Het oordeel van de rechtbank dat een verdeling van het negatieve resultaat van een vof niet kan resulteren in een positief resultaat bij een van de vennoten kan maar tot een conclusie leiden, namelijk dat die onzakelijk is. Gerechtshof Den Bosch ziet ook dat de kosten voor het lidmaatschap van de vakbond geen zakelijk karakter dragen omdat het lidmaatschap van de vakbond vanuit privébelang is aangehouden.
Een man treedt vanaf 2013 toe tot een onderneming die in 2009 door zijn echtgenote was gestart en zij drijven vanaf dat moment gezamenlijk een onderneming in firmaverband. De nieuwe vof exploiteert een congrescentrum. Tot en met 2013 was de man daarnaast in loondienst welke dienstbetrekking is beëindigd door middel van een vaststellingsovereenkomst.
De vennoten hebben de werkzaamheden voor de vof als volgt verdeeld: de man ondersteunt de bedrijfsvoering met verbouwen, opruimen, netwerken, inrichten van zalen, dekken en afruimen van tafels, afwassen, poetsen en onderhoud. Tevens verzorgt hij de administratie, facturatie, boekhouding en aangiften. De echtgenote houdt zich bezig met verdere conceptontwikkeling, website en marketing, klantcontacten, offertes, dagplanning, inkoop en catering.
Voormalig studentenpand
Verder zijn de man en zijn echtgenote eigenaar van een (voormalig studenten) pand waar in de periode 2014 tot en met 2017 een minderjarige alleenstaande asielzoeker verblijft, die illegaal in Nederland is. De man en zijn echtgenote ondersteunen de asielzoeker onder andere door hem van leefgeld te voorzien ( € 50 per week) omdat hij op geen enkele andere wijze hulp kon krijgen en ook niet mocht werken gezien zijn verblijfsstatus. Hij verrichtte schoonmaakwerkzaamheden in het congrescentrum dat wordt geëxploiteerd door de vof.
Na een eerder in 2013 ingesteld boekenonderzoek naar de aanvaardbaarheid van de voor de jaren 2009 tot en met 2011 ingediende aangiften IB/PVV, waarbij de bedrijfskosten met de facturen zijn afgestemd, zijn géén bijzonderheden aangetroffen.
Daarnaast heeft de man in zijn aangiften IB/PVV voor de jaren 2014, 2015 en 2016 ieder jaar € 5.500 opgegeven als kosten voor alimentatie en andere onderhoudsverplichtingen. Dit bedrag ziet op de kwijtschelding van de huurpenningen die de asielzoeker als bewoner van het pand verschuldigd is.
Winstverdeling zakelijk?
Na een nieuw boekenonderzoek in 2019 staan ter discussie of de resultaatverdeling zakelijk is en of de kosten van het lidmaatschap van de vakbond en de kosten van schoonmaak aftrekbaar zijn.
De man stelt, in tegenstelling tot de inspecteur, dat de door hem en zijn echtgenote gekozen resultaatverdeling zakelijk is. Zijn bijdrage in uren is vrijwel gelijk aan de bijdrage van zijn echtgenote, maar dat de (commerciële) verantwoordelijkheid voor de vof grotendeels bij zijn echtgenote ligt. Volgens hem doet de hogere beloning voor zijn echtgenote dus recht aan de feitelijke situatie.
Verder wijst de man op de lijfrente die hij heeft laten uitkeren na het sluiten van de vaststellingsovereenkomst om zijn kapitaalinbreng voor de vof mogelijk te maken. Dit rechtvaardigt naar zijn mening dat meer verlies aan hem wordt toegerekend bij de gekozen resultaatverdeling.
De inspecteur meent dat onafhankelijk van elkaar handelende partijen een dergelijke verdeling van verliezen nooit zouden accepteren gezien de tijdsbesteding van elk van de vennoten en de taakverdeling. De rechtbank volgt de inspecteur en stelt dat een verdeling van het negatieve resultaat van de VOF niet kan resulteren in een positief resultaat bij een van de vennoten. Dat wordt niet anders door het feit dat partijen in het firmacontract een variabele resultaatsverdeling, geen arbeidsbeloning en geen vergoeding voor de inbreng van de man hebben afgesproken.
Het hof gaat uit van een winstverdeling van 50% aan ieder van de vennoten.
Lidmaatschap vakbond
Wat betreft het lidmaatschap van de vakbond stelt de man dat hij het lidmaatschap heeft aangehouden zodat hij recht hield op juridische bijstand voor het geval er nog een conflict zou ontstaan over de uitleg van de vaststellingsovereenkomst. Het lidmaatschap van de vakbond is daarmee noodzakelijk voor zijn positie als vennoot van de vof aangezien het hem zekerheid biedt en destijds de noodzakelijke financiering voor de vof niet in gevaar kwam.
Het hof acht het echter niet aannemelijk dat de vakbond in het geval dat de vof een zakelijk conflict heeft, zal optreden. Het hof onderschrijft de stelling van de inspecteur dat de vaststellingsovereenkomst het privébelang van de man behartigt aangezien deze ziet op de afwikkeling van een dienstbetrekking die werd uitgeoefend vóór de toetreding tot de vof.
Schoonmaakkosten
Van de schoonmaakkosten vindt de man dat de betalingen van leefgeld aan de asielzoeker] van € 50 per week op zakelijke gronden berusten en als schoonmaakkosten van de vof in aanmerking moeten worden genomen. Volgens hem zijn de schoonmaakdiensten noodzakelijk voor de dagelijkse bedrijfsvoering van de onderneming.
De inspecteur verklaarde dat de correctie voor de schoonmaakkosten komt te vervallen gezien de bijzondere situatie die speelt met betrekking tot de zorg voor de asielzoeker en het vertrouwen dat de man heeft kunnen ontlenen aan de uitlatingen in het controlerapport van 2013 over de kosten van de onderneming. De aftrek van de schoonmaakkosten van 2014, 2015 en 2016 wordt alsnog verleend.
De man stelde verder nog dat er geen sprake was een zogenoemd nieuw feit als bedoeld in artikel 16, lid 1, Algemene wet inzake rijksbelastingen bij de navordering voor de jaren 2014 en 2015 met betrekking tot de correcties die zien op de schoonmaakkosten en de kosten voor het levensonderhoud van de asielzoeker.
Nieuw feit
Naar het oordeel van het hof vormen de bevindingen uit het boekenonderzoek van 2019 een nieuw feit dat in beginsel navordering rechtvaardigt. En acht het hof aannemelijk dat de inspecteur voorafgaand aan het opleggen van de navorderingsaanslagen niet wist dat de kosten voor het levensonderhoud van de asielzoeker als alimentatie en andere onderhoudsverplichtingen in aanmerking waren genomen.
Een beroep op het vertrouwensbeginsel dat de schoonmaakkosten en de kosten voor het levensonderhoud al jaren in de aangiften in aanmerking zijn genomen en die aangiften steeds zijn gevolgd, en dat daarmee door de inspecteur vertrouwen is gewekt, slaagde niet.

Lidmaatschap vakbond
Geef een reactie