Zaak nr: 25/1784 Wtra AK
De klacht is ingediend door Outtask International, een in IT gespecialiseerde detacheerder die per 1 januari 2024 branchegenoot Astorium overnam. Onderdeel van de overname was een earn-outregeling. Als de EBITDA over 2024 minimaal 1 miljoen euro zou bedragen, zou de verkoper nog eens 400 duizend euro ontvangen. De RA was al jaren samenstellend accountant van Astorium en bleef dat, met instemming van koper en verkoper, ook na de overname.
EBITDA boven 1 miljoen
Al snel ontstond discussie over zeven facturen voor werving- en selectieopdrachten, verstuurd in de laatste week van 2024. Met deze facturen werd volgens Outtask circa 90 duizend euro omzet naar voren gehaald, waardoor de EBITDA boven de grens van 1 miljoen euro uitkwam. De accountant stelde dat de omzet conform bestendige gedragslijn aan 2024 moest worden toegerekend. Outtask kon zich daar niet in vinden en schakelde een advocaat in. Medio 2025 beëindigde de accountant uiteindelijk de samenstellingsopdracht.
Volgens Outtask had dat veel eerder moeten gebeuren. Al in maart 2025 zou de accountant zijn gewezen op wat de koper beschouwde als duidelijke ‘red flags’. “Red flags waarvoor de RA weinig aandacht leek te hebben,” aldus advocaat Mart Jan van Aalderen.
Onoverzichtelijke en onzakelijke opdrachten
De CEO van Outtask schetste bij het tuchtcollege wat die signalen inhielden: onoverzichtelijke en onzakelijke opdrachten, opvallend hoge kortingen en invoer door de eigenaar van Astorium in de laatste week van het jaar, terwijl het kantoor gesloten was. “Het doel was duidelijk: de omzet opplussen zodat hij in aanmerking zou komen voor de earn-out.” Medewerkers van Astorium zouden deze gang van zaken volgens de CEO als ‘zeer ongebruikelijk’ hebben omschreven.
De CEO bood de accountant aan dit met het personeel te bespreken, maar daar zou volgens klager geen ‘adequate opvolging’ aan zijn gegeven. Van Aalderen koppelde dit aan een gebrek aan objectiviteit. Hij wees op de langdurige relatie tussen de accountant en de verkoper, die ook na de overname klant bleef van het accountantskantoor. Dat binnen een kantoor met circa twintig medewerkers afdoende maatregelen zouden zijn getroffen om bedreigingen voor de objectiviteit te mitigeren, noemde hij ‘niet geloofwaardig’.
Partijdigheid
Volgens Van Aalderen bleek die partijdigheid ook uit het mailverkeer. De accountant zette de verkoper herhaaldelijk en volgens de klager onnodig in cc bij correspondentie over het samenstellingsproces, terwijl de koper inmiddels opdrachtgever was. “Door dit te doen gaf hij niet alleen blijk van partijdigheid, maar gaf hij de verkoper feitelijk ook een positie in het samenstellingsproces en toegang tot vertrouwelijke informatie.” Pogingen van Outtask om opheldering te krijgen over de werkwijze van de accountant zouden op niets zijn uitgelopen.
Directe aanleiding voor de tuchtklacht was een e-mail van 22 mei 2025 aan de CEO, waarin de accountant volgens Outtask op ‘dwingende en ongepaste wijze’ druk uitoefende op de koper om de jaarrekening 2024 op te stellen conform de visie van de verkoper. Dat terwijl hij op 13 mei nog had geschreven dat de nieuwe directie van Astorium de jaarrekening in die vorm niet zou tekenen en hij ‘derhalve de cijfers niet definitief kon uitbrengen’. Volgens Van Aalderen is die koerswijziging alleen te verklaren doordat de accountant na 13 mei verder onder druk is gezet door de verkoper.
‘Een derde, een derde, een derde’
Van druk was volgens Roel Bosman, advocaat van de RA, geen sprake. “Er wordt nu gesuggereerd dat de verkoper mijn cliënt de les las. Dat is onjuist; mijn cliënt laat zich door niemand de les lezen.” De accountant zelf stelde dat het evident was dat de facturen bij 2024 hoorden. Bij werving- en selectieopdrachten werd volgens hem altijd de methode ‘een derde, een derde, een derde’ gehanteerd: een derde bij start, een derde bij kennismaking en een derde bij ondertekening van het contract. “Zo is het hier ook gegaan.”
De CEO van Outtask weersprak die lezing. “De kennismakingen hadden nog niet eens plaatsgevonden, terwijl die al wel waren gefactureerd.” Van de door klager genoemde red flags zei de accountant niet op de hoogte te zijn geweest. Ook zijn objectiviteit zou volgens hem voldoende zijn gewaarborgd. Binnen het kantoor was afgesproken dat hij zich uitsluitend nog met de Astorium-kwestie zou bezighouden, ook vanwege zijn naderende pensioen. De overige werkzaamheden voor de verkoper waren bij andere collega’s ondergebracht en vastgelegd.
Teken van transparantie
Het in cc zetten van de verkoper noemde de accountant geen teken van partijdigheid, maar van transparantie. Er was volgens hem sprake van ‘een gezamenlijk probleem’ en daarom wilde hij alle betrokkenen informeren.
Niettemin sprak hij bij het tuchtcollege van een leerzame ervaring. “Het spijt mij naar Outtask en naar de CEO dat dit iets teweeg heeft gebracht wat ik niet wilde – noch als persoon, noch als accountant. In de toekomst zou ik het anders hebben gedaan.”


Geef een reactie