De cijfers die we dachten te kennen, waren gefragmenteerd, versnipperd, gebaseerd op uiteenlopende definities en vaak onvergelijkbaar.
De eerste Uitvraag mkb-financiering, een pilot over Q3 en Q4 van 2024, levert voor het eerst een samenhangend totaalbeeld. En dat beeld is relevanter voor accountants dan het op het eerste gezicht lijkt. Want wie het mkb adviseert, adviseert in feite óók over financierbaarheid, investeringskracht, risico’s en continuïteit.
En precies daar verandert het speelveld nu snel.
1. De stille verschuiving: het mkb financiert anders dan we denken
De belangrijkste conclusie is eigenlijk heel eenvoudig: het overgrote deel van de mkb-financiering komt nog steeds van banken — maar de dynamiek daaronder verschuift snel. Eind 2024 staat er ruim €122 miljard aan mkb-financiering uit. Daarvan ongeveer €110 miljard bij banken en €11 miljard bij niet-bancaire financiers. Maar dat is niet het hele verhaal. Als we inzoomen, zien we een interessant patroon:
- In financieringen onder €50.000 zijn niet-bancaire financiers goed voor 33–39% van de markt.
- Zij spelen dus een belangrijke rol voor kleine kredieten, juist waar ondernemers vaak het meest wendbaar moeten zijn.
- Banken domineren logischerwijs bij financieringen boven €1 miljoen.
Daarmee ontstaat een tweedeling in de markt: banken voor groot, niet-banken voor klein. En tussen beide segmenten groeit een zone waarin ondernemers steeds vaker alternatieve financieringsvormen combineren. Voor accountants betekent dit: het financieringsgesprek is niet langer synoniem aan een bankgesprek.
2. De financieringsmix wordt breder — en complexer
De pilot brengt de financieringsvormen mooi in kaart: leasing, factoring, rekeningen-courant, crowdfunding en reguliere kredietverlening. Dat laatste is met afstand het grootst, maar de alternatieven zijn inmiddels structureel geworden.
Zo ziet de verdeling eruit:
- Leasing: €13,2 miljard
- Factoring: €2,7 miljard
- Crowdfunding/lending: €2,2 miljard
- Rekeningen-courant: €8,4 miljard
- Reguliere kredietverlening: €95,4 miljard
Leasing en factoring worden veel aangeboden via bancaire dochters, terwijl crowdfunding en direct lending vooral door niet-bancaire spelers worden ingezet.
Dat is precies het speelveld waar de mkb-accountant zich moet begeven. Niet om alle opties zelf te regelen, maar om ondernemers te helpen de juiste vragen te stellen:
- Is leasing hier verstandiger dan een lening?
- Hoe verhoudt factoring zich tot het werkkapitaalmodel?
- Wat is de impact van hogere rentekosten op de DSCR?
- Past crowdfunding in de kapitaalstructuur van deze onderneming?
Financiering wordt modulair. Dat vraagt van accountants dat ze het financiële dashboard van de ondernemer beter kunnen “lezen”.
3. De paradox van het kleine krediet
Een opvallende bevinding uit de pilot: de helft van alle contracten in Nederland is kleiner dan €25.000, maar die vertegenwoordigen slechts €2,1 miljard aan waarde. Bij financieringen boven €1 miljoen zien we het omgekeerde: weinig contracten, maar samen goed voor meer dan €60 miljard.
Voor accountants is dit interessant, want de kleinste kredieten lijken misschien onbelangrijk, maar in de praktijk zijn het juist deze financieringen die:
- groeiplannen mogelijk maken,
- liquiditeitstekorten tijdelijk oplossen,
- investeringen in digitalisering aanjagen,
- en het vertrouwen van financiers richting ondernemers weerspiegelen.
Het segment tot €50.000 functioneert dus als smeerolie voor het mkb. En precies daar zijn de meeste fricties zichtbaar.
