
Het doeltreffendheidsbeginsel verlangt dat – in geval van terugbetaling van belasting die door een lidstaat in strijd met het Unierecht is geïnd – de nationale voorschriften moeten waarborgen dat de belastingplichtige een passende vergoeding ontvangt. Daarbij wordt met name gedoeld op de eventueel verschuldigde rente. Een nationale regeling die pas rente toekent vanaf de dag die volgt op die waarop om terugbetaling van de ten onrechte geïnde belasting is verzocht, voldoet hier niet aan.
Introductie Irimierente
Naar aanleiding van de in de inleiding besproken jurisprudentie heeft de Nederlandse wetgever per 1 januari 2015 artikel 28c Invorderingswet 1990 ingevoerd. Op basis van dit artikel wordt op verzoek aan de belastingschuldige invorderingsrente vergoed (hierna: Irimierente) over een bepaalde periode, als de ontvanger op grond van een beschikking van de inspecteur is gehouden belasting terug te geven, omdat de belasting in strijd met het Unierecht is geheven.
Dit verzoek moet wel tijdig worden gedaan, namelijk zes weken na dagtekening van de beschikking van de inspecteur, op grond waarvan de ontvanger gehouden is belasting terug te geven, omdat de desbetreffende belasting in strijd met het Unierecht is geheven. Het percentage van de Irimierente is gelijk aan de wettelijke rente, maar is minimaal 4. Dit percentage is niet in strijd met het hiervoor genoemde doeltreffendheidsbeginsel, mits dit percentage het rentepercentage benadert waarvoor de belastingplichtige het bedrag aan in strijd met het Unierecht betaalde belasting bij een bank zou kunnen lenen.
Irimierente en Nederlandse jurisprudentie
Voor het recht op Irimierente moet daarmee onder andere sprake zijn van in strijd met het Unierecht geheven belastingen. Eén van die belastingen kan de btw zijn. Inmiddels is er nationale jurisprudentie verschenen waarin het recht op Irimierente bij terugbetaling van btw steeds meer wordt uitgekristalliseerd. Er is onder andere geoordeeld dat de lat niet heel hoog ligt bij het oordeel of belasting is geheven in strijd met het Unierecht. Naar het oordeel van het gerechtshof Den Haag is voldoende dat de teruggaaf niet binnen een redelijke termijn is geëffectueerd en de belastingplichtige hiervan nadeel ondervindt.
De oorzaak van de teruggaaf maakt niet uit. Het maakt ook niet uit of dit bijvoorbeeld een onjuiste interpretatie betreft van de Belastingdienst of een vergissing van de belastingplichtige of welk artikel in de Btw-richtlijn van toepassing is, aldus het gerechtshof Den Haag. De staatssecretaris van Financiën is het hier niet mee eens en legt de lat wel hoog bij het oordeel of belasting in strijd met het Unierecht is geheven. De verkeerde toepassing door een belastingplichtige van een wet die materieel niet in strijd is met het Unierecht zou naar de mening van de staatssecretaris niet kunnen leiden tot vergoeding van invorderingsrente.
Standpunt ontvanger met betrekking tot afstandsverkopen
De regeling van afstandsverkopen kan van toepassing zijn bij de levering van goederen aan particulieren in andere lidstaten. Als de regeling van toepassing is, worden de leveringen van goederen door een Nederlandse ondernemer voor de btw in de lidstaat van bestemming van de goederen verricht. Een Nederlandse ondernemer is dan btw in die lidstaat verschuldigd. Als de Nederlandse ondernemer in eerste instantie Nederlandse btw aan buitenlandse particulieren in rekening heeft gebracht terwijl de afstandsverkopenregeling van toepassing is, kan hij dit corrigeren.
De Nederlandse ondernemer betaalt dan btw in de lidstaat van bestemming van de goederen en vraagt de Nederlandse betaalde btw terug van de Belastingdienst via suppletieaangiften. In een niet-gepubliceerde brief met betrekking tot de afwijzing van een verzoek om Irimierente heeft de ontvanger laten weten dat alleen Irimierente wordt vergoed, wanneer op basis van een wet, die materieel in strijd is met het Unierecht, wordt geheven en deze strijdigheid blijkt uit:
- een uitspraak van het Hof van Justitie;
- een arrest van de Hoge Raad;
- conformatie van de staatssecretaris van Financiën aan jurisprudentie van feitenrechters.
Leveringen in lidstaat van bestemming van goederen
De ontvanger neemt dit standpunt in deze brief in met betrekking tot leveringen van goederen door Nederlandse ondernemers aan particulieren in andere lidstaten, die ondernemers daarbij ten onrechte Nederlandse btw in rekening hebben gebracht. Op basis van de regeling afstandsverkopen worden de leveringen namelijk geacht in de lidstaat van bestemming van de goederen te hebben plaatsgevonden.
Als deze ondernemers dit vervolgens herstellen door de Nederlandse btw terug te vragen en buitenlandse btw in de betreffende lidstaat te betalen – doordat de regeling van afstandsverkopen van toepassing is – wordt het verzoek om Irimierente afgewezen. Er zou namelijk geen recht bestaan op Irimierente als het aan ondernemers zelf te wijten is dat er ten onrechte Nederlandse btw is geheven. Mijn ervaring is inmiddels dat de ontvanger verzoeken om Irimierente van verschillende belastingplichtigen in soortgelijke situaties heeft afgewezen.
Prejudiciële vraag aan Hof van Justitie
Inmiddels heeft de rechtbank Gelderland aan het Hof van Justitie de prejudiciële vraag gesteld of Irimierente moet worden vergoed als de teruggaaf van in strijd met het Unierecht geheven belasting niet aan de inspecteur is te wijten. Deze rechtbank heeft hierover namelijk twijfels.
Wat moeten belastingplichtigen doen?
Naar aanleiding van deze ontwikkelingen rijst de vraag of belastingplichtigen recht hebben op Irimierente als de in strijd met het Unierecht geheven btw niet aan de inspecteur is te wijten. Op basis van nationale wetsgeschiedenis en Europese jurisprudentie kan worden verdedigd dat deze vraag bevestigend moet worden beantwoord.[1]
Het is echter wachten op het antwoord van het Hof van Justitie op de hiervoor bedoelde prejudiciële vraag van de rechtbank Gelderland. In de tussentijd doen belastingplichtigen die alsnog willen voldoen aan de regels voor afstandsverkopen er verstandig aan om tijdig bezwaar te maken tegen teruggaafbeschikkingen als gevolg van suppletieaangiften. In de bezwaarfase kunnen belastingplichtigen verzoeken om aanhouding van de bezwaarprocedure in afwachting van de antwoorden van het Hof van Justitie op de hiervoor genoemde prejudiciële vraag.
[1] Zie hierover nader M.W.C. Soltysik, Altijd recht op Irimierente bij terugbetaling van btw?, WFR 2023/127.
Micha Soltysik is specialist formeel belastingrecht, btw-specialist en trainer bij Fiscount
Heb je cliënten die alsnog de regeling afstandsverkopen willen toepassen en die de ten onrechte betaalde Nederlandse btw willen terugvragen? Neem dan contact op met Micha Soltysik, m.soltysik@fiscount.nl of via 038 – 45 61 900 om te laten onderzoeken of er recht bestaat op Irimierente en voor de eventuele terugvraag daarvan.
Wil je in staat zijn om de formeelrechtelijke belangen van je cliënt tijdens een boekenonderzoek en een bezwaar- en beroepsprocedure te behartigen? Volg dan de cursus Handelen naar rechten en plichten bij een boekenonderzoek.
Geef een reactie