Zaaknrs. 25/830 en 26/856 Wtra AK
De NBA houdt de AA, kwaliteitsbepaler en de enige accountant bij een klein kantoor in Overijssel, verantwoordelijk voor de tekortkomingen die de toetsers van de organisatie in 2023 constateerden tijdens de hertoetsing van het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing van dit kantoor.
De toetsers legden daarbij drie samenstellingsdossiers onder het vergrootglas: van een dorpsbakker, een gezinstehuis en een beheermaatschappij van een bedrijf dat hekken maakt voor naast het spoor. Zij signaleerden in alle drie dossiers tekortkomingen in de dossiervorming en het ontbreken van significante aangelegenheden. Bevindingen die bij de reguliere toetsing ook al aan de orde kwamen. De AA kreeg daarom een c-oordeel. Voor de Raad voor Toezicht aanleiding de beroepsorganisatie te adviseren een klacht in te dienen.
De hiaten in de dossiers hebben volgens de toetsers onder meer betrekking op de beschrijving van de entiteiten en de documentatievereisten.
Wat betreft de documentatieplicht wijst de organisatie op handreiking 1036. Die wordt vaak in verband gebracht met het adagium ‘niet gedocumenteerd is niet gedaan’. Maar dat geldt volgens de NBA niet voor het inzicht geven in wat de accountant heeft gedaan. “Uit het samenstellingsdossier moet gemakkelijk lees- en herleidbaar zijn welke werkzaamheden voor de samenstellingsopdracht zijn uitgevoerd,” aldus Mark Morren, een van de twee advocaten van de beroepsvereniging.
Ook zouden de bedrijfsbeschrijvingen te weinig diepgang vertonen en zouden significante posten en aangelegenheden onvoldoende zijn uitgewerkt en gedocumenteerd.
De NBA droeg daarbij verscheidene voorbeelden aan, onder meer van posten op de samengestelde jaarrekening van de bakkerij, zoals de brutomarge in relatie tot het resultaat in de VOF-verklaring, en het ontbreken van een voorraadadministratie en een registratie van contant geld. Morren: “Een bakker die geen oud brood wil verkopen zal zo nu en dan toch echt producten moeten weggooien of afvoeren.”
Verwijten die volgens de AA zijn misplaatst. “De NBA wil mijn cliënt verwijten maken. Daarbij bedenkt zij spijkers op laag water,” aldus Jan Garvelink, advocaat van de accountant. “Nergens wordt helder wat hem wordt verweten.”
Als voorbeeld van zo’n spijker noemt Garvelink het niet lezen van de jaarrekeningen in alle drie de dossiers. “Mijn cliënt stelde zelf samen. Deze dossiers staan vol vingerwijzingen van verweerder – hoe het apart vastleggen dat je je eigen werk hebt gelezen iets toevoegt, ontgaat mij.” Bovendien had de AA dit afgevinkt in het werkprogramma, een mogelijkheid die volgens Garvelink expliciet wordt genoemd in de handreiking. “De NBA wil verweerder verwijten maken en negeert daarbij haar eigen publicaties.”
Volgens Garvelink worden de tekortkomingen die de beroepsorganisatie de AA aanwrijft op het gebied van dossiervorming noch in de standaarden noch in de handleidingen expliciet genoemd. “Alleen wat significant is, documenteer je. De accountant bepaalt wat significant is en wat moet worden opgenomen. Als het niet nuttig is, schrijf je het niet op. Als een bakker geen oud brood verkoopt, hoef je dat niet op te nemen. Alle brood gaat weg; het is namelijk een warme bakker.”
Daarmee raakte de advocaat precies de gevoelige plek van de zaak. Want ook de tuchtrechters wilden weten waar de NBA haar verwachtingen op baseert. “Als je dit zo leest, moet je als accountant zo’n beetje alles vastleggen in een samenstellingsopdracht,” constateert de voorzitter. “Schiet de handreiking dan niet uit de bocht en vraagt die niet meer dan de standaard voorschrijft?”
Die vraag bleek voor de NBA lastig te beantwoorden. De organisatie verwees naar wat volgens haar uit de handreiking volgt, maar de tuchtrechters vroegen herhaaldelijk om de precieze passage waarin de gestelde verplichting staat. Zo wordt onder meer gesproken over het eigen vermogen van de bakkerij en de verdeling van winst en opnames onder de vennoten. Volgens de NBA is onvoldoende vastgelegd hoe de accountant daarmee is omgegaan. Maar de accountant stelde dat dit wel degelijk is besproken en uit het dossier blijkt.
