In 2016 besloten de bestuurders van het fiscale adviesbureau Tax at Work (TAW) hun activiteiten uit te breiden met financiële administratieve diensten, zoals het opstellen van jaarrekeningen, het voeren van boekhouding en het doen van btw-aangiften. Hiervoor richtten zij Tax at Work FS (TAW FS) op. Van juli 2019 tot maart 2021 werkte een financieel accountmanager voor TAW FS, waarna partijen eind 2021 bespraken hoe zij opnieuw konden samenwerken. Dit leidde tot een voorstel, vastgelegd in een memo van 20 december 2021, waarin was afgesproken dat TAW FS haar onderneming (met arbeid van de bestuurders) zou inbrengen, terwijl de accountmanager arbeid zou inbrengen. De winstverdeling werd vastgesteld op ieder een derde van de overwinst, met specifieke regels over het behoud of de verdeling van cliënten bij beëindiging van de samenwerking.
Maatschap
Per 1 maart 2022 traden partijen toe tot een stille maatschap onder de naam “Pink Panther”. De afspraken uit de memo werden daarin grotendeels overgenomen, met bepalingen over beslissingsbevoegdheden, arbeidsbeloningen (€ 48.000 voor TAW FS en € 70.000 voor de accountmanager), winstdeling (2/3 voor TAW FS, 1/3 voor de accountmanager na aftrek van primaire beloningen), arbeidsongeschiktheid en een concurrentiebeding. In november 2022 werd afgesproken dat TAW jaarlijks kosten zoals huur, IT en ondersteuning deels zou doorbelasten aan TAW FS, wat voor 2022 op € 15.000 werd afgerond.
Samenwerking loopt stuk
Aan het eind van 2023 en begin 2024 was de accountmanager meerdere weken afwezig wegens persoonlijke omstandigheden. In de eerste conceptjaarrekening 2023 werd het te verdelen resultaat vastgesteld op ruim € 44.000, waarbij zij recht zou hebben op bijna € 15.000, waarvan zij in mei 2024 € 10.000 ontving. De maatschap werd door opzegging van de accountmanager per 15 juni 2024 geëindigd. Na haar opzegging werden nieuwe conceptcijfers opgesteld, waarin de te verdelen winst fors lager uitviel en zelfs een negatief resultaat voor de eerste helft van 2024 werd berekend. Definitieve jaarrekeningen zijn niet vastgesteld, en zij ontving het restant van haar winstaandeel over 2023 noch haar beloning over juni 2024.
In augustus 2024 liet zij weten dat een klant, eigenaar van meerdere vennootschappen, voortaan de administratie en jaarrekeningen door haar wilde laten doen. Dit werd in oktober door de klant bevestigd. Kort daarna beëindigde TAW, met verwijzing naar gedragsregels van de beroepsorganisatie, haar fiscale adviesrelatie met deze klant. In maart 2025 droeg TAW een schadevordering van ruim € 26.000, ontstaan volgens haar door het wegvallen van deze klantrelatie, over aan TAW FS, die deze vordering op de accountmanager stelde te hebben.
Rechtszaak
In een procedure bij de rechtbank Amsterdam eiste de voormalig maat in de maatschap “Pink Panther” dat Tax at Work FS haar nog verschuldigde bedragen uitbetaalde. Zij vorderde ruim € 3.000 aan resterende winstdeling over 2023, bijna € 15.000 aan winstdeling over 2024 plus haar beloning over juni 2024, buitengerechtelijke kosten en proceskosten. Haar standpunt was dat het eerste concept van de jaarrekening 2023 de juiste was, dat zij daarvan slechts € 10.000 had ontvangen en dat in de tweede conceptcijfers voor 2024 onterecht extra kosten waren opgevoerd. Ook was het voorschot voor juni 2024 niet betaald.
Tax at Work FS verweerde zich door te stellen dat de tweede conceptcijfers juist waren en dat zij kosten zoals hogere huisvestingslasten, waarnemingskosten, recruitment en extra doorbelaste kosten terecht had verwerkt. Daarnaast voerde zij in reconventie aan dat sprake was van een relatiebeding dat de voormalig maat heeft overtreden door na het einde van de samenwerking te blijven werken voor een bestaande klant van TAW/TAW FS, wat een schadevergoeding van € 25.000 zou rechtvaardigen. Ook wilde zij dat de kantonrechter de voormalige maat zou verbieden nog werkzaamheden te verrichten voor relaties die zij via TAW FS had leren kennen, op straffe van dwangsommen.
Oordeel: geen relatiebeding
De kantonrechter oordeelt dat in de maatschapsovereenkomst geen relatiebeding is opgenomen, noch in het bijgevoegde memo. Omdat Tax at Work FS het contract zelf heeft opgesteld en een professionele partij is, had zij een dergelijk beding expliciet moeten opnemen als dat haar bedoeling was. De voormalig maat mocht er daarom op vertrouwen dat geen relatiebeding gold. Er is ook geen bewijs dat zij de klant heeft aangezet tot een overstap, oordeelt de rechtbank. De vorderingen in reconventie worden daarom afgewezen en Tax at Work FS moet de proceskosten in reconventie betalen.
Vordering voormalig maat
In conventie volgt de kantonrechter de redenering van de voormalig maat. De hogere kostenposten in de tweede conceptjaarrekening 2023 zijn niet voldoende onderbouwd en zijn zonder haar toestemming toegevoegd, terwijl die toestemming contractueel vereist was voor uitgaven boven € 5.000. Hetzelfde geldt voor de aanpassingen in de tweede conceptcijfers over 2024: waarnemingskosten, recruitmentkosten en extra doorberekende kosten zijn niet toereikend onderbouwd en mogen niet eenzijdig in mindering worden gebracht. Ook het verweer dat de vrouw minder heeft gewerkt in 2024 wordt verworpen, omdat ziekte en vakantie binnen de afgesproken kaders vielen en de maatschapsovereenkomst doorbetaling toestond.
De kantonrechter wijst daarom haar vordering grotendeels toe: Tax at Work FS moet € 17.953 aan achterstallige winstdeling over 2023 en 2024 betalen, vermeerderd met wettelijke rente, plus ruim € 1.150 aan buitengerechtelijke kosten en bijna € 1.953 aan proceskosten. In reconventie moet Tax at Work FS bovendien € 1.086 aan proceskosten vergoeden. Alle veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard.


Geef een reactie