De stijging is volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) de grootste sinds juli 2021. In het voorgaande kwartaal was het ondernemersvertrouwen juist sterk gedaald, van -1,8 in januari naar -14,8 in april.
Met een stand van -5,3 blijft het vertrouwen negatief. De uitkomst ligt ook onder het gemiddelde van -3,8 over de periode waarover het CBS cijfers beschikbaar heeft.
De vertrouwensindicator is gebaseerd op het oordeel van ondernemers over de economische ontwikkeling in de afgelopen drie maanden en hun verwachtingen voor de komende drie maanden. Over de afgelopen periode zijn ondernemers duidelijk negatiever dan over de komende maanden. De twee deelindicatoren kwamen uit op respectievelijk -9,3 en -1,4.
Vertrouwen stijgt in bijna alle sectoren
In bijna alle onderzochte bedrijfstakken nam het ondernemersvertrouwen toe. Alleen in de autohandel en -reparatie daalde de indicator, van -5,2 in april naar -8,0 in juli.
De grootste verbetering was zichtbaar in de bouwnijverheid. Daar steeg het vertrouwen van -29,4 naar -12,8. Ook in de landbouw, bosbouw en visserij liep de indicator op, van -36,3 naar -21,0. Samen met de horeca, waar het vertrouwen uitkwam op -19,5, behoren deze sectoren nog steeds tot de bedrijfstakken met de laagste scores.
In de informatie- en communicatiesector was het vertrouwen met 4,6 positief. Ook in de sector cultuur, sport en recreatie lag de indicator met 0,4 net boven nul. In de industrie steeg het vertrouwen naar -1,0, het hoogste niveau sinds begin 2022.
Geopolitieke ontwikkelingen vaak genoemd
Van alle ondervraagde ondernemers zegt 78 procent dat de economische onzekerheid in de afgelopen twaalf maanden is toegenomen. Geopolitieke ontwikkelingen, waaronder oorlogen en handelsspanningen, werden door 42,5 procent genoemd als een van de belangrijkste oorzaken.
Veranderingen in de vraag of de markt werden door 24,2 procent genoemd. De beschikbaarheid van personeel, leveranciers of productiemiddelen volgde met 22,4 procent. Binnenlands beleid en regelgeving werd door 18,5 procent genoemd. Ondernemers konden maximaal twee oorzaken aangeven.
Volgens het CBS worden geopolitieke ontwikkelingen relatief vaak genoemd in de industrie en in de sector vervoer en opslag. In de vastgoedsector en de landbouw wijzen ondernemers juist vaker op binnenlands beleid en regelgeving.
Ondernemers bouwen buffers op
Bijna driekwart van de ondernemers die meer economische onzekerheid ervaren, heeft maatregelen genomen. Het vergroten van de interne flexibiliteit werd het vaakst genoemd. Zo maakt 35,6 procent personeel breder inzetbaar of past de bedrijfsvoering aan.
Daarnaast bouwde 23 procent financiële buffers op of besteedde meer aandacht aan het beheer van de liquiditeit. Bij 22 procent leidde de onzekerheid tot minder of uitgestelde investeringen. Verder spreidde 13,2 procent leveranciers, klanten of afzetmarkten. Ruim een kwart nam geen specifieke maatregelen.
De cijfers komen uit de Conjunctuurenquête Nederland van het CBS, KVK, het Economisch Instituut voor de Bouw, MKB-Nederland en VNO-NCW. Financiële instellingen en nutsbedrijven zijn niet in de uitkomsten opgenomen.


Geef een reactie