
Er bestaat in de Tweede Kamer voldoende steun voor de doelen van de nieuwe Wet Toekomst Pensioenen, maar er leven breed nog wel zorgen en vragen over de uitvoering. Ook over de overgangsperiode – de komende vier jaar – naar een nieuw toekomstbestendiger stelsel zijn veel twijfels.
Dat bleek eerder deze week. Eind september volgt een plenair debat, daarna moet de Eerste Kamer zich er nog over buigen. Het is de bedoeling dat de wetsherziening begin 2023 afgerond is, zodat de vakbonden, werkgevers en de pensioenfondsen tot 2027 de tijd hebben om over te stappen op het nieuwe stelsel.
Witte vlek
De coalitiepartijen wijzen er onder meer op dat het toekomstige stelsel beter inspeelt op een persoonlijke en transparante pensioenopbouw. Ook sluit het beter aan op werknemers die, anders dan voorheen, vaker een andere kortdurende baan heeft en daarom verschillende pensioenpotjes opbouwt. Maar meerdere partijen vinden dat er meer aandacht moet zijn voor de ‘witte vlek’, mensen die geen pensioen opbouwen, zoals zelfstandige ondernemers (zzp’er).
Veel vragen
Sommige partijen, zoals de SP, vinden dat er meer tijd moet zijn voor de beoogde vernieuwing, die volgens de socialisten ook niet echt een verbetering is omdat er meer onzekerheden in zouden zitten. De SP wees erop dat er sinds maart – toen het kabinet het wetsvoorstel indiende – nog steeds veel vragen zijn. En dat terwijl er schriftelijke vragenrondes en gesprekken met deskundigen zijn geweest.
Bovendien is een commissie nog bezig met allerlei berekeningen over de gevolgen. Maar pensioenfondsen dringen er juist op aan dat er snel duidelijkheid komt over de nieuwe regels, zodat ze zich al erop kunnen voorbereiden.
(ANP/AV)
Geef een reactie