Zaak nrs: 25/1522 en 25/1523 Wtra AK
Na het faillissement van de Drentse ondernemingen Xenergy Services BV en Arvick BV in 2020 vermoedt de curator onbehoorlijk bestuur. Het ene bedrijf zou zijn leeggetrokken en alleen de schulden bleven over, terwijl de boedel naar de moedermaatschappij verdween. Een uitsterfbeleid dus. ,,De curator heeft me vanaf dag één neergezet als degene die de boel bedonderd had”, zei de ondernemer hierover vrijdag tegen de tuchtrechter.
De rechtbank in Assen ging in 2024 nog mee met de curator. Het resultaat was dat de ondernemer 1,4 miljoen euro aan de curator moest betalen. Hoger beroep volgde in 2025, waarin de curator een rapport liet opstellen door twee forensisch accountants. Beide zaten vrijdag voor de tuchtrechter, maar een van hen was alleen betrokken bij het eerste concept. De klacht gaat vooral over wat erna gebeurde. Na overleg werd de klacht tegen haar ingetrokken. Wat heeft de ondernemer tegen dit rapport dat hem in hoger beroep feitelijk een overwinning opleverde? Het hof zette namelijk een streep door de betaling van 1,4 miljoen. Wat er al betaald is, moet terug naar de ondernemer.
,,Het hof oordeelt dat er geen sprake is geweest van kennelijk onbehoorlijk bestuur. De conclusies van het rapport zijn onjuist. Daarin wordt namelijk gesuggereerd dat er sprake was van onregelmatigheden in de omzetbelasting. Die suggestie wordt niet onderbouwd met deugdelijk onderzoek”, zegt advocaat Wytze Velema namens de klager. Volgens Velema heeft de accountant een rapport uitgebracht zonder deugdelijke grondslag. Ook meent de klagende ondernemer dat er geen of amper hoor en wederhoor is geweest. Tot een maand voor verschijnen van het definitieve rapport had nog geen gesprek plaatsgevonden.
Dat klopt, reageert advocaat Arjen Witteveen namens de accountant. Dat was namelijk omdat de ondernemer dat niet wenste. Na opsturen van het concept-rapport volgde toch een gesprek. Ook verstrekte de klager belangrijke urenbriefjes. Daarmee werd aangetoond dat een belangrijk deel van de administratie wel degelijk aanwezig was. Die bevinding is ook in het definitieve rapport meegenomen. Een dag voor de deadline is nog uitdrukkelijk gevraagd om een reactie van de klager. Die kwam niet. ,,Dat hij geen nadere wederhoorreactie gaf, is een keuze. Mijn cliënt heeft hem alle gelegenheid geboden”, stelt Witteveen.
In voordeel klager
Dat er een uitsterfbeleid zou zijn, was een conclusie van de curator, maar juist niet van de accountant. Die trok namelijk geen enkele conclusie in zijn rapport. Volgens advocaat Velema zou die conclusie ‘wel tussen de regels door te lezen zijn’. Het valt de Accountantskamer op dat het rapport eerder in het voordeel van de klager is, dan van de curator. Dat de uitkomst positief was dat klopt, zegt advocaat Velema, ,,maar daarin is het rapport niet behulpzaam geweest. Mede door onze inzet is de strekking van de accountant niet overgenomen.”
Volgens Velema kwam het definitieve rapport plotseling zonder finale wederhoor. Maar er is nooit afgesproken dat er nog een nieuw rapport voor wederhoor zou worden neergelegd, zegt advocaat Witteveen. Dat kon ook helemaal niet, voegt de accountant toe. ,,We verwachten op 12 september een antwoord. Dan nog een termijn voor wederhoor krijgen met de wetenschap dat het definitieve rapport op 12 september moet worden opgeleverd, dat kan helemaal niet.”
De Accountantskamer doet binnen 12 weken uitspraak.


Geef een reactie