Een bv, opgericht op 28 mei 2013, exploiteert een uitzendbureau voor technisch personeel. De aandelen van de bv zijn in bezit van een holding-bv. De bv kiest voor het tijdvak van 28 mei 2013 tot en met 31 december 2013 niet voor toepassing van de werkkostenregeling.
Naar aanleiding van een strafrechtelijk onderzoek stelt de inspecteur een boekenonderzoek in naar onder meer de aanvaardbaarheid van de ingediende aangiften loonheffingen over de periode van 28 mei 2013 tot en met 31 december 2013. De conclusie van het onderzoek is dat zwarte lonen zijn betaald en dat onder andere bepaalde vergoede kosten ten onrechte niet of niet volledig als loon zijn aangemerkt.
Bewijslast omgekeerd en verzwaard
De inspecteur legt een naheffingsaanslag loonheffingen op. Na bezwaar wordt de naheffingsaanslag verminderd tot € 129.037. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de naheffingsaanslag berust op een redelijke schatting en verklaart het beroep van de bv ongegrond. De bv gaat vervolgens in hoger beroep bij gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Het is aan de inspecteur om aannemelijk te maken dat de vereiste aangiften loonheffingen niet zijn gedaan. Daarbij verwijst hij naar de bevindingen uit het boekenonderzoek, die zijn vastgelegd in het controlerapport, en naar een van de FIOD verkregen spreadsheet.
De inspecteur stelt zich op het standpunt dat werknemers van de bv buiten de boekhouding om ‘zwart’ zijn betaald. Omdat in de aangiften loonheffingen geen rekening is gehouden met deze loonbetalingen, zouden aanzienlijke bedragen aan loonheffingen niet zijn aangegeven en afgedragen.
Verschillen in administratie en spreadsheet
De rechtbank overweegt dat de bv geen concrete en verifieerbare verklaring heeft gegeven voor de geconstateerde verschillen tussen haar administratie en de in de administratie van haar rechtsvoorganger aangetroffen spreadsheet. Op basis daarvan acht de rechtbank aannemelijk dat de bv werknemers buiten de administratie om ‘zwart’ loon heeft betaald.
Het standpunt van de bv dat de spreadsheet alleen voor controledoeleinden diende, nog niet af was en slechts een kladstuk betrof, acht de rechtbank ongeloofwaardig.
De rechtbank vindt de gebreken in de administratie van zodanige aard en omvang dat de gevoerde loonadministratie niet voldoet aan de eisen van artikel 52, eerste lid, AWR. De administratie kan daarom volgens de rechtbank niet dienen als grondslag voor het doen van de aangiften loonheffingen.
Het hof beoordeelt vervolgens per aangiftetijdvak of de vereiste aangifte is gedaan. Voor de tijdvakken 10 tot en met 13 heeft de inspecteur volgens het hof aannemelijk gemaakt dat de aangegeven bedragen aan loonheffingen zowel absoluut als relatief aanzienlijk te laag waren en dat de bv zich daarvan bewust moet zijn geweest. Voor deze tijdvakken wordt de bewijslast daarom omgekeerd en verzwaard.
Voor de overige tijdvakken beoordeelt het hof de correcties volgens de normale regels van bewijslastverdeling. Het hof acht onder meer de correcties voor de tabel bijzondere beloningen, de aansluiting van de nettosalarissen en de maaltijdvergoedingen aannemelijk.
Tabel bijzondere beloningen
Voor wat betreft de tabel bijzondere beloningen wijst de inspecteur erop dat de bv het percentage voor bijzondere beloningen in 2013 heeft bepaald op het tarief van de eerste belastingschijf van 37 procent.
De bv is echter op 28 mei 2013 opgericht. De werknemers hebben daardoor in 2013 geen volledig jaar bij de bv gewerkt. Voor het bepalen van het toepasselijke percentage moest hun loon worden herleid tot een jaarloon. De inspecteur komt daarbij uit op een hoger jaarloon, waardoor volgens hem het tarief van 42 procent van toepassing is.
Het betoog van de bv dat de inspecteur niet kan naheffen omdat eventueel te weinig ingehouden loonheffing bij de heffing van inkomstenbelasting van de werknemers wordt rechtgetrokken, faalt volgens het hof. De inspecteur heeft op grond van artikel 20, tweede lid, AWR terecht nageheven bij de inhoudingsplichtige die te weinig loonheffing heeft afgedragen.
Gedeelte betaald loon niet verantwoord
Voor de aansluiting van het nettosalaris wijst het hof op de door de inspecteur gebruikte Excel-spreadsheet. Daaruit blijkt dat aan een aantal werknemers hogere nettolonen zijn uitbetaald dan de nettolonen, inclusief onkostenvergoedingen, die uit de loonadministratie van de bv volgen.
Dit betekent dat een gedeelte van het uitbetaalde loon niet in de loonadministratie is verantwoord. Het hof weegt daarbij mee dat de spreadsheet na afloop van de naheffingstijdvakken is opgeslagen en in de administratie van de rechtsvoorganger van de bv is aangetroffen. Gelet op de inhoud heeft de spreadsheet volgens het hof niet het karakter of uiterlijk van een conceptdocument.
Maaltijdvergoedingen met zakelijk karakter
Tijdens de controle constateert de inspecteur dat de bv onbelaste maaltijdvergoedingen van € 15 per dag heeft uitbetaald. Gelet op de werktijden van 7.30 uur tot 16.15 uur, eventueel gevolgd door een uur overwerk, acht de inspecteur niet aannemelijk dat sprake was van maaltijden met een meer dan bijkomstig zakelijk karakter.
De inspecteur wijst er ook op dat de bv aan offshorewerknemers maaltijdvergoedingen heeft verstrekt, terwijl zij aan boord vier maaltijden kregen aangeboden.
In geschil voor het hof is of sprake is van vergoedingen voor maaltijden met een meer dan bijkomstig zakelijk karakter. De bv heeft niet meer aangevoerd dan dat zij bij een of meer uren overwerk een maaltijdvergoeding verstrekte.
Naar het oordeel van het hof heeft de inspecteur aannemelijk gemaakt dat, gelet op de werktijden die bij de bv golden, geen sprake was van vergoedingen voor maaltijden met een meer dan bijkomstig zakelijk karakter.
Foutieve aangiften loonheffingen
Het hof oordeelt dat de bv zich ervan bewust moet zijn geweest dat zij over de tijdvakken 10 tot en met 13 onjuiste aangiften loonheffingen deed. Daarbij wijst het hof op de vele correcties, de omvang van de niet-aangegeven bedragen en de geconstateerde gebreken in de administratie.
Anders dan de bv stelt, is volgens het hof bij geen van de beoordeelde correcties sprake van een pleitbaar standpunt.
Bij het vaststellen van de naheffingsaanslag is de inspecteur volgens het hof uitgegaan van een redelijke schatting. In het controlerapport is per correctie aangegeven waarop deze is gebaseerd. De inspecteur heeft daarbij gebruikgemaakt van concrete gegevens die rechtstreeks uit de loonadministratie en de aangetroffen spreadsheet volgen.
De bv toont niet overtuigend aan dat de naheffingsaanslag, voor zover de bewijslast is omgekeerd en verzwaard, te hoog is vastgesteld.
De slotsom is dat het hoger beroep ongegrond is. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 3 juni 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1455


Geef een reactie