Zaak nr: 25/1557 Wtra AK
Was de koopprijs die zijn drie zoons betaalde voor de aandelen van het bedrijf van vader te laag? Dat is wel wat de vader, klager in deze procedure, beweert. Hij startte in 1995 een lelieproductiebedrijf in Flevoland. Drie zoons willen het overnemen, andere zoons streven andere carrières na. Om geen scheve ogen te krijgen binnen de familie moet de opvolging financieel goed geregeld worden. De aandelenoverdracht vindt eerst plaats aan een tussenholding en van daaruit weer naar de zoons. Bij de waardering van de aandelen is een fout gemaakt. De waardering bevatte uiteindelijk een dubbeltelling in de geschatte belastinglatentie.
De fout is gemaakt bij de verkoop van de aandelen aan de tussenholding tegen een te lage waarde, zegt advocaat Dick Alblas op de zitting. Als de vader in 2023 achter de fout komt, is de vermeende veroorzaker van die fout al met pensioen. Van de accountant mocht eerder verwacht worden dat hij zorgvuldiger was bij het maken van die berekening. ,,Hij lijkt nu platgeslagen te beweren dat een rekenfout gemaakt mag worden omdat hij niet hoefde te controleren of die berekening fout was.” Het was de opvolgend accountant die de fout ontdekte. Toen de klager dit bij Flynth aanhangig maakte, werd gesuggereerd dat hij voordelig heeft geschonken aan zijn zoons. ,,Dat maakt hem tot op de dag van vandaag boos. Hij heeft meer kinderen en dit levert in de familie problemen op.” Bovendien had de accountant moeten letten op het tegengestelde belang dat hij diende: dat van de vader tegenover de zoons.
‘Prijs was een afspraak’
,,Hier was geen sprake van tegengestelde zakelijke posities, maar van een interne herstructurering binnen de familie”, zegt advocaat Jan Garvelink. De belangen zijn dan heel anders dan bij een verkoop aan derden en daarom werd de koopprijs ook niet bepaald op marktwaarde. ,,Er werd slechts gezocht naar een koopprijs die vriendelijk en financierbaar was voor de zoons en tegelijk door de fiscus werd geaccepteerd”, aldus Garvelink. ,,Die prijs betrof een afspraak, geen waardering.” De prijs werd grotendeels gebaseerd op de getaxeerde waarde van de bedrijfspanden. De koopprijs is dan weer onderbouwd met een berekening die vooral rust op die waardering van de panden. Daarbij is een belastinglatentie geschat op 20 procent van het verschil tussen boek- en taxatiewaarde, een gebruikelijke wijze van schatten. De berekening zelf was volgens de raadsman niet heel relevant: het ging om het onderbouwen van een aanvaardbare prijs, niet om het waarderen van een onderneming.
Dat verklaart volgens Garvelink dat er verder ook niet veel aandacht is besteed aan die berekening. Daarom is de dubbeltelling in de geschatte belastinglatentie niemand opgevallen. Dat Flynth namens zowel vader als de zoons optrad, was niet vreemd. ,,Het betrof een overdracht binnen de familie: vader en zoons aten ’s avonds aan dezelfde tafel.” Het is volgens Garvelink bovendien de vraag of een eerdere ontdekking van de fout voor een andere prijs had gezorgd. De klager heeft er geen nadeel door geleden. De klager vond de suggestie van de raadsman dat de koopprijs ‘wel even aan de keukentafel bekokstoofd is’ denigrerend. ,,Dit is een professioneel bedrijf waar we vakbekwame mensen als deze accountant aan het werk hebben gezet.”
Geen toegang tot stukken
De beklaagde accountant is nu zo’n vijf jaar met pensioen en kan zich lastig verweren: hij moet het met zijn geheugen doen. ,,De kans met mijn opvolger door het dossier te lopen is mij ontnomen, dus ik sta met de rug tegen de muur. Feit is wel dat er een prijs uit is gekomen waarmee alle partijen akkoord waren”, verweerde hij zich.
De tuchtrechter doet binnen circa 12 weken uitspraak.


Geef een reactie