Op dag zeven verschijnt er ineens een bericht in zijn inbox. Kort, zonder aanhef:
“Ik heb iets meegemaakt waar ik nog steeds last van heb. Het speelt in de advocatuur. Ik wil erover praten, maar alleen als anonimiteit gegarandeerd is.”
Gijs voelt een lichte rilling door zich heen gaan. Het is de eerste echte stem die reageert. Het bevestigt wat hij vermoedde: er ís meer, maar het zit diep verstopt.
In de tweede week volgen er nog drie reacties.
Een vrouw schrijft: “Het is jaren geleden gebeurd, maar ik merk dat het nog steeds invloed heeft op hoe ik naar mijn werk kijk.”
Een man, homo, vertelt dat hij in de financiële sector te maken kreeg met subtiele, maar hardnekkige intimidatie: “Geen fysiek contact, maar wel constante opmerkingen en toespelingen. Het vreet aan je.”
En een jonge vrouw beschrijft een incident op haar eerste stageplaats: “Ik dacht altijd dat ik het achter me had gelaten, maar nu jij erover schrijft, besef ik dat ik het nooit heb uitgesproken.”
In de derde week komen er nog twee berichten binnen.
De eerste is van een man die zichzelf omschrijft als queer. Hij schrijft: “Het begon met grapjes. Later werd het grimmiger. Ik ben vertrokken, maar het heeft me jaren gekost om weer vertrouwen te hebben in een werkplek.”
De laatste reactie is van een vrouw die duidelijk maakt dat ze er nog middenin zit: “Het speelt nu. Ik durf nergens heen. Misschien dat dit gesprek een eerste stap kan zijn.”
Zes mensen in totaal. Vier vrouwen, twee mannen. Alle zes vragen ze expliciet om anonimiteit. Sommigen willen alleen praten als hun naam en achtergrond niet in verband worden gebracht met hun verhaal. Anderen durven zelfs de sector waarin het plaatsvond niet genoemd te zien.
Die avond appt Gijs Chantal:
“We hebben nu zes mensen die bereid zijn om te praten. Vier vrouwen, twee mannen. Ik denk dat we de voorbereiding voor de ronde tafel kunnen starten.”
Nog geen minuut later komt er een reactie:
“Wauw… ik ben er stil van. Kunnen we dit weekend bellen?”
Ze bellen zaterdagochtend. Chantal luistert aandachtig terwijl Gijs de reacties voorleest, zonder namen, maar wel met de kern van de verhalen.
“Het leeft dus écht,” zegt ze zacht.
“Ja,” antwoordt Gijs. “En het is breder dan accountancy alleen. Precies wat we dachten.”
Chantal is even stil. “Dan wil ik dat Marga er ook bij is. Ze heeft haar eigen ervaring en ze heeft net die cursus voor vertrouwenspersoon gedaan. Ze weet hoe je dit soort gesprekken veilig kunt laten verlopen.”
Maandag heeft Chantal een gesprek met Marga.
“Ik wil je iets vragen. We zijn bezig met het voorbereiden van een ronde-tafelgesprek over seksueel grensoverschrijdend gedrag. Geen panel met deskundigen, maar echte verhalen van mensen die het hebben meegemaakt.”
Marga kijkt Chantal aan: “En jij denkt dat ik…?”
“Ja,” knikt Chantal. “Het zou veel voor mij betekenen als jij erbij bent.”
Marga denkt even na. Ze voelt meteen dat het onderwerp zwaar is, maar ook dat het belangrijk is. “Hoe ga je zorgen dat het veilig blijft voor de deelnemers?” vraagt ze.
“Dat is waar Gijs en ik nu over nadenken,” zegt Chantal. “Anonimiteit is voor iedereen belangrijk. We willen een setting waarin mensen zelf bepalen wat ze wel en niet delen. Jij zou daar ook een rol in kunnen hebben.”
Marga knikt langzaam. “Ik wil meedenken. En waarschijnlijk ook meedoen. Maar ik wil wel eerst weten hoe jullie het praktisch gaan aanpakken.”
Later die week zitten Gijs, Chantal en Marga in een klein vergaderzaaltje van een co-workingspace. Er liggen notitieblokken op tafel, drie bekers koffie, en een vel papier waarop met grote letters staat: Veiligheid – Vertrouwen – Vrijwilligheid.
“Dat moeten onze kernwoorden zijn,” zegt Marga. “Iedereen moet zich veilig voelen, weten dat zijn of haar verhaal vertrouwelijk blijft, en het moet volledig vrijwillig zijn.”
Marga voegt daaraan nog toe: “En we moeten duidelijk zijn dat we geen juridisch traject starten. Dit is voor delen, luisteren en leren. Niet voor bewijsvoering.”
Ze praten een uur lang over hoe ze het gesprek willen structureren. Over de vraag of er een gespreksleider moet zijn – Gijs denkt van wel, Marga ook, Chantal twijfelt nog. Ze bespreken of er vooraf één-op-één-gesprekken moeten zijn met deelnemers om te toetsen waar ieders grenzen liggen.
Wanneer ze afscheid nemen, is er nog niets definitief, maar de contouren worden zichtbaar. Gijs voelt het: de ronde tafel gaat er komen. De eerste stemmen zijn gehoord.
En ergens, diep vanbinnen, weet hij dat er nog meer zullen volgen.
Jan Wietsma


Geef een reactie