Zaak nr: 25/207 Wtra AK
De zaak draait om twee installatiebedrijven. De dga van het ene bedrijf besloot in 2022 zijn onderneming te verkopen. In het koopcontract werd afgesproken dat de verkoper recht zou hebben op een nabetaling, afhankelijk van de ontwikkeling van de EBITDA in 2022 en 2023. De koper berekende de nabetaling op ruim negen ton. De verkoper schakelde daarop zijn adviseur in, de AA die tevens register valuator (RV) is, met de vraag dit bedrag te toetsen.
Eind 2024 leverde zij een rapport af waarin zij op een lager bedrag uitkwam. Het rapport ging niet alleen naar de verkoper, maar ook naar de koper. Die besloot vervolgens dat er helemaal geen nabetaling zou volgen en diende bovendien twee klachten in: één bij de Accountantskamer en één bij de Raad van Tucht van het Nederlands Instituut voor Register Valuators (NIRV).
De klacht die maandag werd behandeld, bevat stevige verwijten. Volgens de koper heeft de AA onzorgvuldig en onvoldoende vakbekwaam gehandeld, haar onafhankelijkheid geschonden en manipulatief gerapporteerd. Het rapport zou bovendien een deugdelijke grondslag ontberen. Opvallend was dat de klager zelf niet aanwezig was. Zijn gemachtigde had zich kort voor het weekend per mail ziekgemeld, een bericht dat de Accountantskamer pas op maandagochtend onder ogen kreeg. Pogingen om alsnog digitaal deel te nemen mislukten, waarna de zitting toch doorging.
De voorzitter van het tuchtcollege somde de vijf klachtonderdelen op. Allereerst zou de aard van de opdracht onduidelijk zijn geweest: ging het om een assurance-opdracht of niet? Daarnaast zou de AA feitelijke onjuistheden hebben opgenomen, ontbreekt een opdrachtbevestiging en zouden er conclusies zijn getrokken zonder voldoende informatie. Mocht Standaard 4400N toch van toepassing zijn, dan zou bovendien cruciale informatie ontbreken om tot feitelijke bevindingen te komen.
De tuchtrechters bevroegen de AA uitgebreid over de aard van de opdracht. Zij stelde dat het geen 4400N-opdracht betrof, maar een 5500N-opdracht: een bijzondere dienst die buiten assurance en samenstelling valt. “Van controle was geen sprake,” aldus de accountant. “Mijn opdracht was enkel verifiëren of de gebruikte informatie klopte en de uitkomsten analyseren.”
Gevraagd of zij vooraf wel voldoende had onderzocht welke standaard van toepassing was, antwoordde zij dat ze zich had gebaseerd op de verwachtingen van de opdrachtgever. “Dat valt onder 5500N.”
De vraag waarom de koper dat anders zag, leidde tot discussie. De accountant gaf toe dat zij mogelijk duidelijker had moeten communiceren. “In mijn rapport staat dat het geen assurance-opdracht betreft. Misschien had ik dat op elke pagina moeten herhalen.”
Ook de vraag of zij wel over voldoende informatie beschikte kwam aan bod. Zo was er geen projectadministratie aanwezig. De AA erkende dit, maar wees erop dat zij wel grootboekinformatie, kilometeradministratie en kosten voor materialen en inhuur had ontvangen. “Dat is voldoende om de EBITDA te berekenen. Ik vraag informatie op, en als die er niet is, kan ik daar niets aan veranderen.”


Geef een reactie