De vraag is dan: wie bepaalt of er sprake is van een tegenstrijdig? En wat betekent dat voor de governance en de controleomgeving? De Hoge Raad heeft hierover recent nadere duidelijkheid gegeven (ECLI:NL:HR:2026:592).
Waar ging de zaak over?
In deze zaak stond een internationaal opererende houdstermaatschappij centraal die in financieel zwaar weer verkeerde en op korte termijn ingrijpende besluiten moest nemen.
Binnen het bestuur ontstond discussie over de rol van twee bestuurders. De overige bestuurders waren van mening dat deze twee een persoonlijk belang hadden bij de uitkomst van de besluitvorming en daarom niet mochten deelnemen aan de beraadslaging en stemming. Zij werden vervolgens buiten de besluitvorming gehouden. De betrokken bestuurders waren het daar niet mee eens. Volgens hen was het aan henzelf om te beoordelen of sprake was van een tegenstrijdig belang.
De kernvraag die uiteindelijk aan de Hoge Raad werd voorgelegd is voor de praktijk zeer relevant: kan een bestuurder van een vennootschap zelf beoordelen of er bij hem sprake is van een tegenstrijdig belang, of moeten de overige bestuurders daarover beslissen?
Wettelijk kader
Op grond van artikel 2:239 BW moeten bestuurders van een besloten vennootschap zich richten naar het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. Wanneer een bestuurder daarnaast een persoonlijk belang heeft dat daarmee kan botsen, mag hij niet deelnemen aan de beraadslaging en besluitvorming over dat onderwerp.
Indien hierdoor geen besluit kan worden genomen binnen het bestuur, verschuift de besluitvorming naar een ander orgaan: eerst de raad van commissarissen, indien aanwezig, en anders de algemene vergadering, tenzij de statuten een andere regeling bevatten.
De wet bepaalt echter niet wie vaststelt of sprake is van een tegenstrijdig belang, wat in de praktijk tot onduidelijkheid kan leiden.
Melding en beoordeling tegenstrijdig belang
De Hoge Raad heeft deze leemte ingevuld door duidelijk te maken hoe hiermee moet worden omgegaan. Daarbij geldt als uitgangspunt dat een bestuurder die mogelijk met een tegenstrijdig belang te maken heeft, daarover volledig openheid moet geven richting zijn medebestuurders. Op hem rust dus een actieve meldplicht en transparantie hierover ligt dus in eerste instantie bij de betrokken bestuurder.
Als vervolgens discussie ontstaat over de vraag of er daadwerkelijk sprake is van een tegenstrijdig belang, ligt de beoordeling niet langer bij de betrokken bestuurder zelf, maar bij de overige bestuurders. Zij moeten bepalen of deelname aan de besluitvorming nog verantwoord is.
Opvallend is dat deze lijn ook geldt wanneer de bestuurder zelf geen melding heeft gedaan. Het ontbreken van openheid staat er dus niet aan in de weg dat de overige bestuurders zelfstandig tot een oordeel komen en zo nodig ingrijpen. Indien zij concluderen dat sprake is van een tegenstrijdig belang, rust op hen ook de verplichting om ervoor te zorgen dat de betrokken bestuurder niet deelneemt aan de beraadslaging en besluitvorming.
Relevantie voor de accountancypraktijk
Voor accountants betekent deze uitspraak dat niet alleen de uitkomst van besluiten relevant is, maar juist ook het besluitvormingsproces. Zij moeten kritisch beoordelen of mogelijke tegenstrijdige belangen tijdig zijn gesignaleerd, gemeld en beoordeeld, en hun cliënten daar waar nodig over adviseren.
In de praktijk doen tegenstrijdige belangen zich met name voor in situaties waarin bestuurders een persoonlijk financieel of strategisch belang hebben bij de uitkomst van een besluit. Voor accountants is het van belang juist in deze gevallen alert te zijn, zoals bij:
- transacties met gelieerde partijen met een vennootschap waarin de bestuurder zelf een belang heeft
- financieringen waarbij een bestuurder privé zekerheden verstrekt en daardoor invloed kan hebben op de besluitvorming
- herstructureringen of noodsituaties waarin bestuurders verschillende petten dragen
- management buy-outs of aandelenoverdrachten waarbij een bestuurder optreedt als koper
- besluitvorming over eigen beloning, bonussen of vertrekregelingen
De uitspraak onderstreept dat niet alleen de betrokken bestuurder verantwoordelijk is voor transparantie, maar dat het bestuur als geheel actief moet toezien op een objectieve en zorgvuldige afweging.
Voor accountants betekent dit dat zij, binnen de reikwijdte van hun opdracht, kritisch moeten blijven op zowel de totstandkoming van besluiten als de vastlegging daarvan. Gebrekkige documentatie of het ontbreken van duidelijke governance-afspraken of het niet naleven daarvan kan verhoogde risico’s voor de vennootschap met zich meebrengen.
Praktische aandachtspunten
Het verdient daarom aanbeveling om klanten te adviseren over:
- het vastleggen van een duidelijk meldprotocol voor tegenstrijdige belangen;
- het opnemen van governance-afspraken in statuten, aandeelhoudersovereenkomsten en/ of bestuursreglementen;
- het zorgvuldig documenteren van besluitvorming en overwegingen zelf waarin er sprake is van tegenstrijdig belang;
- het expliciet adresseren van tegenstrijdige belangen in bestuurs- en aandeelhoudersvergaderingen.
Een goede dossiervorming is hierbij essentieel, mede met het oog op controle, verantwoording en eventuele geschillen achteraf.
Hulp nodig?
Heeft u vragen over het signaleren en beoordelen van (mogelijke) tegenstrijdige belangen bij uw klanten of over het inrichten van duidelijke governance-structuren? De ondernemingsjuristen van The Legal Company ondersteunen u hier graag bij deze vraagstukken. Neem direct contact met hen op door te mailen naar info@thelegalcompany.nl of bel naar 020 345 0152.


Geef een reactie