‘Als ik op die manier ASML had geleid, dan hadden we niet meer bestaan. Klaar’, zegt Wennink. Hij is niet tegen strenge begrotingsregels, maar vindt dat het Rijk onvoldoende onderscheid maakt tussen kosten en investeringen die later iets opleveren. ‘De cost gaet voor de baet uyt’, haalt hij een oude spreuk op een Amsterdamse gevel aan. ‘In de 17e eeuw wisten we dat al, maar in de 21e eeuw zijn we dat vergeten.’
Van kasstelsel naar baten-lastenstelsel
Wennink pleit ervoor om bij de rijksoverheid het huidige kasstelsel te vervangen door een baten-lastenstelsel, zoals dat onder meer bij bedrijven en gemeenten wordt gebruikt. Daarmee kunnen kosten van investeringen over meerdere jaren worden verdeeld en worden bezittingen op een balans zichtbaar.
Volgens de oud-ASML-topman werkt het huidige systeem investeringen in bijvoorbeeld wetenschappelijk onderzoek en infrastructuur tegen. Niet alleen toekomstige opbrengsten blijven buiten beschouwing, ook de kosten van níét investeren worden volgens hem onvoldoende zichtbaar. Uitgesteld onderhoud aan wegen en bruggen kan daardoor op korte termijn financieel aantrekkelijk lijken, terwijl de rekening later juist hoger uitvalt.
Wennink vergelijkt het met de aankoop van een woning. Vrijwel niemand betaalt een huis in één keer; via een hypotheek worden de lasten over een langere periode gespreid. ‘Voor koopwoningen vinden we dat normaal, maar bij de rijksoverheid kan dat nu niet.’
De kritiek sluit aan bij zijn eerdere rapport De route naar toekomstige welvaart. Daarin becijferde Wennink dat Nederland de komende tien jaar 151 tot 187 miljard euro zou moeten investeren in onder meer kennis, technologie en innovatie. De overheid zou volgens hem ongeveer een kwart daarvan voor haar rekening moeten nemen, mede om private investeringen op gang te brengen.
Financiën vreest extra uitgaven
Wennink wijst vooral naar het ministerie van Financiën en minister Eelco Heinen als blokkade voor een andere begrotingssystematiek. Voormalig minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem onderschrijft zijn pleidooi, maar begrijpt ook de terughoudendheid van het ministerie. Ambtenaren vrezen volgens hem dat politici de extra begrotingsruimte niet voor investeringen, maar voor andere uitgaven zullen gebruiken.
Heinen zelf ziet weinig in de redenering van Wennink. Een andere boekhoudmethode creëert volgens hem geen extra geld: ‘Een euro kun je maar één keer uitgeven.’
Wennink vindt bovendien dat de overheid de afgelopen decennia te veel aan de markt heeft overgelaten. Hij wijst daarbij op ASML zelf, dat in de beginjaren profiteerde van overheidssubsidies voor technische innovatie. ‘Dat was toen de redding van ASML.’ De geplande nationale investeringsbank vindt hij daarom een goede ontwikkeling, maar niet voldoende zolang ook de begrotingsregels niet veranderen.
Welke overheidsuitgaven bij een baten-lastenstelsel precies als investering zouden moeten gelden, heeft Wennink nog niet uitgewerkt. Dat moet volgens hem op basis van gezamenlijk vastgestelde criteria gebeuren.
Bron: VN


Geef een reactie