Traas groeide op in ’s Heer Arendskerke op Zuid-Beveland en doorliep de HBS (A) in het naburige Goes. Daarna ging hij in Rotterdam bedrijfseconomie studeren. Traas, toen 21, studeerde af in 1957, tien jaar promoveerde hij op het proefschrift ‘Het Investerings- en financieringsplan van de onderneming’.
Naar de VS
Na twee jaar militaire dienst kwam Traas in 1959 bij het ministerie van Economische Zaken. Na een jaar stapte hij over naar de TH Eindhoven als wetenschappelijk medewerker van de afdeling bedrijfskunde. In die tijd maakte hij een studiereis van vier maanden naar de VS ter bestudering van de onderwijsprogramma’s en de werkvormen bij de belangrijkste business schools, waaronder die van Harvard. Het betrof een der laatste projecten in het kader van de Amerikaanse Marshall-hulp. Daarop volgden van 1962 tot 1970 verschillende financiële en administratieve functies bij Philips.
24 jaar aan de VU
In 1970 verruilde Traas het bedrijfsleven weer voor de universiteit. Bijna een kwarteeuw, tot aan zijn emeritaat in 1994, was hij aan de Vrije Universiteit Amsterdam hoogleraar bedrijfseconomie, met financieel-administratief management als specialisatie. De laatste negen jaar was Traas hoofd van de postdoctorale controllersopleiding, die hij in 1986 had opgezet. Financials die carrière wilden maken binnen de financiële functie van ondernemingen of als adviseur voor deze functie waren voor 1986 aangewezen op de postdoctorale opleiding tot registeraccountant (RA), terwijl die vooral gericht is op het opleiden van financial auditors. Belangrijkste pijlers van de RA-opleiding werden en worden gevormd door bestuurlijke informatieverzorging/administratieve organisatie (BIV/AO) en de leer accountantscontrole (LAC). Traas zag de noodzaak voor een RC-opleiding waarin naast BIV/AO de vakgebieden strategie, prestatiemanagement en corporate finance centraal staan. Zijn visie werd gedeeld door een coalitie van CFO’s van grote multinationale ondernemingen die Traas actief steunde bij de realisatie. Bijna veertig jaar en ruim 5.000 afgestudeerden later blijkt die visie nog steeds actueel.
Rendementsbeoordeling
Traas heeft in de jaren zeventig, tachtig en negentig van de vorige eeuw een grote bijdrage geleverd aan de actualisatie van een aantal concepten die van belang zijn voor de praktijk van het financiële prestatiemanagement. Hij liet zich daarbij inspireren door internationale ontwikkelingen in de wetenschap, schrijven prof. dr. Frans Roozen (oud-opleidingsdirecteur) en prof. dr. Bert Steens RC (opleidingsdirecteur) in een uitgebreid in memoriam.
Een van de vele voorbeelden betreft de keuze van maatstaven voor de rendementsbeoordeling van bedrijven en bedrijfsonderdelen (zoals residual income, return on investment en realized value) en de criteria die bepalend zijn voor deze keuze. Zijn visie hierop, die hij deelde hij via zijn colleges, spreekbeurten, adviezen en publicaties, is nog steeds actueel in het economische prestatiemanagement gericht op lange termijn waardecreatie.
Accountants
Traas richtte zich in zijn werk op zowel management accounting als financial accounting, maar ook op bedrijfswaardering en gerelateerde corporate finance onderwerpen. Hij noemde het jaarverslag ooit ‘de beste plaats om in discussie te gaan met de samenleving, met het maatschappelijk verkeer’. Traas pleitte ervoor dat accountants in het jaarverslag ook hun visie zouden geven op de uitvoering van de controle. ‘Hoe positioneer je jezelf als accountant: als iemand die puur op basis van de regeltjes controleert, of als een accountant die verder gaat en vindt dat de jaarrekening optimaal inzicht moet bieden in de financiële positie?’
Volle agenda
Van 1994 tot 1998 trad Traas op als voorzitter van het Nederlands Instituut voor Control en Management Accounting, in 1995 en ’96 was hij voorzitter van de Visitatiecommissie Economie voor de inspectie van alle economische faculteiten in Nederland. Daarna volgden nog voorzitterschappen van verschillende andere commissies. Ook was hij actief als raadslid van de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam en als voorzitter van vier raden van commissarissen waaronder die van Sperwer Groep (o.a. Plus). Bij Wolters Kluwer zat hij de Stichting Administratiekantoor van Aandelen voor; bij Kas-Ass was hij lid van de aandeelhouderscommissie.
Zomer 2001 deed Traas van zich spreken als voorzitter van de commissie die de financiële verslaglegging door verzekeraars onder de loep nam. De bevindingen van de commissie vielen slecht bij de betrokken ondernemingen. Traas’ reactie was even laconiek als vernietigend: ‘De verzekeraars willen niets in de verslaglegging verbeteren. Het is dan uiteraard moeilijk om met voorstellen te komen die positief worden ontvangen.’
Stork
Kritiek kreeg Traas op het onderzoek dat hij in 2007, samen met Leendert van den Brink, deed naar Stork, dat in conflict was gekomen met twee grootaandeelhouders. Die wilden dat Stork zich uitsluitend zou richten op de luchtvaartactiviteiten en dat de overige divisies werden verkocht. Stork zag hier niets in. De VEB noemde het rapport half werk, Stork had ernstige bezwaren en de vakbonden vonden het rapport waardeloos en niet objectief. Alleen de twee grootaandeelhouders steunden de conclusies van Traas en Van den Brink.
In 2009 berekende Traas in opdracht van de Ondernemingskamer dat Ahold 57 C1000-winkels voor honderd miljoen minder dan de marktwaarde had kunnen kopen. In hetzelfde jaar publiceerde hij samen met Leendert van den Blink een vernietigend rapport over de ondergang van automatiseringsbedrijf Landis, zes jaar daarvoor. Landis gedroeg zich ‘als een man die kaartjes verkoopt voor een theatervoorstelling waarvan hij geen idee heeft of die ooit zal plaatshebben’, schreven zij over de manier waarop het bedrijf kostbare overnames bij beleggers introduceerde zonder zich af te vragen of de miljoeneninvesteringen ooit zouden zijn terug te verdienen.
Brug
‘Met zijn aansprekende activiteiten heeft Lou Traas niet alleen het beroep van business controller een sterke kwaliteitsimpuls gegeven, hij heeft vooral ook een brug gelegd tussen het universitair bedrijfseconomische onderwijs in Nederland en grote multinationale ondernemingen en de deuren geopend voor de internationale ontwikkelingen op het door hem geliefde vakgebied’, aldus Roozen en Steens in hun bijdrage op de website van de VU.


Sinds wanneer ligt ’s Heer Arendskerke op Noord Beveland?
Onze geografische kennis is weer bijgespijkerd, dank daarvoor. Het bericht is aangepast.