Het verweer dat de selectie via een algoritme de hele controle onrechtmatig maakt, vindt geen gehoor.
Boekenonderzoek
De procedure draait om een bv die administratieve en fiscale diensten verleent en waarvan de dga zelf de boekhouding en aangiften verzorgt. Na een verzoek om btw-teruggaaf over het vierde kwartaal van 2022 werd de onderneming via het systeem ‘OB Negatief’ geselecteerd voor nadere beoordeling. Dat mondde uit in een boekenonderzoek over de jaren 2018 tot en met 2022 en uiteindelijk in naheffingsaanslagen van in totaal ruim € 64.000, met vergrijpboetes van 25% over meerdere jaren.
In beroep zet de bv zwaar in op de rechtmatigheid van de selectie. Volgens het administratiekantoor is sprake van volledig geautomatiseerde besluitvorming in strijd met de AVG en Europese rechtspraak, waaronder het zogeheten Schufa-arrest. Ook wijst de bv erop dat het algoritme destijds niet was opgenomen in het Algoritmeregister en dat onvoldoende transparantie is geboden over de gehanteerde criteria.
Verweer fiscus
De Belastingdienst stelt echter dat het gebruik van het risicoselectiemodel ‘OB Negatief’ niet onrechtmatig is. Volgens de inspecteur is de aangifte omzetbelasting over het vierde kwartaal van 2022 via dit systeem geautomatiseerd geselecteerd voor een kantoortoets, waarbij het algoritme werkt met vooraf vastgestelde selectieregels die aangiften aanwijzen met een verhoogde kans op onjuistheden. Dat leidt vervolgens slechts tot een voorselectie: pas daarna wordt door een medewerker beoordeeld of nader onderzoek, zoals een boekenonderzoek, nodig is. In dit geval zouden tijdens die beoordeling signalen zijn ontstaan die aanleiding gaven om de controle uit te breiden over meerdere jaren.
De Belastingdienst benadrukt dat de inzet van OB Negatief noodzakelijk is vanwege de omvang van de populatie negatieve btw-aangiften, die jaarlijks circa 2,6 miljoen bedraagt. Niet alle aangiften kunnen handmatig worden gecontroleerd, terwijl de Belastingdienst ondernemers tegelijkertijd niet onnodig wil belasten met bewijsverzoeken. Het model zou daarom bijdragen aan een efficiënte en consistente selectie van aangiften die het meest risicovol worden geacht.
Daarnaast wijst de inspecteur erop dat het systeem uitsluitend gebruikmaakt van reguliere fiscale en bedrijfsgegevens, zoals aangiftegegevens, betalingsgegevens, informatie van de Kamer van Koophandel en eerdere handmatige beoordelingen. Er worden geen bijzondere persoonsgegevens verwerkt en het systeem zou structureel worden getoetst aan de eisen van de AVG, waaronder dataminimalisatie en privacybescherming. Ook stelt de Belastingdienst dat non-discriminatie is gewaarborgd en dat medewerkers worden getraind op het voorkomen van bias.
Bovendien is er volgens de Belastingdienst altijd sprake van menselijke tussenkomst voordat rechtsgevolgen ontstaan. OB Negatief selecteert slechts voor nadere beoordeling; de uiteindelijke beslissing om al dan niet te corrigeren wordt door een bevoegde medewerker genomen na onderzoek. Daarmee ontbreekt volgens de inspecteur elke vorm van volledig geautomatiseerde besluitvorming. Het systeem zou uitsluitend een hulpmiddel zijn om selecties efficiënter en consistenter te maken, en geen zelfstandig besluitvormingsmechanisme met directe gevolgen voor belastingplichtigen.
Oordeel
De rechtbank volgt het betoog van het administratiekantoor niet:
“De rechtbank stelt voorop dat zij geen enkele aanleiding heeft om te twijfelen aan hetgeen verweerder aanvoert ten aanzien van de wettelijke basis en inrichting van het risicoselectiemodel ‘OB Negatief’, en dat dit model wordt gebruikt zoals hiervoor door verweerder weergegeven. Ook in alles wat eiseres heeft aangevoerd, vindt de rechtbank geen aanleiding daaraan te twijfelen. Eiseres heeft geen concrete feiten of omstandigheden benoemd, laat staan aannemelijk gemaakt, op grond waarvan wel aan de juistheid van het door verweerder aangevoerde zou moeten worden getwijfeld. De (niet geconcretiseerde) algemeenheden en aannames die eiseres aanvoert en waarop zij wijst, vindt de rechtbank daartoe onvoldoende. De rechtbank sluit zich dan ook aan bij het betoog van verweerder en de daaraan ten grondslag liggende uitgangspunten alsmede de daaraan door verweerder verbonden conclusie dat het gebruik van risicoselectiemodel ‘OB Negatief’ bij eiseres niet onrechtmatig is. Het andersluidende standpunt van eiseres wordt dus door de rechtbank verworpen.
Voor zover eiseres meent dat verweerder haar over (het gebruik van) dit risicoselectieprofiel meer informatie had moeten verstrekken, zoals signalen, criteria of interne stukken dienaangaande, volgt de rechtbank haar ook daarin niet. Voor die claim van eiseres bestaat naar het oordeel van de rechtbank geen wettelijke grondslag. Ook maken de beginselen van behoorlijk bestuur, meer specifiek het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel, niet dat een dergelijke verplichting voor verweerder bestaat. Het gaat erom dat verweerder het risicoselectiemodel niet onrechtmatig inzet en gebruikt. Daarvoor heeft eiseres al de door haar gevraagde nadere informatie niet nodig, en daarom is verweerder ook niet gehouden – zo hij daar al over beschikt – daarover meer informatie te verstrekken. De rechtbank benadrukt hierbij nogmaals dat eiseres geen enkel concreet feit of concrete omstandigheid heeft aangevoerd op grond waarvan zou kunnen worden geconcludeerd dat in haar geval of in het geval van de dga sprake is van discriminatie dan wel enig ander onoorbaar selectiecriterium is toegepast.”
Ook andere formele verweren stranden. Het gestelde onrechtmatig binnentreden van de woning van de dga wordt niet aannemelijk geacht; de rechtbank gaat uit van de verklaring van de controlemedewerker dat het bezoek met toestemming plaatsvond en zich beperkte tot de werkruimte. Van schending van de overlegplicht van stukken is evenmin sprake, nu de relevante auditfiles alsnog zijn verstrekt en niet concreet is gemaakt welke stukken zouden ontbreken. Dat de bv inmiddels was ontbonden, verhindert volgens de rechtbank niet dat het boekenonderzoek wordt voortgezet, omdat de rechtspersoon blijft voortbestaan voor de vereffening.
Inhoudelijk houdt de correctie stand. De bevindingen uit het controlerapport zijn volgens de rechtbank voldoende onderbouwd. De bv heeft daartegenover geen concrete betwisting geleverd, maar volstaan met algemene stellingen over onjuistheden in de administratie. Ook na inzage in de auditfiles zijn geen specifieke fouten aangewezen. Onder die omstandigheden acht de rechtbank de correcties aannemelijk.
De vergrijpboetes van 25% blijven eveneens in stand. Het gaat om voorbelasting die is afgetrokken op uitgaven met een privékarakter, zonder dat een zakelijk motief is aangetoond. Gezien de aard van de onderneming – het verlenen van administratieve en fiscale diensten – kwalificeert de rechtbank dit als grove schuld. De boetes acht zij passend en geboden.
Het beroep wordt ongegrond verklaard.


Geef een reactie