Op 31 juli overleed Wim Scherpenhuijsen Rom (87). De grondlegger van ING moest in 1992 al na drie maanden aftreden. Een ‘saaie accountant’ die zich niet thuisvoelde in de jungle van het zakenleven,luidde indertijd het oordeel.
In de suikerpot gezeten
Het was voor Scherpenhuijsen Rom onverdraaglijk dat juist zijn integriteit ter discussie kwam te staan. De oud-militair en register accountant gold bij uitstek als toonbeeld van correct handelen. Kort na zijn aantreden als eerste topman van ING in 1992 onthulde de Volkskrant echter dat Scherpenhuijsen ‘met zijn vingers in de suikerpot had gezeten’. Het ging om een privébelegging van 700 duizend gulden bij een klant van de bank van 15 jaar eerder. Hij deed er alles aan om het verhaal uit de krant te houden – hij dreigde met het terugtrekken van advertenties – maar de Volkskrant publiceerde toch. Na enkele dagen moest hij aftreden onder druk van De Nederlandsche Bank en zijn eigen commissarissen.
Militair werd accountant
Scherpenhuijsen Rom was afkomstig uit een patriciërsgeslacht. Zijn vader was beroepsmilitair, zijn moeder antroposofe. In 1952 ging hij naar de Koninklijke Militaire Academie en klom op tot kapitein in de luchtmacht. Maar het werk verveelde hem. ‘Het leger is net als de brandweer. Je bent permanent beschikbaar, er gebeurt alleen zo weinig,’ zei hij eens. Hij deed vanaf 1967 een studie tot registeraccountant terwijl hij bij de NMB (Nederlandse Middenstandsbank) werkte. Op weg naar de top van deze bank – die hij binnen tien jaar wist te bereiken – was hij onder meer hoofd van de interne accountantsdienst. In 1992 fuseerde NMB onder zijn leiding met verzekeraar Nationale Nederlanden tot ING, het eerste financiële conglomeraat van ons land.
Dubieuze samenwerking
Bij zijn gedwongen vertrek als topman van ING, al drie maanden na zijn benoeming, was er volop verbazing. Hoe had dit uitgerekend Scherpenhuijsen, het vleesgeworden cliché van de ‘saaie accountant’, kunnen overkomen? Iemand zei in de krant: ‘Hij hield niet van ondernemers die zich langs de rand van de afgrond bewogen. Hij voelde bijvoorbeeld niets voor de financiering van bordelen.’ Maar als dat al zo was, dan was dit onkreukbare inzicht pas op latere leeftijd tot Scherpenhuijsen gekomen. In 1977, toen hij al bestuursvoorzitter van de NMB was, stapte hij in een commanditaire vennootschap met onder meer Abel Notenbomer, een ondernemer van dubieus allooi, die bovendien een belangrijke klant van de NMB was. ‘Hij is toen in de lepe kant van de commercie gestonken’ blikte een ingewijde in 1992 terug. ‘Hij is te goed van vertrouwen geweest’ vond iemand anders. Maar er waren ook geluiden dat het een jeugdzonde betrof ‘die in die tijd voor veel bankiers doodnormaal was’.
Oude stempel
Bij zijn aftreden bestond nog de indruk dat Scherpenhuijsen de eer aan zichzelf had gehouden vanwege de hoge morele normen die hij aan zichzelf en zijn omgeving stelde. Later zou blijken dat de topman zijn aftreden onterecht vond. ‘Juridisch en fiscaal was er ook naar de normen van die tijd niets aan de hand,’ zei hij jaren na de affaire. Misschien was zijn verweer feitelijk juist – DNB dacht er indertijd anders over – maar met dergelijke opmerkingen toonde Scherpenhuijsen aan dat hij een bestuurder van de oude stempel was die de tijdgeest niet helemaal meer begreep. Als topman kon hij zich verliezen in details. In reclameteksten voor de bank wilde hij nog wel eens persoonlijk ingrijpen, wanneer het Nederlands van de copywriters hem niet beviel. Over artikelen in de pers kon hij zich opwinden, wanneer details een in zijn ogen verkeerd beeld opriepen. Die irritatie uitte hij ook. Niet zelden wendde hij zich tot de hoofdredactie bij onwelgevallige publicaties. Scherpenhuijsen had niet begrepen dat er na de jaren zestig en het afbreken van de verzuiling iets wezenlijks veranderd was in Nederland. Hij dacht zijn gelijk te halen door een hoofdredacteur te kapittelen maar ving bot. Harry Lockefeer van de Volkskrant zei dat hij niet kon afzien van publicatie omdat het om de vrijheid van journalistiek ging, volgens Scherpenhuijsen ‘het slapste verhaal’ dat hij in tijden had gehoord.
Zandkasteel
Een ander belangrijk aspect van zijn karakter was zijn antroposofische levensovertuiging. Het is dankzij deze overtuiging dat Scherpenhuijsen na zijn dood voortleeft. In 1982 gaf Scherpenhuijsen opdracht tot de bouw van een nieuw NMB-hoofdkantoor in Amsterdam Zuidoost. Het Zandkasteel is nog steeds een van de beeldbepalende gebouwen van dit stadsdeel. Aanvankelijk was het ook het hoofdkantoor van ING, maar toen het pand te groot werd voor het inkrimpende personeelsbestand verhuisde de bank naar de Amsterdamse Poort, vlakbij station Amsterdam Bijlmer. Het Zandkasteel is sinds 2017 een gemeentelijk monument.


Geef een reactie