4. Sectoren die de financieringsmotor laten draaien
Drie sectoren springen eruit:
- Agrarisch
- Onroerend goed
- Groot- en detailhandel
Meer dan de helft van de financiering gaat naar deze drie clusters. Bij agrarisch zien we bijna uitsluitend bancaire financiering; alternatieven spelen hier nauwelijks een rol. Dit sluit aan bij wat accountants dagelijks zien: het mkb is geen homogene groep maar een palet van sectoren met elk hun eigen financieringscultuur. De pilot geeft accountants daarmee een ankerpunt: vergelijking.
Hoe staat mijn klant ten opzichte van het sectorgemiddelde? Is de financieringsmix afwijkend? Is de contractomvang logisch gegeven de bedrijfstak?
5. Het ritme van nieuwe kredieten: vraag en aanbod blijven in evenwicht
In Q4 van 2024 is voor €7,5 miljard aan nieuwe financiering verstrekt. Opmerkelijk genoeg bleef de totale uitstaande financiering vrijwel gelijk, omdat aflossingen en nieuwe leningen elkaar in evenwicht hielden. Dit zegt iets over het economische sentiment: de markt beweegt, maar voorzichtig. Voor accountants betekent dit: het financieringsgesprek wordt minder vanzelfsprekend en meer strategisch.
Ondernemers moeten hun verhaal beter voorbereiden, financiers wegen risico’s strakker af en accountants krijgen een cruciale rol in het verbeteren van dat fundament: cijfers, liquiditeitsprojecties, scenario’s, zekerheden, ratio’s.
6. Wat de pilot ons leert over de toekomst van mkb-financiering
De evaluatie uit het rapport noemt een aantal punten die rechtstreeks relevant zijn voor de adviespraktijk:
a. Informatie over renteklassen ontbreekt — maar is cruciaal
De behoefte aan inzicht in werkelijke financieringskosten is groot. Niet alleen voor beleidsmakers, maar zeker ook voor accountants die willen benchmarken en beoordelen of de kosten passen bij de businesscase.
b. De vraag-aanbod verhouding blijft nog onduidelijk
Hoeveel ondernemers worden afgewezen? Hoeveel vragen er überhaupt financiering aan? Ook accountants zien dat financiering vaak niet het echte probleem is — maar de kwaliteit van het plan wel.
c. Contractniveau versus klantniveau
Deze pilot telt contracten, niet klanten. Dat geeft andere inzichten. Bijvoorbeeld: een ondernemer met 6 kleine leasecontracten ziet er anders uit dan een ondernemer met één grote financiering.
d. Niet-bancaire markt nog onvoldoende in beeld
Voor accountants die met fintech-alternatieven werken, is dit herkenbaar: de markt is divers, versnipperd en minder transparant.
7. Wat betekent dit alles voor accountants in het mkb?
1. Je wordt steeds meer financieel regisseur
De vraag van ondernemers beweegt mee met de markt: welke financiering past nu het beste bij mijn strategie? De accountant wordt steeds meer degene die:
- het speelveld duidt,
- scenario’s doorrekent,
- alternatieven tegen elkaar afweegt,
- en de financieringsstrategie mee vormgeeft.
2. Het mkb heeft behoefte aan context
De pilot geeft een eerste stap naar landelijke benchmarks. Daarmee kun je ondernemers helpen hun positie beter te begrijpen.
3. Financierbaarheid is een randvoorwaarde voor continuïteit
Veel mkb-ondernemingen opereren met beperkte buffers en grote afhankelijkheid van krediet. De cijfers maken opnieuw duidelijk hoe belangrijk goed cashflow- en risicomanagement zijn.
4. Alternatieve financiering wordt mainstream
Niet meer “laatste redmiddel”, maar een regulier onderdeel van de kapitaalstructuur. Accountants moeten weten hoe deze producten werken – en welke valkuilen eraan kleven.
5. De rol van accountants in beleidsvorming groeit
De sector wordt structureel gemonitord. In 2026 volgt een nieuwe uitvraag, mogelijk zelfs een wettelijke basis. Accountants die hun inzichten delen, beïnvloeden het gesprek over mkb-financiering.