“Kun je dan zo’n verwijt handhaven?”, vroeg een van de leden van de Accountantskamer. Een andere tuchtrechter wees erop dat nergens lijkt vast te liggen dat de NBA dit specifieke punt altijd als een significante aangelegenheid beschouwt. “Als dat niet in de handreiking staat, hoe kun je dan weten dat de NBA dit altijd een significante aangelegenheid vindt?”
Ook andere voorbeelden riepen vragen op. Zo was er discussie over onderhoudskosten die volgens de NBA niet als investering zouden zijn gekwalificeerd. Garvelink wees erop dat de accountant de kwestie wel degelijk uitgebreid in het besprekingsverslag heeft opgenomen en toegelicht. “Waarom is dit dan toch meegenomen in de klacht?” vroeg de Accountantskamer zich af.
NBA-advocaat Maaike Feenstra kon daar niet steeds een concreet antwoord op geven. “Ik heb het dossierverslag niet, ik kan het u niet laten zien. Ze hebben kennelijk geen aanleiding gezien om dat onderdeel verder te onderbouwen.”
Voor Garvelink bevestigde dat zijn belangrijkste bezwaar: de klacht is volgens hem tijdens het toetsingsproces niet op deze manier aan de accountant voorgelegd. Pas in het klaagschrift kwamen de verwijten in deze vorm naar voren. “Er is niet gereageerd op wat mijn cliënt heeft gezegd,” stelt hij. Volgens de advocaat raakt dat aan hoor en wederhoor.
De Accountantskamer zag ondertussen nog een andere mogelijkheid. De voorzitter opperde of een vervroegde reguliere toetsing niet verstandiger zou zijn, waarbij de NBA de klacht voorlopig kon aanhouden.
Garvelink zag niets in uitstel. Het c-oordeel moet volgens hem van tafel en de klacht moet worden ingetrokken. “Er is niet veel vertrouwen meer in de toetsers. Ze kunnen niet vertellen wat nu precies de klacht is.” Een nieuwe reguliere toetsing kan volgens hem op termijn prima plaatsvinden.
De voorzitter vat de keuze uiteindelijk kernachtig samen: “U zegt: doe maar uitspraak.”
De AA kreeg het laatste woord. Hij zei al vier jaar niet te weten hoe zijn toekomst eruitziet. “Ik zit al vier jaar in onzekerheid. Dat geldt ook voor mijn gezin, mijn werknemers en mijn klanten.” Vooral de houding van zijn eigen beroepsorganisatie heeft hem teleurgesteld. “Ik had niet verwacht dat mijn eigen vakorganisatie zo met haar leden zou omgaan.”
Tijdens de middagsessie behandelde het tuchtcollege nog een klacht van de NBA tegen een AA omdat er tijdens de hertoetsing van zijn kantoor tekortkomingen zijn geconstateerd.
De eerste toetsing van dit kantoor vond plaats in 2022. Dat mondde uit in een b-oordeel. De accountant maakte een verbeterplan, maar tijdens de hertoetsing in 2024 bleek dat dit plan twee jaar later nog nauwelijks was opgevolgd.
De toetsers beoordeelden vier dossiers. Die kregen alle vier een onvoldoende.
De toetsers signaleerden onder meer tekortkomingen in het cliëntonderzoek. Zo bleef dit onderzoek soms achterwege. Ook ontbrak het aan een bijbehorend risicoprofiel in het kader van de Wwft en werd niet vastgelegd door wie en wanneer identificatie had plaatsgevonden.
Verder bleken in verschillende dossiers documenten en checklists pas op de dag van toetsing door de accountant ondertekend, terwijl deze dossiers al waren afgesloten en voorzien van een verklaring.
Daarnaast ontbrak het na de reguliere toetsing aan de jaarlijkse evaluatie van het kwaliteitsstelsel. Die is op grond van de NVKS verplicht en volgens de beroepsorganisatie, mede vanwege het b-oordeel en het goedgekeurde verbeterplan, essentieel om de werking van het stelsel te monitoren en eventueel te verbeteren.
De accountant heeft, ondanks meerdere herinneringen, niet op de bevindingen van de toetsers gereageerd. Voor de NBA staat daarmee vast dat de klacht gegrond is. Ook tijdens de zitting liet de AA verstek gaan.
Het is bovendien niet de eerste keer dat er een klacht tegen deze accountant is ingediend. In 2024 resulteerde dit in een berisping en vorig jaar in een doorhaling. De AA heeft zich inmiddels laten uitschrijven.


Geef een reactie