De Europese anti-witwasautoriteit AMLA werkt aan richtlijnen voor de doorlopende monitoring van zakelijke relaties. De NBA reageerde begin september op de consultatie. De beroepsorganisatie is positief over de aandacht voor proportionaliteit en een risicogebaseerde aanpak, maar vindt dat de richtlijnen nog onvoldoende rekening houden met de praktijk van accountants en andere niet-financiële instellingen.
Accountant is geen bank
Volgens de NBA zijn verschillende onderdelen van de conceptrichtlijnen gebaseerd op uitgangspunten die beter passen bij financiële instellingen. Een accountant kan, anders dan een bank, niet alle transacties van een cliënt waarnemen. Transacties worden vaak pas achteraf zichtbaar in de administratie, jaarrekening of andere documenten die bij een opdracht worden beoordeeld. Financiële instellingen kunnen transacties volgens de NBA soms al volgen terwijl ze plaatsvinden.
‘Tick-box’-aanpak
De NBA vreest dat de nieuwe eisen het professionele oordeel van accountants naar de achtergrond drukken. De nadruk op procedures, controles, governance en documentatie kan leiden tot een meer procedurele compliancebenadering, zonder een evenredige verbetering in het identificeren en beheersen van witwas- en terrorismefinancieringsrisico’s. De beroepsorganisatie waarschuwt daarbij voor een ‘tick-box approach’.
Tot 50 procent hogere kosten
Vooral het door AMLA voorgestelde raamwerk voor transactie- en activiteitenmonitoring kan kostbaar uitpakken. De NBA schat dat dit de jaarlijkse compliancekosten van auditkantoren met 25 tot 50 procent kan verhogen, mogelijk nog meer bij kleinere kantoren. De belangrijkste kosten zitten volgens de beroepsorganisatie niet in de monitoring zelf, maar in eisen rond governance, documentatie, testen, validatie, escalatie en controles.
Eisen
De NBA betwijfelt of tegenover die extra kosten een evenredige verbetering van de witwasbestrijding staat. De richtlijnen kunnen volgens de beroepsorganisatie aanzienlijke terugkerende operationele en compliancekosten veroorzaken, zonder dat de effectiviteit van het identificeren en beheersen van witwas- en terrorismefinancieringsrisico’s in dezelfde mate toeneemt.
Geen garantie
Ook het verzamelen van meer gegevens biedt volgens de NBA geen garantie op betere resultaten. Extra data kunnen in theorie helpen om het risicomanagement beter te structureren en onderbouwen, maar het blijft volgens de beroepsorganisatie onduidelijk of de aanvullende eisen daadwerkelijk leiden tot een betere identificatie en beheersing van risico’s.
Professioneel oordeel
De NBA wil daarom dat AMLA meer aansluit bij de manier waarop accountants in de praktijk cliënten monitoren. Daarbij spelen cliëntenonderzoek, periodieke en gebeurtenisgestuurde beoordelingen, contact met de cliënt, professioneel oordeel en informatie die tijdens de dienstverlening beschikbaar komt een belangrijke rol. Geautomatiseerde monitoring en geavanceerde analysetools moeten daarbij optioneel blijven. Handmatige monitoring en professioneel oordeel kunnen volgens de NBA even effectief zijn wanneer die passen bij het bedrijfsmodel en risicoprofiel van het kantoor.
Aparte regels
De NBA stelt voor een aparte sectie of bijlage te maken voor accountants, belastingadviseurs, advocaten en notarissen. Daarin kan AMLA verduidelijken hoe de monitoringsregels moeten worden toegepast door beroepsgroepen die zelf geen transacties uitvoeren en slechts beperkt toegang hebben tot transactie- en activiteitsgegevens.
Verwijzingen
Ook pleit de beroepsorganisatie voor expliciete verwijzingen naar bestaande professionele standaarden voor accountants, waaronder ISA 240, ISA 250 en ISA 315. Daarmee kan volgens de NBA dubbel werk worden voorkomen en kunnen de anti-witwasverplichtingen beter worden geïntegreerd in bestaande professionele processen.
Lees hier het bericht bij de NBA.


Geef een reactie