
Het aantal Nederlandse vrouwen dat deelneemt aan de werkzame beroepsbevolking is met 80,2% hoog. Alleen in IJsland en Zweden is de vrouwelijke arbeidsparticipatie hoger. Steeds vaker stoten vrouwen ook door naar de top van het bedrijfsleven. Maar omdat in vergelijking met andere landen Nederlandse vrouwen veel meer in deeltijd werken, lossen de problemen op de arbeidsmarkt niet op. Dat blijkt uit de Women in Work Index 2023 van PwC. De Index geeft jaarlijks een beeld van de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt in drieëndertig landen.
Nederland neemt al jaren een plek in de middenmoot in, en stijgt dit jaar van plaats 16 naar 15. De scores worden bepaald aan de hand van een aantal variabelen, o.a. de arbeidsparticipatie van vrouwen, de loonkloof, het werkloosheidspercentage en het aandeel vrouwelijke werknemers in fulltime posities.

Starink benadrukt in het licht van deze uitdagingen de dringende behoefte aan beleidsoplossingen die de directe problemen als de onderliggende oorzaken aanpakken. “Het is goed dat dit kabinet kinderopvang betaalbaarder wil maken. Dat helpt om meer te kunnen werken als ouder. Tegelijkertijd moeten we inzetten op weer meer gaan werken zodra het gezinsleven dit weer toelaat, in combinatie met later met pensioen gaan. Het actief houden van vijftigplussers kan een belangrijke bijdrage leveren aan de krapte op de arbeidsmarkt.”
Uit de Women in Work Index blijkt Nederland wel positief te scoren op het aantal vrouwen in de boardroom. Dat is gestegen van 13,9% naar 34,8% in tien jaar. Daarmee scoort Nederland verhoudingsgewijs veel beter dan de andere landen uit het onderzoek. We laten hiermee landen als Duitsland, Spanje, Canada en de Verenigde Staten achter ons.


Geef een reactie