8. Conclusie: de uitvraag is meer dan statistiek — het is een spiegel
Het rapport laat vooral zien hoe divers, dynamisch en onvolledig ons beeld van het financieringslandschap was. De pilot brengt daar verandering in.
Voor accountants in het mkb is dit geen abstracte exercitie. Het raakt direct aan de praktijk:
- hoe adviseer je ondernemers?
- hoe beoordeel je financieringsstructuren?
- hoe begeleid je investeringsbeslissingen?
- en hoe zorg je dat een onderneming toekomstbestendig wordt?
Het nieuwe financieringslandschap vraagt om een accountant die niet alleen de cijfers kent, maar ook de weg. De Uitvraag mkb-financiering helpt om die weg scherper te zien — en daarmee ondernemers beter te begeleiden op hun route naar groei en continuïteit.
Jan Wietsma, partner en oprichter MKB-kredietcoach.


Financiering? Dat gaat meestal gepaard met notarissen, accountants en “financieel adviseurs”.
In 2016 overleed een ondernemer en de notaris, de accountant en de “financieel adviseur” namen deel in het bestuur stichting administratiekantoor. In 2014 zijn er met hulp van notaris G., die ook mediator en notaris ten overstaan (rechter) is, twee documenten , convenanten, opgesteld.
In de convenanten staat dat de “financieel adviseur” de mediator is en de notaris G , de toetser van de convenanten. Op de factuur met toelichting van notaris G. staat dat notaris G ook de mediator is.
De “financieel adviseur” staat niet in het mediatorregister genoteerd, maar blijkt gewoon een basisonderwijzer te zijn die enkele cursussen heeft gevolgd. In zijn cv staat Nijenrode, maar Nijenrode kent deze “financieel adviseur” niet.
Ook de accountant RA heeft vooropleiding mavo en Nijenrode. Nijenrode kent ook de accountant RA niet. Bovendien moet je vwo hebben én niet mavo. De accountant komt ook altijd op vraagstukken terug. Hij geeft nooit antwoord op een vraagstuk, omdat hij een medewerker moet vragen hoe het zit.
Met dit dubieus document wordt er een lening verkregen. De “financieel adviseur” is ooit directeur bij een kleine vestiging van een bank geweest en heeft connecties.
In 2017 blijkt dat er fouten in de convenanten staan en dat er mensen zijn die de onderneming en ondernemer nog voor tonnen schuldig zijn. Het drietal die zich als executeurs van de overleden ondernemer voordoen, realiseren zich wat ze gedaan hebben én weigeren toe te geven en het aan te passen.
Ze dwingen de erfgename de onderneming te verkopen. De onderneming is inmiddels gehalveerd in waarde, want een bevriende en klant van de “financieel adviseur” kan het pas kopen als de waarde van de onderneming drastisch verlaagd , zelfs gehalveerd is.
De verlaging wordt onder andere gedaan door het personeelsbestand te verlagen: wegpesten én mensen gaan uit zichzelf weg, zijn ziek geworden, afkeurd en sommige overleden en een paar met pensioen.
Drie kantoorpersoneelsleden worden onder druk gezet om valse verklaringen af te geven. Verklaringen die later in een rechtszaak gebruikt worden. De advocaat prof.mr. .. heeft eeb deal geregeld met de deken van orde van advocaten nadat hij een tuchtszaak aan zijn broek kreeg wegens beïnvloeding van getuigen en rechters.
Twee van de drie kantoor personeelsleden zijn inmiddels weg, nadat ze erachter gekomen zijn dat ze gebruikt zijn.
Klanten die stoppen én plotseling later weer terugkomen bij de nieuwr eigenaar, spullen die privé gekocht waren: amerikaanse tractoren zijn weggegeven, gewoon diefstal.
Van de 63 personeelsleden in 2017 zijn er in nog 38 over in 2024.
