Zaak nrs: 24/3964, 25/730 en 25/730 Wtra AK
De zaak draait om B.A. van Doorn, een in 1831 opgerichte, Amsterdamse vermogensbeheerder. Klager is Sam van Doorn (81), achterkleinzoon van de oprichter en grootaandeelhouder. Hij verwijt de controlerend accountant dat deze onvoldoende kritisch is geweest op het handelen van de directeur, die net als Van Doorn via zijn eigen BV 50 procent van de aandelen bezit.
Volgens Van Doorn verhoogde de directeur vanaf 2017 tot drie keer toe zijn jaarlijkse bezoldiging van 250.000 naar 400.000 euro, zonder dat daarvoor de vereiste toestemming van de aandeelhouders was verkregen. De accountant had volgens klager moeten nagaan of deze verhogingen voldeden aan de wettelijke en statutaire vereisten.
Daarnaast klaagt Van Doorn over de wijze waarop kosten in de jaarrekening zijn verwerkt. Door herrubricering zouden de personeelskosten geen juist beeld geven. Ook zouden advieskosten onjuist zijn geboekt. Zo zou een factuur die niet aan B.A. van Doorn was gericht maar aan NMS Beheer – de andere grootaandeelhouder – toch door de vermogensbeheerder zijn betaald.
Vierde klachtonderdeel betreft de beloning van door de vermogensbeheerder ingeschakelde zzp’ers. Die zouden volgens klager in strijd met het provisieverbod op basis van provisie zijn betaald, terwijl dat sinds 2014 verboden is. De accountant zou daarvan hebben geweten. Volgens Cander van der Veer, advocaat van klager, ontwikkelde B.A. van Doorn daarmee een ‘ongeoorloofd verdienmodel’, wat voor Van Doorn aanleiding was ook de AFM te benaderen.
De toezichthouder concludeerde dat geen sprake was van overtreding van het provisieverbod. Dat Van Doorn die conclusie kende, daarover zweeg en toch bleef klagen, is volgens Danny Theunis, advocaat van de accountant, niet netjes. “Klager heeft daarmee geprobeerd de Accountantskamer op het verkeerde been te zetten en de beginselen van behoorlijke tuchtprocesorde met voeten getreden.”
De RA en zijn advocaat plaatsen ook vraagtekens bij het moment waarop de klacht is ingediend. Van Doorn staat op het punt zijn aandelen te verkopen, maar is verwikkeld in een conflict met NMS Beheer over de voorwaarden daarvan. Dat geschil liep zo hoog op dat NMS de Ondernemingskamer verzocht Van Doorn te dwingen zijn aandelen over te dragen. Van Doorn vroeg op zijn beurt om een onderzoek naar wanbeleid, overdracht van de aandelen van NMS aan hem en benoeming van een nieuwe bestuurder.
De Ondernemingskamer stelde daarop een deskundige aan om de waarde van de aandelen van Van Doorn vast te stellen. Ook diende Van Doorn een klacht in tegen de externe compliance officer van B.A. van Doorn.
Theunis spreekt van een soort ‘kruistocht’. “Mijn cliënt legt graag verantwoording af voor zijn rol als externe accountant. Maar hij vindt het niet kies om van het aandeelhoudersgeschil een olievlek te maken en dit ook over de rug van de accountants uit te vechten.”
Volgens de verdediging mist de klacht bovendien grond. “De verhoging van de management fees is altijd in alle openheid en transparantie met klager besproken tijdens de jaarlijkse AVA. Klager stemde daar vervolgens mee in, getuige de ondertekening van de notulen. (…) Als klager het niet eens was geweest met de verhoging, had hij dat toen moeten aangeven.”
Ook over de verwerking van advieskosten bestaat volgens Theunis geen twijfel. “Het betrof hier advieskosten ten behoeve van de vennootschap.”
In de vragenronde kwam de vraag aan de orde of de aandeelhouders daadwerkelijk formeel hadden ingestemd met de verhoging van de directeursbeloning. Volgens de accountant blijkt dat uit de ondertekende notulen van de AVA’s. De tuchtrechters merkten echter op dat in die notulen geen expliciet besluit over de beloningsverhoging is opgenomen. Ook ontbreekt een schriftelijke aandeelhoudersverklaring.
Verder kwam de conclusie van de AFM over het vermeende provisieverbod opnieuw aan de orde, met name de status daarvan. Volgens Van der Veer is die niet bedoeld om een aandeelhoudersconflict te beslechten. “Daarvoor moet een handhavingsverzoek worden ingediend.”
De accountant betwistte dat. Hij nam zelf telefonisch contact op met de toezichthouder om duidelijkheid te krijgen. In dat gesprek kreeg hij naar eigen zeggen expliciet te horen dat geen sprake was van overtreding van het provisieverbod. Dat gesprek werd opgenomen, maar maakt geen deel uit van het dossier.


Geef een reactie