Het leek een goed idee: werkgevers die een oudere werknemer vanuit een uitkeringssituatie in dienst nemen krijgen een loonkostenvoordeel. Maar de regeling bleek niet effectief. Minister Van Gennip laat de Kamer nu weten hoe ze het loonkostenvoordeel voor oudere werknemers gaat afschaffen.
Als een senioren (langer) werken, heeft dit toegevoegde waarde voor de senioren zelf, voor de organisaties, voor collega’s en voor de samenleving als geheel. Een van de instrumenten om de arbeidsparticipatie van senioren te stimuleren is het loonkostenvoordeel (LKV) oudere werknemer. Dit biedt werkgevers een tegemoetkoming als zij oudere werknemers vanuit een uitkering in dienst nemen. Uit onderzoek blijkt dat het loonkostenvoordeel voor oudere werknemer geen significant effect heeft op de werkgelegenheid. Vanwege de beperkte doeltreffendheid heeft het kabinet in de voorjaarsnota 2023 aangekondigd om dit loonkostenvoordeel af te schaffen per 2026.
Stapsgewijs
Het LKV oudere werknemer dat is verleend voor dienstbetrekkingen die zijn begonnen op of na 1 januari 2024 wordt verlaagd (per 1 januari 2025) en afgeschaft (per 1 januari 2026). Voor dienstbetrekkingen die zijn begonnen vóór 1 januari 2024 wordt het LKV ouderen niet verlaagd en afgeschaft. Ter illustratie: een werkgever heeft voor een werknemer die op 1 maart 2024 in dienst treedt en voldoet aan de voorwaarden, voor de 10 resterende maanden in 2024 recht op het huidige bedrag van € 3,05 per uur. Voor de uren gemaakt in 2025 heeft de werkgever recht op het verlaagde bedrag van € 1,35 per uur. Vanaf 1 januari 2026 heeft de werkgever voor deze werknemer geen recht meer op LKV ouderen.
|
|
2024 |
2025 |
2026 |
|
Dienstbetrekkingen die beginnen vóór 1 januari 2024 |
€ 3,05 |
€ 3,05 |
€ 3,05 |
|
Dienstbetrekkingen die beginnen in 2024 |
€ 3,05 |
€ 1,35 |
– |
|
Dienstbetrekkingen die beginnen in 2025 |
n.v.t. |
€ 1,35 |
– |
|
Dienstbetrekkingen die beginnen in 2026 |
n.v.t. |
n.v.t. |
– |
Het ministerie gaat samen met UWV en de Belastingdienst werknemers en werkgevers informeren over de voorgenomen stapsgewijze afschaffing van het LKV oudere werknemer. Vanwege de mogelijkheid tot een aanvraag voor een doelgroepverklaring oudere werknemer via de gemeente worden ook gemeenten erbij betrokken.
Niet-gebruik loonkostenvoordelen
Uit de evaluatie van de loonkostenvoordelen is gebleken dat er sprake is van een aanzienlijk niet-gebruik van de loonkostenvoordelen. Veel werkgevers die wel recht hebben op loonkostenvoordelen, vragen dit niet aan. De evaluatie heeft ten dele onderzocht wat de oorzaak is van het hoge niet-gebruik. Uit onderzoek blijkt dat de meeste redenen voor niet-gebruik samenhangen met onbekendheid van het instrument en onbekendheid over tot welke doelgroep een werknemer behoort. Zo zetten werkgevers die geen gebruik maken van een van de loonkostenvoordelen maar wel kandidaten in dienst hebben die tot een van de doelgroepen van de loonkostenvoordelen behoren, meestal reguliere vacatures uit. Ze werven niet specifiek binnen de doelgroepen van de loonkostenvoordelen. Het aanvraagproces voor een loonkostenvoordeel zelf lijkt geen reden voor niet-gebruik te zijn.
Denkrichtingen
In het onderzoek komt een aantal denkrichtingen aan de orde om het niet-gebruik te verlagen. Het gaat om het vergroten van de communicatie, het periodiek screenen van het personeelsbestand op werknemers die tot een van de doelgroepen van de loonkostenvoordelen behoren en het automatisch verstrekken van de loonkostenvoordelen zonder aanvraag via de loonaangifte. Het periodiek screenen van het personeelsbestand van werkgevers en het automatisch verstrekken van de loonkostenvoordelen vindt Van Gennip niet wenselijk, vanwege privacy van de werknemer die daarmee in het gedrang komt. Voor het automatisch verstrekken van de loonkostenvoordelen geldt dat de doelmatigheid lager zal worden. Door automatische verstrekking zouden immers ook werkgevers loonkostenvoordeel ontvangen voor werknemers die ze ook zonder financiële prikkel hadden aangenomen. Het laatste zetje in de vorm van een loonkostenvoordeel is voor hen niet nodig.
In gesprek
Van Gennip onderschrijft het belang om de communicatie over de loonkostenvoordelen te vergroten. Uit het onderzoek blijkt dat niet-gebruik met name speelt bij kleinere werkgevers en in de sectoren Groot- en detailhandel, Horeca, IT, Advisering, onderzoek en overige specialistische zakelijke dienstverlening en Bouw en Industrie. Bij grotere werkgevers is er relatief minder sprake van niet-gebruik. De minister gaat daarom met werkgeversorganisaties, UWV en de Belastingdienst in gesprek over het vergroten van de communicatie richting kleine werkgevers en de genoemde sectoren. Daarnaast verwacht Van Gennip dat het niet-gebruik bij het loonkostenvoordeel voor de doelgroep banenafspraak afneemt als de doelgroepverklaring die nodig is voor het aanvragen van dat loonkostenvoordeel wordt afgeschaft. Het gaat namelijk om een vermindering van de administratieve lasten. Deze afschaffing is onderdeel op 16 oktober 2023 ingediende wetsvoorstel tot verbetering van de banenafspraak en de quotumregeling.
Lees hier de brief van Van Gennip.


Geef een reactie