Dat blijkt uit het Jaarverslag 2025 van het programma Verhuld Vermogen, dat staatssecretaris Eelco Eerenberg van Financiën heeft meegestuurd met zijn Stand-van-zakenbrief Belastingdienst aan de Tweede Kamer.
In 2025 behandelde de Belastingdienst 1.495 signalen van mogelijk verhuld vermogen, 12,5 procent meer dan een jaar eerder. In 522 dossiers volgde een correctie. De gemiddelde opbrengst per gecorrigeerd dossier kwam uit op ruim € 266.000.
Buitenlandse structuren grootste bron
Van de totale opbrengst van € 139 miljoen was € 66,5 miljoen afkomstig uit zaken rond buitenlandse rechtspersonen. Het gaat bijvoorbeeld om buitenlandse vennootschappen en andere juridische structuren waarmee inkomen of vermogen buiten het zicht van de Nederlandse fiscus wordt gehouden.
Internationale gegevensuitwisseling was goed voor nog eens € 40,6 miljoen. Inmiddels wisselen 134 landen automatisch financiële gegevens uit, waardoor de Belastingdienst informatie ontvangt over onder meer buitenlandse bankrekeningen en ander financieel vermogen dat niet altijd in Nederlandse aangiften is verantwoord.
Daarnaast werd € 16,3 miljoen geïncasseerd na vrijwillige verbetering door belastingplichtigen die zich zelf bij de fiscus meldden om alsnog af te rekenen over eerder niet opgegeven inkomen of vermogen.
Eerenberg benadrukt in zijn Kamerbrief dat toezicht en fraudebestrijding naast dienstverlening een belangrijke taak van de Belastingdienst blijven. Volgens hem wordt vanuit de maatschappij terecht verwacht dat de fiscus „zichtbaar en stevig optreedt tegen fraude, misbruik en het bewust niet naleven van fiscale verplichtingen”. Fraude en misbruik kunnen volgens de staatssecretaris het maatschappelijk draagvlak voor naleving aantasten.
Tegelijkertijd wijst hij erop dat de beschikbare toezicht- en opsporingscapaciteit begrensd is. „Niet elke vorm van niet-naleving kan met dezelfde intensiteit worden aangepakt.” Daarom moeten keuzes worden gemaakt om de capaciteit doelmatig en gericht in te zetten.
Meer complexe verhulling
Volgens de Belastingdienst verschuift de problematiek van traditionele vormen van vermogensverhulling, zoals buitenlandse bankrekeningen, naar complexere constructies met buitenlandse rechtspersonen en digitale financiële producten. De fiscus zegt zijn toezichtstrategie, expertise en capaciteit daarop aan te passen.
Daarbij moet ook nieuwe Europese regelgeving meer zicht geven op vermogen dat via digitale kanalen wordt aangehouden. Met DAC8 wordt de automatische gegevensuitwisseling uitgebreid met informatie over cryptoactiva. De Belastingdienst wil daarnaast verder investeren in data-analyse en internationale samenwerking.
De aanpak past volgens Eerenberg binnen de bredere Uitvoerings- en Handhavingsstrategie van de Belastingdienst. Die is gericht op het voorkomen van fouten waar dat kan, ondersteuning bij naleving, gerichte inzet van toezicht en „het krachtig aanpakken van fraude waar dat moet”.


Geef een reactie