Met de invoering van de Wet toekomst pensioenen verdwijnt de doorsneesystematiek, waarbij jongere deelnemers relatief meer bijdragen aan de pensioenopbouw van oudere deelnemers. Met name werknemers in de middenfase van hun loopbaan kunnen hierdoor nadeel ondervinden. Daarom maken sociale partners afspraken over compensatie binnen de transitie naar het nieuwe stelsel.
Compensatie eenmalig toegekend
De uitwerking daarvan pakt echter niet voor iedereen hetzelfde uit. In veel regelingen wordt compensatie eenmalig toegekend op het moment dat een pensioenfonds overgaat naar het nieuwe stelsel. Deelname op dat specifieke moment is dan bepalend. Werknemers die kort vóór de transitiedatum uit dienst gaan en daarna elders pensioen opbouwen, kunnen daardoor buiten de compensatieregeling vallen, ook als zij tot de beoogde doelgroep behoren.
Op basis van CBS-data en modelmatige aannames schat de minister dat het dit jaar kan gaan om enkele tienduizenden werknemers. Het gaat nadrukkelijk om een indicatie, omdat de feitelijke impact afhankelijk is van individuele loopbanen en de concrete invulling van compensatieregelingen.
Vrijwillige voortzetting pensioenopbouw
Niet alleen baanwissels spelen een rol. Ook situaties waarin tijdelijk geen pensioen wordt opgebouwd, zoals bij ontslag, onbetaald verlof of een overstap naar zelfstandig ondernemerschap, kunnen van invloed zijn. In die gevallen kan het ontbreken van premiebetaling ertoe leiden dat iemand op het relevante moment niet als deelnemer wordt aangemerkt.
Als mogelijke oplossing wijst de minister op vrijwillige voortzetting van pensioenopbouw. Volgens gegevens uit pensioenreglementen die in 2025 bij DNB zijn aangeleverd, is dit mogelijk voor ongeveer 93 procent van de actieve deelnemers. In sommige gevallen kan dit met terugwerkende kracht vanaf uitdiensttreding, waardoor het verlies van compensatie kan worden beperkt.


Geef een reactie