Zaak nr: 25/1880 Wtra AK
Volgens de klager, bestuurder en mede-eigenaar van het administratiekantoor, heeft de accountant vertrouwelijke informatie die hij als opdrachtnemer van het kantoor ontving, gedeeld met een derde partij. Die derde is niet de minste: het betreft de medeaandeelhouder van het administratiekantoor, met wie de klager op dat moment in een juridische strijd verwikkeld was.
De klager verwijst naar een e-mail die hij destijds aan het kantoor van de accountant stuurde. Daarin stelde hij het kantoor aansprakelijk voor ‘de slechte dienstverlening’ en zegde hij de opdracht op. In diezelfde e-mail meldde hij dat ‘een relatie’ van het administratiekantoor onlangs was vertrokken. Kort daarna, zo stelt de klager, dook precies die informatie op in een rechtszaak tussen beide aandeelhouders over de uitkoop van de medeaandeelhouder uit het administratiekantoor.
Volgens klager kan dat geen toeval zijn. De medeaandeelhouder zou vlak voor een zitting in die procedure een document aan het dossier hebben toegevoegd waarin stond dat de betreffende relatie – een kinderdagverblijf – was opgestapt. Dat detail was volgens hem enkel bekend bij hemzelf en de accountant. “Het kan niet anders dan dat de AA deze informatie heeft gelekt,” verklaarde hij. Hij vond dat de accountant daarmee handelde in strijd met de fundamentele beginselen van integriteit, objectiviteit en professionaliteit.
De accountant ontkent dat hij informatie heeft doorgespeeld. Hij benadrukte tijdens de zitting dat hij inhoudelijk niet betrokken was bij de werkzaamheden die het accountantskantoor voor klager uitvoerde. Pas toen klager het kantoor aansprakelijk stelde, zou de penvoerder hem bij de zaak hebben betrokken. Volgens de accountant heeft hij enkel aan de medeaandeelhouder laten weten dat er ‘een akkefietje’ speelde tussen diens bedrijf en het administratiekantoor, zonder namen of details te noemen. “Ik doe zulke dingen niet,” zei hij stellig.
Ook de medeaandeelhouder zelf ontkent dat hij de informatie van de accountant heeft gekregen. Hij zou dit, naar eigen zeggen, hebben vernomen van twee medewerkers van het administratiekantoor. Die medewerkers hebben op hun beurt echter verklaard dat zij niets hebben doorgegeven, wat het geheel tot een lastige bewijsvraag maakt.
De voorzitter van de tuchtzaak vroeg klager vervolgens welk bewijs hij concreet had dat de accountant de bron was van het vermeende lek. “Misschien heeft het kinderdagverblijf wel zelf iets verteld,” opperde de voorzitter. Klager gaf aan dat hij dit had nagevraagd en dat dit niet het geval kon zijn.
Volgens hem bleef slechts één mogelijkheid over: de accountant. “Alleen hij en ik wisten dat het kinderdagverblijf was vertrokken,” hield de klager vol. Maar volgens de accountant klopt dat niet. In de e-mail waarin de klager zijn kantoor aansprakelijk stelde, stond alleen dat ‘een relatie’ was opgestapt, zonder te specificeren dat het om een kinderdagverblijf ging. ‘Die informatie kán dus niet door mij zijn gelekt, omdat ik dat helemaal niet wist,’ aldus de accountant.


Geef een reactie