De afspraken gelden voor multinationals met een jaarlijkse wereldwijde omzet van ten minste 750 miljoen euro. Het minimumtarief van 15 procent blijft formeel bestaan, maar de uitvoering van de regels wordt vereenvoudigd. Daarbij krijgen de Verenigde Staten een uitzonderingspositie.
Toegeven aan de VS
De aanpassingen zijn gedaan na stevige druk vanuit Washington. De regering van president Trump had gedreigd met extra Amerikaanse heffingen voor landen die vasthielden aan de oorspronkelijke afspraken. Om een handelsconflict te voorkomen, is afgesproken dat bepaalde Amerikaanse belastingvoordelen blijven gelden.
De Amerikaanse minister van Financiën Scott Bessent noemt de uitkomst een ‘historische overwinning’ en zegt dat de aangepaste regeling de Amerikaanse soevereiniteit beschermt. Volgens hem voorkomt de deal dat Amerikaanse bedrijven en werknemers worden benadeeld door buitenlandse belastingregels.
Oorspronkelijk doel onder druk
De wereldwijde minimumbelasting werd in 2021 ingevoerd om belastingontwijking door multinationals tegen te gaan. Bedrijven zouden niet langer winsten kunnen wegsluizen naar landen met zeer lage belastingtarieven. Het idee was dat zij in elk land waar zij actief zijn, een effectief minimumtarief betalen. De OESO schatte eerder dat landen zonder deze afspraken jaarlijks tot 200 miljard euro aan belastinginkomsten misliepen.
Kritiek blijft
Critici zijn al langer sceptisch over de effectiviteit van de regeling. Hulporganisatie Oxfam stelde eerder dat een tarief van 15 procent te laag is om echt verschil te maken. Ook bleek in de praktijk dat sommige landen hun belastingtarieven juist verlaagden en dat multinationals via constructies alsnog fiscale voordelen konden behalen.
Met de nieuwe uitzonderingen voor de Verenigde Staten vrezen critici dat de regeling verder is uitgehold en dat het oorspronkelijke doel, het eerlijk belasten van multinationals, steeds lastiger te bereiken wordt.
Bron: NOS, ANP


Geef een reactie