Zaak nr: 25/207 Wtra AK
De kern van de zaak betrof de berekening van een nabetaling op basis van de EBITDA-ontwikkeling over boekjaar 2022. Waar de koper uitkwam op een bedrag van ruim € 900.000, kwam de door de verkoper ingeschakelde AA in haar rapport tot een lager bedrag. Na verzending van het rapport aan beide partijen diende de koper klachten in bij zowel de Accountantskamer als het Nederlands Instituut voor Register Valuators (NIRV).
Klager afwezig, geen uitstel behandeling
De klacht was ingediend door de koper van het bedrijf, die niet aanwezig was bij de mondelinge behandeling op 1 september 2025. De tuchtrechter wijst een uitstelverzoek echter af. Al op 4 april 2025 had de tuchtrechter partijen schriftelijk geïnformeerd over de mondelinge behandeling op maandag 1 september 2025. De directeur van de klagende partij diende echter pas op zaterdagmiddag 30 augustus – twee dagen voor de zitting – een uitstelverzoek in wegens ziekte. Dit verzoek werd per e-mail ingediend zonder enige medische onderbouwing.
In haar motivering wijst de Accountantskamer erop dat de zittingsdatum in overleg met partijen was vastgesteld en dat uitstel volgens artikel 20 van het Procesreglement slechts bij bijzondere omstandigheden mogelijk is. De tuchtrechter benadrukt dat van een verzoeker in zo’n geval wordt verwacht dat hij direct bewijsstukken overlegt, zoals een medische verklaring. Bovendien acht de Accountantskamer het “voor de hand liggend” dat de verzoeker voorafgaand aan de zitting telefonisch contact zou opnemen met het secretariaat.
Het secretariaat van de Accountantskamer nam op maandagochtend 1 september zelf het initiatief en probeerde tot driemaal toe telefonisch contact te leggen met de directeur. Deze bleek echter onbereikbaar. De Accountantskamer oordeelt dat het uitstelverzoek daardoor “op geen enkele wijze te verifiëren” was en dat de directeur, indien zelf niet in staat, een derde had moeten inschakelen.
Tijdens de zitting zelf, rond 11:30 uur, ontving de Accountantskamer een tweede e-mail waarin de directeur meldde “niet echt aanspreekbaar” te zijn. Ook dit bericht bevatte geen medische verklaring en de directeur bleef telefonisch onbereikbaar. De Accountantskamer handhaaft daarom haar eerder genomen besluit, met als gevolg dat de klacht bij verstek werd behandeld en het onderzoek ter zitting werd gesloten.
Vijf klachtonderdelen
Het geschil zelf omvat vijf concrete verwijten aan de AA: onduidelijkheid over de aard van de opdracht, feitelijk onjuist rapporteren, het ontbreken van een opdrachtbevestiging, het trekken van conclusies bij ontbrekende informatie, en onjuiste toepassing van NV COS 4400.
Toepassingskader
De kern van het geschil betrof het juiste toepassingskader. De klager betoogde dat de AA een NV COS 4400-opdracht (Rapport van feitelijke bevindingen) had moeten uitvoeren of ten minste ten onrechte de indruk had gewekt assurance te verlenen. De Accountantskamer volgt de AA echter in haar oordeel dat sprake was van een NV COS 5500N-opdracht (Transactiegerelateerde adviesdiensten).
Het tuchtcollege benadrukte dat de AA in haar rapport onder de kop “Theoretisch kader” uitvoerig heeft toegelicht waarom een controle-opdracht niet mogelijk was, onder meer omdat essentiële documenten ontbraken. Zij koos daarom voor 5500N als “meest passend alternatief”, waarbij zij de overige NV COS hanteerde als leidraad voor de werkzaamheden, zonder assurance te verlenen. De Accountantskamer oordeelt dat deze verwijzing naar de NV COS in de context van het gehele bericht niet de schijn van assurance wekte.
Opdrachtbevestiging en conclusies voldoende onderbouwd
Ook het verwijt dat de AA geen opdrachtbevestiging had opgenomen, wordt ongegrond verklaard. Hoewel Standaard 5500N voorschrijft een kopie of samenvatting van de opdracht op te nemen, oordeelt de Accountantskamer dat de AA in haar rapport voldoende heeft beschreven wat de aanleiding, hoofdvraag en werkzaamheden waren. Dit stelde gebruikers in staat de aard en omvang van de dienst te beoordelen.
Ten slotte verwerpt de Accountantskamer ook de verwijten over het trekken van conclusies op basis van aannames: “Ter zitting heeft betrokkene toegelicht op welke manier zij is omgegaan met die beperkingen. Zo heeft zij op basis van boekingen in de administratie – zoals de kilometerregistratie van de monteurs – een schatting gemaakt van welk percentage van de opbrengst van een bepaald project aan een bepaald boekjaar moet worden toegerekend. Betrokkene heeft de aannames vrijwel steeds als zodanig benoemd in het bericht en heeft hierin naar het oordeel van de Accountantskamer zorgvuldig gehandeld.”
Bovendien betrof het een eerste conceptrapport waarin de koper de gelegenheid had gehad voor wederhoor, maar daar geen gebruik van maakte.
Met de afwijzing van alle vijf klachtonderdelen wordt de AA volledig in het gelijk gesteld.



Geef een reactie