 403-verklaring. Als aan de voorwaarden van de verklaring is voldaan, kunnen schuldeisers daaraan zelfstandig rechten ontlenen. Het oordeel van de rechtbank ziet op de bevoegdheid van de curator om namens de gezamenlijke schuldeisers nakoming van de verklaring te vorderen, en niet op de mogelijkheid van individuele schuldeisers om hun rechten geldend te maken.
Daarnaast is het van belang onderscheid te maken tussen een 403-verklaring en een comfort letter of support letter. Bij dergelijke verklaringen is de juridische werking afhankelijk van de concrete formulering en de omstandigheden van het geval. Afhankelijk van de inhoud kan een dergelijke verklaring een juridisch afdwingbare verbintenis van de moedervennootschap bevatten. In dat geval kan ook een curator onder omstandigheden een beroep op de verklaring doen. Voor de praktijk onderstreept dit het belang van een zorgvuldige beoordeling van de tekst en strekking van concernverklaringen, en van de vraag wie daaraan rechten kan ontlenen.

Derk van Geel is partner en advocaat Insolventierecht & Herstructurering bij act legal Netherlands.


Geef een reactie