Het hof deed vlak voor Kerst uitspraak in de zaak. SILC treedt op voor een groep beleggers die Airbus-aandelen kochten in de periode van 2014 tot 2020. De beleggers eisen schadevergoeding omdat Airbus niet tijdig gemeld zou hebben dat er onderzoek naar het bedrijf werd gedaan vanwege beschuldigingen van corruptie en omkoping. SILC wilde door de rechter worden toegelaten als belangenorganisatie, om zo een massaschadeclaim voor de beleggers in te kunnen dienen.
De Franse, Engelse en Amerikaanse justitiële autoriteiten deden jarenlang onderzoek naar wereldwijde corruptie en omkoping door Airbus. In 2020 trof Airbus een schikking met de autoriteiten. Airbus kreeg een boete opgelegd van € 3,6 miljard. SILC verwijt Airbus te hebben verhuld dat er bij het bedrijf onderzoek naar corruptie en omkopingspraktijken werd gedaan in de periode 2014 tot 2020. Volgens SILC hebben beleggers daardoor hun aandelen in die periode tegen een te hoge koers gekocht.
Verbonden aan commerciële organisatie
SILC wil door de rechter worden toegelaten als belangenorganisatie en voor deze beleggers een massaschadeclaim indienen, niet alleen tegen de vliegtuigbouwer, maar onder meer ook tegen accountant EY. “In massaschadezaken is het gebruikelijk dat rechters eerst toetsen of zij bevoegd zijn om de zaak te kunnen behandelen en of de belangenorganisatie die de collectieve actie wil instellen voldoet aan de strenge eisen die de Wet afwikkeling massaschade in collectieve acties daaraan stelt. In deze zaak oordeelt het hof dat SILC niet aan die eisen voldoet”, aldus het gerechtshof. “Dat komt doordat SILC op zodanige wijze is verbonden aan commerciële organisaties dat de stichting niet voldoet aan eisen van de Claimcode, een governancecode die voorschrijft hoe belangenorganisaties die een collectieve actie willen instellen hun organisatie moeten inrichten.”
Daardoor is onvoldoende gewaarborgd dat SILC de belangen van de beleggers voorop kan stellen in de te voeren processtrategie en de onderhandelingen over een schikking, zoals de wet eist. Daarom heeft het hof, net als de rechtbank, de stichting niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de EY-accountant is nog wel een tuchtklacht aanhangig. De AFM verwijt hem de frauderisico’s te weinig in het oog te hebben gehouden.


Geef een reactie