Dit is duidelijk belangenver-strengeling, immers de ” financieel adviseur” is voor beide ondernemingen “financieel adviseur”. Om er zeker van te zijn dat de waarheid niet uitkomt, worden er extra advocaten en rechtszaken gestart tegen de erfgename, zodat de waarheid niet uitkomt.
Het AFM en DNB zijn op de hoogte, maar doen helaas niks om dit te stoppen.
Wat is er gebeurd? In 2000 en 2001 zijn leningen gevraagd. De lening was bijna 4x zoveel als het onderpand, twee panden werden gekocht en er was geld geleend bij de onderneming. De leningen stonden op naam van de ondernemer en zijn broer. De overleden ondernemer heeft de schulden geheel inclusief rente terugbetaald, de broer niet. Sterker nog, toen in 2017 bleek dat er iets fout was gegaan met een taxatie, heeft de erfgename de schulden terugbetaald aan de onderneming, maar de schoonbroer niet. Een soort “verrekening” heeft plaatsgevonden.
De erfgename is in juli 2019 als directrice door de accountant ontslagen bij de holding, maar is wel nog bij het stakbestuur waar ze opmerkelijk genoeg een minderheid van stemmen heeft.
De accountant was vanaf 2017 tot en met juni 2022 ook directeur. Hij moest zijn directeurfunctie opgeven, nadat de tuchtrechter dat besloten had. Toch bleef hij nog enkele maanden actief als directeur en ondertekende hij nog documenten.
De accountant heeft geregeld met de belastingdienst dat de broer van de overleden ondernemer zijn schulden niet hoefde terug te betalen aan de onderneming, want volgens het drietallig bestuur had de overleden ondernemer dat niet gewild. Nou, de erfgename wel.
Er zijn nog meer rare dingen die volgens het drietallig bestuur niet mogen uitkomen, ter bescherming van de broer en diens ex vrouw. Zo kreeg de broer een wia uitkering, salaris en pensioen. De broer had “vergeten” door te geven aan het uwv dat hij sinds 2004 niet alleen een uitkering kreeg, maar ook allerlei vergoedingen.
Dit allemaal onder leiding van de “financieel adviseur”, de notaris en de accountant RA. Het idee om de broer en zijn toenmalige vrouw financieel te verzorgen tot hun overlijden, is al in 2000 gelanceerd door de toenmalige accountant en is bekend bij de huidige notaris, die sinds mensenheugenis al notaris is bij deze familie. De overleden ondernemer heeft dit document uit 2000 NIET ondertekend.
Notarissen, accountants en “financieel adviseurs” spelen een grote rol in financieringen.
Dit drietal neemt het niet zo nauw én aangezien de overleden ondernemer zich niet meer kan verdedigen én het drietal bescherming krijgt van zowel de teamleider van de belastingdienst, de bank en de rechters, zullen dit soort financieringen blijven bestaan.
Door middel van een VSO probeert het drietal onder dit creatieve boekhouden uit te komen. Echter de VSO zou voldoende bewijs moeten zijn dat het drietal schuldig is én hun alsnog aansprakelijk te stellen voor hun dubieuze praktijken, immers ze hebben zich ook als executeurs vporgedaan, terwijl ze dat niet zijn.
Wetten worden op verschillende manieren uitgelegd én dat ondermijnt het rechtssysteem.
De tuchtrechter zegt dat de notaris volgens art. 20 lid 2 van de Wet op de notarisambt niet een akte mag belijden van een onderneming én tevens ook bestuurder van die onderneming.
De accountantskamer in Zwolle zei dat de accountant drie petten ophad én dat mag niet. De accountant werd geschorst, maar in hoger beroep is dat een berisping geworden.
De rechters in Limburg zeiden dat het bestuur gelijk had. De overleden ondernemer had gezegd. GEZEGD!!
Nu negen jaar later en de onderneming leeggeplukt stellen ze hun mening bij. De ondernemer gad niks gezegd, maar ze willen volledige kwijting en de lopende tuchtszaken moeten stoppen.
