Dat betreft met name de afbakening van het begrip, de waardering en de presentatie in de jaarrekening. Deze fouten kunnen leiden tot een materieel onjuist beeld van de financiële positie.
Het onderscheid tussen onderhanden werk en onderhanden projecten is een belangrijk aandachtspunt. In de praktijk worden deze begrippen nog vaak door elkaar gebruikt, terwijl de verslaggevingsgevolgen wezenlijk verschillen.
Onderhanden werk heeft betrekking op activiteiten die voor eigen rekening en risico worden uitgevoerd en heeft economisch het karakter van voorraad. Tussentijdse winstneming vindt daarbij in beginsel niet plaats. Onderhanden projecten zien op werkzaamheden in opdracht van derden, gericht op de constructie van een actief of een combinatie van activa. De uitvoering strekt zich doorgaans uit over meer dan een verslagperiode. In dat geval is onder voorwaarden tussentijdse winstneming mogelijk.
In de praktijk wordt met name het eerste criterium onderschat. Projectontwikkeling voor eigen rekening, zonder concrete opdrachtgever, wordt regelmatig verwerkt als onderhanden project. Dat is onjuist. Zonder overeenkomst met een derde is er geen sprake van een onderhanden project, ongeacht de aard of looptijd van de werkzaamheden.
Het onderscheid tussen onderhanden werk en projecten wordt regelmatig onjuist toegepast. Zo worden nog niet afgeronde dossiers of uren bij dienstverleners soms als onderhanden projecten gepresenteerd, terwijl er geen constructie is van een actief. In dergelijke gevallen is verwerking als bijvoorbeeld nog te factureren omzet logischer.
Projectopbrengsten en prijs
De projectopbrengsten bestaan uit de contractueel overeengekomen vergoeding, aangevuld met opbrengsten uit meer- en minderwerk, claims en eventuele bonussen. De verwerking vindt plaats op basis van de transactieprijs: het bedrag waarop de onderneming naar verwachting recht heeft.
Bij variabele vergoedingen, zoals bonussen, is terughoudendheid geboden. Deze mogen alleen worden meegenomen als het voldoende aannemelijk is dat de onderneming daarop recht heeft. Dit vereist een zorgvuldige inschatting en adequate onderbouwing. Voor de accountant ligt hier een belangrijke rol om aannames kritisch te beoordelen en de onderliggende documentatie vast te leggen.
Ook bij meer- en minderwerk moet worden vastgesteld of er sprake is van een wijziging binnen het bestaande contract of van een afzonderlijk nieuw project. Dit onderscheid is bepalend voor de verwerking.
Beperkingen in toerekening
Projectkosten omvatten directe kosten, toerekenbare indirecte kosten en contractueel door te belasten kosten. In de praktijk wordt nog geregeld een brede opslag voor algemene kosten aan projecten toegerekend. Sinds 2022 is dit echter niet langer toegestaan.
Algemene beheerskosten en niet-projectgebonden afschrijvingen maken geen onderdeel uit van de projectkosten. Alleen kosten die daadwerkelijk samenhangen met projectactiviteiten en systematisch en consistent kunnen worden toegerekend, mogen worden meegenomen. Onjuiste kostentoerekening kan leiden tot een vertekend beeld van de projectresultaten.
Contractvorm en impact
De aard van de overeenkomst is bepalend voor de wijze van verwerking. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen aanneemcontracten (vaste prijs) en regiecontracten (vergoeding van kosten vermeerderd met opslag).
Vooral bij aanneemcontracten gelden zwaardere eisen om het resultaat betrouwbaar te kunnen bepalen. In de praktijk wordt dit onderscheid onvoldoende expliciet gemaakt, terwijl het direct van invloed is op de vraag of tussentijdse winstneming is toegestaan.
Winstneming: twee methoden
De verwerking van opbrengsten en kosten wordt bepaald door de vraag of het resultaat op het project betrouwbaar kan worden vastgesteld.
Als dit zo is, dan wordt de ‘percentage of completion’-methode toegepast. De opbrengsten, kosten en winst worden verantwoord naar rato van de voortgang van het project. De voortgang kan bijvoorbeeld worden bepaald op basis van de verhouding tussen gerealiseerde en totale kosten, fysieke voortgang of inspectie.
Als het resultaat niet betrouwbaar kan worden bepaald, moet de ‘zero profit’-methode worden toegepast. De opbrengsten worden slechts verwerkt tot het bedrag van de gemaakte kosten waarvan verhaal waarschijnlijk is. Gedurende de looptijd wordt geen winst genomen.
Ongeacht de gehanteerde methode geldt dat verwachte verliezen op projecten direct moeten worden verwerkt in de winst-en-verliesrekening.
Presentatie in de jaarrekening
Onderhanden projecten moeten afzonderlijk in de balans worden gepresenteerd. Daarbij moet per individueel project het saldo worden bepaald. Bij een debetstand wordt het project aan de actiefzijde opgenomen, bij een creditstand onder de kortlopende schulden. Sinds 2022 is het niet meer toegestaan één totaalsaldo van alle projecten te presenteren.
In de winst-en-verliesrekening worden projectopbrengsten verantwoord als netto-omzet. De presentatie van projectkosten is afhankelijk van het gehanteerde model. Bij het categoriale model worden kosten naar aard gepresenteerd, bij het functionele model naar functie, doorgaans als kostprijs van de omzet.
Conclusie
Het verwerken van onderhanden projecten vraagt om een zorgvuldige en consistente toepassing van de verslaggevingsregels. Met name de juiste afbakening, de beoordeling van contractvormen, de betrouwbaarheid van schattingen en de correcte kostentoerekening zijn daarbij cruciaal.
In de mkb-praktijk worden op deze punten nog regelmatig onjuiste keuzes gemaakt. De verantwoordelijkheid van accountants is deze risico’s tijdig te signaleren en te corrigeren. Een juiste verwerking van onderhanden projecten is daarmee essentieel voor een betrouwbare en inzichtelijke jaarrekening.
Dit is een samenvatting, het volledige artikel is verschenen in Tijdschrift Familiebedrijven 2026, editie 2.
Hugo van Campen AA is als manager vaktechniek en compliance verbonden aan Visser & Visser.
Deze bijdrage komt uit het AV-magazine met als thema ICT & AI. Dit magazine is verschenen in juli 2026. https://www.accountancyvanmorgen.nl/kennisdoc/av-2-2026-ict-ai/


Geef een reactie