De zaak draait om een StAK die aandelen beheert in een landgoedvennootschap. Sinds maart 2022 zijn organisaties verplicht hun uiteindelijk belanghebbenden te registreren in het UBO-register. Ondanks herhaalde verzoeken van de Kamer van Koophandel liet de stichting dit na. Pas nadat de Belastingdienst een boete had aangekondigd, volgde alsnog registratie. De inspectie legde daarop een gematigde boete op van 1.287 euro.
StAK buiten Europese regels?
De stichting voerde aan dat de Nederlandse verplichting verder gaat dan Europese regelgeving. Volgens haar vallen alleen financiële instellingen onder de Europese anti-witwasrichtlijn en niet een stichting administratiekantoor, die geen activiteiten of beroep uitoefent. Maar daar ging de rechtbank niet in mee. De UBO-verplichting geldt volgens de rechter juist ook voor “andere juridische entiteiten”, zoals stichtingen. Dat een StAK zelf geen meldingsplichtige instelling is, betekent niet dat zij buiten de regels valt. Het register is juist bedoeld zodat financiële instellingen de gegevens kunnen raadplegen.
Geen UBO aanwezig?
Een belangrijk argument van de verdediging was dat een StAK helemaal geen UBO heeft. De stichting bezit zelf geen vermogen; de certificaathouders zijn belanghebbenden van de onderliggende vennootschap, niet van de StAK zelf. Ook dat verweer hield geen stand. De rechtbank wees erop dat stichtingen volgens de wet altijd onder de registratieplicht vallen. Bovendien kan een UBO niet alleen worden bepaald op basis van eigendom, maar ook op basis van zeggenschap. Als er geen duidelijke belanghebbende is, moet het hoger leidinggevend personeel, zoals bestuurders, als zogenoemde “pseudo-UBO” worden geregistreerd.
Bestuurder staat al ingeschreven?
De stichting stelde verder dat haar bestuurder al in het handelsregister stond en daarom niet opnieuw hoefde te worden geregistreerd. Met dit argument maakte de rechter korte metten. De registratie van bestuurders en die van UBO’s zijn volgens de wet twee afzonderlijke verplichtingen. Het feit dat iemand al bekend is bij de Kamer van Koophandel ontslaat een organisatie niet van de plicht om die persoon ook als UBO op te geven.
Oneerlijke handhaving?
Daarmee had verdediging haar kruit nog niet verschoten. De stichting beriep zich op het gelijkheidsbeginsel. Volgens haar werd vooral tegen StAK’s opgetreden, terwijl andere organisaties buiten schot bleven. Maar opnieuw ving de stichting bot bij de rechtbank. Die stelde dat de Belastingdienst vanwege beperkte capaciteit risicogebaseerd mag handhaven en steekproeven mag doen. Dat aanvankelijk meer aandacht uitging naar StAK’s, maakt de handhaving nog niet ongelijk of onrechtmatig, aldus de rechter.
Boete te hoog?
Tot slot stelde de stichting dat de boete buitenproportioneel is, mede omdat zij geen vermogen heeft om deze te betalen. Ook dit argument werd verworpen. De rechter wees erop dat de stichting ruim de tijd had om aan de verplichting te voldoen en pas in actie kwam na dreiging van een boete. Dat de registratie alsnog is gedaan, heeft al geleid tot een halvering van het standaardboetebedrag.
Boete blijft staan
De rechtbank verklaarde het beroep dus op alle fronten ongegrond. Daarmee blijft de boete van 1.287 euro in stand.
Lees hier de uitspraak.


Geef een reactie