Aan de politiek is het zaak dat de Wet geïnterpreteerd wordt, zoals die bedoeld is en niet dat rechters: kantonrechters, tuchtrechters, hoge beroep rechters, aan dezelfde Wet een andere draai geven. Het lijkt wel Het Rad van Fortuin.
Doordat het arrest in Hoger Beroep niet is aangevochten, want tegen “vriendjespolitiek” kun je niet op, betekent dit dat iedere ondernemer deze truc legaal kan toepassen.
Overigens de erfgename krijgt haar “onderneming” pas terug als de tuchtszaken worden ingetrokken én de kosten voor de onderneming blijven.
NE BIS IN IDEM, dit rechtsbeginsel is ook een “goede bodem” voor witteboordencriminaliteit.
Criminelen werken samen, terwijl het rechtssysteem dat niet doet.
Overigens zijn alle soorten schulden door de overleden ondernemer en zijn erfgename afgelost, dit in tegenstelling van het bestuur en schoonfamilie die nog een hoop schulden schuldig zijn, desnoods aan de overheid.
Een vendor lening (verkoperslening) staat niet in deze tekst.
Een vendor lening is een lening die de verkoper verstrekt aan de koper, als onderdeel van de bedrijfsovername, waardoor de koper een deel van de aankoopprijs kan uitstellen en zo de overname mogelijk maakt of vergemakkelijkt. Hier zitten nadelen aan verbonden als verkoper.
Nadelen:
1. Je bent afhankelijk van de toekomstige prestaties van dat ander bedrijf,
2. bij faillissement sta je achteraan in de rij,
3. verkoper behoudt financiële afhankelijkheid zonder zeggenschap over het bedrijf.
Met ander woorden: vendor lening is eigenlijk een soort oplichting. De verkoper “leent” zijn eigen geld om zijn eigen bedrijf of vastgoed te verkopen.
Deze constructie is ook wat het bestuur van de overleden ondernemer (2016) wilde met de werkbedrijven.De erfgename wilde niet de koper helpen met financieren van de werkbedrijven, dus bedacht het bestuur van de onderneming een andere constructie. De werkbedrijven waren 1,6 miljoen eind 2016 waard, maar is nu nog 6 ton over. 1 miljoen is in de zakken van de drie bestuurders verdwenen. Ze declareren als ware ze executeurs en de advocaatkosten gaan ook ten koste van de onderneming.
De erfgenamen waren een gevaar voor de onderneming, beweert het bestuur, dat had de overleden eigenaar gezegd volgens het bestuur, dus waarom laat je dan de erfgenamen de onderneming na?
Volgens het AFM moet een bank die leningen verstrekken een vergunning hebben, dus hoezo zou een bedrijf leningen aan andere bedrijven mogen geven? Een bank is verzekerd tegen verlies, een mkb- er niet. Bovendien is het eigenlijk voor de verkoper die geld leent, een soort belegging.
Als er MKB-ers zijn die dit lezen: begin er niet aan : vendor lening!
Als een koper niet jouw bedrijf of vastgoed kan financieren met hulp van een bank, dan is er iets aan de hand waarom de bank niet wil financieren.
Bij de erfgename waar ik het over heb, gaat het niet alleen over dat een andere koper van vastgoed het niet kan financieren, maar dat het bestuur bestaande uit een “financieel adviseur” (gebakken luchtverspreider), een accountant, een notaris niet willen dat de erfgename en mede oprichtster ooit over en aan haar eigen vermogen komt, wat er nog van over is.
Het drietal weigert weg te gaan uit het bestuur, ondanks dat de ondernrmkng leeggeplukt is. Ze zijn bang voor strafvervolging, omdat ze zich voorgedaan hebben als executeurs.
In feite hebben zijn zich zonder ooit erfbelasting of schenkbelasting of inkomstenbelasting, de gehele onderneming toegeëigd.