Dat is precies het punt waarop ik als mediator ‘aan ga’. Niet om schuldigen aan te wijzen (daar zijn andere arena’s voor) maar om onder de irritaties het fundament bloot te leggen. Achter het “hij heeft mij gepasseerd” blijkt vaak “ik voel me gewoon niet gezien”. En onder het “ik word buitengesloten” ligt soms: “ik snap zijn tempo niet, maar durf het niet te zeggen”.
De weg naar oplossingen loopt zelden langs het pad van verwijten, maar altijd via een overspanning van onderliggende belangen. Peers noemen het bruggen bouwen. Ik noem het een overspanning vinden in de meest figuurlijke maar soms ook letterlijke zin van het woord.
Van verwijt naar reflectie
De gezamenlijke sessies starten voorzichtig. De sfeer is onderling beleefd ongemakkelijk. Als de eerste onderwerpen op tafel komen, komt de dynamiek op gang. Over bijvoorbeeld de inbreng (artikel 7A:1662 BW) is men het inhoudelijk snel eens: er was inbreng in arbeid én in clièntportefeuille. Maar de waardering daarvan? Die schept discussie. En daar begint de eerste echte doorbraak.
Ik nodig ieder uit om niet alleen te zeggen wat ‘niet klopt’, maar wat zij wél zouden willen. “Wat maakt het voor jou wél werkbaar?”, is dan een kernvraag. Het duurt even, maar dan gebeurt het: één van de vennoten vertelt dat zijn echte zorg is dat hij “na alles wat ik heb opgebouwd straks niets overhoud als we uit elkaar gaan”. Die zin verandert de sfeer. Nu draait het gesprek niet meer om fouten, maar om toekomst.
De goodwill-discussie: meer dan een bedrag
De discussie over goodwill sleept zich als een stille saboteur door het gesprek. Volgens de één is de opgebouwde naam en faam het resultaat van “jarenlang keihard bikkelen en investeren”. De ander spreekt liever over “persoonlijke reputatie” dan over collectieve waarde. En de derde meent dat “goodwill sowieso niet van toepassing is omdat het bedrijf niet verkocht wordt”. Juridisch boeiend, maar het mediationproces is niet de plek voor semantische loopgraven.
We leggen het begrip goodwill op tafel in de breedste zin: alles wat méér waard is dan de som der delen. Wat is opgebouwd? Door wie? Wat willen partijen daarmee? Deze sessie (die ik vooraf “de mosterdsessie” noem) laat de smaken goed zien: zuur, pittig, en soms onverwacht zoet.
Verschillen durven benoemen
De verschillen in stijl, communicatie en verwachtingen komen steeds duidelijker naar voren. Waar de één “liever mailt”, wil de ander juist “alles in een goed gesprek doen”. Waar de één met targets werkt, gaat de
ander op gevoel. En het gebrek aan periodiek overleg? Dat blijkt ineens de sluimerende oorzaak van tientallen misverstanden. Er is nooit een platform geweest om ‘het’ aan elkaar uit te spreken.
Het juridische kader als zijraam
Mijn rol als MfN-registermediator is niet die van jurist of adviseur. Maar zoals eerder gezegd: ik houd wel als jurist zicht op het wettelijk kader. In deze fase bespreken cliënten de reikwijdte van artikel 7A:1655 BW ev. Wat betekent het doel van de samenwerking, zoals Arie Tervoort stelt: “het verdelen van het uit de samenwerking voortvloeiende vermogensrechtelijk voordeel”? Wat betekent dat bij beëindiging? En hoe verhoudt zich dat tot voortzetting door enkele vennoten?
Deze fase is vaak verhelderend. Niet omdat het direct leidt tot consensus, maar omdat partijen nu inzien wat hun juridische en feitelijke speelruimte is.
Vooruitkijken: samen of niet?
Halverwege het traject zijn er duidelijke scenario’s:
1. Gezamenlijk doorgaan, met nieuwe afspraken en heldere communicatie.
2. Beëindigen van de samenwerking, met afspraken over goodwill, verdeling en overdracht.
3. Een hybride model, waarin enkelen doorgaan onder voortzetting (artikel 7A:1683 lid 4 BW), met uitkoop van anderen.
Nog geen van deze scenario’s wordt gekozen, maar ze worden wél alle drie serieus besproken. De stemming verandert. Waar eerst irritatie en wantrouwen heersten, ontstaat voorzichtig nieuwsgierigheid. “Stel dat we doorgaan – wat moet er dan echt anders?” is de vraag die de sessie afsluit. Hoewel je onafhankelijk en neutraal opereert, kon ik een fictief vreugdehuppel in mijn hoofd maken. Na afloop loop ik altijd terug naar huis: een flinke wandeling om alles de revue te laten passeren en ‘achter mij’ te laten.
Mijn slotreflectie
Mediation is vrijwillig qua deelname, maar niet vrijblijvend. In deze aflevering 2 las je dat de echte beweging is ingezet: van praten óver elkaar naar praten mét elkaar. Dat is niet het eindpunt, maar het begin van regie. Een conflict dat jarenlang onderhuids sluimerde is nu onderwerp van gesprek. Zonder juridische strijd, mét juridische realiteit.
Of partijen het conflict uiteindelijk oplossen lees je in aflevering drie. Kleine tip van de sluier: het doel van samenwerken is volgens Arie Tervoort in zijn boek Het Nederlandse personenvennootschapsrecht “Het verdelen van het uit de samenwerking voortvloeiende vermogensrechtelijk voordeel”. Lees ook alvast 7A:1655 BW ev.
Daan Breukhoven is zelfstandig MfN-registermediator bij arbeids- en zakelijke conflicten, zowel binnen publieke als private organisaties. Voor (echt)scheidingen, familie-, en omgangsconflicten heeft hij bovendien de extra accreditatie tot familiemediator behaald. Als jurist houdt hij aan tafel zicht op het wettelijk kader. Hij publiceert regelmatig in (vak)literatuur over mediation. Sinds 2013 is hij mediator en nu aangesloten bij Vereniging Fiscale Mediation, het Platform Business Mediation, de Vereniging Mediators Overheid, en de Vereniging Arbeidsmediators Nederland.
Breukhoven neemt je in drie afleveringen mee in een conflict tussen vennoten in een maatschap bestaande uit vier Randstedelijke fiscaal- en ondernemingsrechtelijke professionals. Dit is deel 2. Deel 1 vind je hier:



Geef een reactie