Zaak nrs: 25/1522 en 25/1523 Wtra AK
In 2020 gingen de Drentse bedrijven Xenergy Services BV en Arvick BV op de fles. De curator vermoedde onbehoorlijk bestuur. De rechtbank in Assen ging daar in 2024 in mee. Het resultaat was dat de ondernemer 1,4 miljoen euro aan de curator moest betalen. Hoger beroep volgde in 2025, waarin de curator een rapport liet opstellen door twee forensisch accountants.
Naar de tuchtrechter
Volgens de ondernemer suggereerde het onderzoeksrapport dat sprake was van onregelmatigheden, onder meer rond de omzetbelasting. Hij liet het er niet bij zitten en stapte naar de Accountantskamer. Zijn advocaat stelde daar dat het rapport conclusies bevatte die niet waren gebaseerd op voldoende onderzoek en dat de accountant hem nauwelijks gelegenheid had gegeven om te reageren. “De conclusies van het rapport zijn onjuist. Daarin wordt namelijk gesuggereerd dat er sprake was van onregelmatigheden in de omzetbelasting. Die suggestie wordt niet onderbouwd met deugdelijk onderzoek”, zei advocaat Wytze Velema tijdens de zitting.
Hoor en wederhoor
De accountant weersprak dat er onvoldoende sprake was geweest van hoor en wederhoor. Volgens hem was de ondernemer juist herhaaldelijk in de gelegenheid gesteld om te reageren, maar maakte die daar lange tijd geen gebruik van. Pas na verzending van een concept-rapport vond een gesprek plaats, waarbij aanvullende stukken werden overgelegd. Die informatie is vervolgens verwerkt in de definitieve rapportage. Dat er daarna geen tweede concept voor wederhoor is voorgelegd, acht de accountant verklaarbaar gezien de tijdsdruk: het rapport moest binnen een vaste termijn worden opgeleverd.
Geen harde conclusies
Opvallend is dat het rapport uiteindelijk geen harde conclusie bevatte over onbehoorlijk bestuur. De suggestie dat sprake zou zijn van een zogenoemd uitsterfbeleid, waarbij activiteiten worden afgebouwd en schulden achterblijven, was afkomstig van de curator, niet van de accountant zelf. De Accountantskamer stelt daarom vast dat het rapport eerder in het voordeel van de ondernemer uitviel dan in zijn nadeel. Dat ondermijnt volgens de tuchtrechter de stelling dat de accountant partijdig of onzorgvuldig zou hebben gehandeld.
Klacht ongegrond
De Accountantskamer ziet dan ook geen aanwijzingen dat de accountant zonder deugdelijke grondslag heeft gewerkt of de regels rond hoor en wederhoor heeft geschonden. Dat de ondernemer het oneens is met de inhoud en strekking van het rapport, maakt dat niet anders.


Geef een reactie