Pluripharm is een groothandel in farmaceutische producten die sinds 2019 onder meer levert aan de Apotheekgroep Noordplein, waar Haagse en Rotterdamse apotheken bij zijn aangesloten. De afspraak is dat bestellingen kunnen worden geplaatst op basis van vooruitbetaling, waarna de facturen met de vooruitbetalingen worden verrekend. Zonodig vinden daarna dan nog restbetalingen plaats.
Tot april bleef het stil
Vanaf 2023 blijken de vooruitbetalingen steeds vaker ontoereikend om de bestellingen te dekken, maar nabetalingen vinden nauwelijks plaats. Dat levert een oplopend bedrag aan openstaande facturen op en inmiddels is het saldo opgelopen tot € 5 miljoen. Pluripharm heeft het bedrag kennelijk nog niet eerder gemist als het in april van dit jaar maar eens aanmaningen gaat sturen. Die leveren niets op en uiteindelijk probeert de groothandel via een kort geding het onbetaalde bedrag alsnog te innen. De zeven betrokken apotheken hebben allemaal bedragen openstaan; één apotheek is meer dan een miljoen schuldig. Bovendien eist Pluripharm dat de apotheken een akte van verpanding tekenen ter zekerstelling van het voldoen van de schulden.
Maar de voorzieningenrechter stelt voorop dat voorzichtig moet worden omgegaan met een veroordeling tot betaling van een (grote) geldsom in een kort geding. Vast staat dat Pluripharm in april dit jaar voor het eerst om betaling van de achterstanden is gaan vragen – en eerst heeft aangegeven dat het saldo moest teruglopen naar een ‘regulier saldo’.
Hoofdsom binnen drie dagen betalen
Eind die maand volgde al een advocatenbrief waarin stond dat de volledige hoofdsom van toen € 4 miljoen, plus rente en kosten, binnen drie dagen moest worden betaald. “Die eis was evident niet in te willigen”, constateert de rechter. “Pluripharm leek wel open te staan voor een betalingsregeling, maar eiste daarbij allerlei zakelijke en persoonlijke zekerheden. De apotheken stonden daar op zichzelf ook voor open, maar hebben onderbouwde bezwaren geformuleerd tegen de vorm waarin de geëiste zekerheid volgens Pluripharm moet worden gegoten.” Over die zekerheden is bovendien “veelvuldig en tamelijk escalerend” gecorrespondeerd.
Druk niet redelijk
De rechter vindt dat de manier waarop Pluripharm de apotheken onder druk heeft gezet om een achterstand die mede door onoplettendheid van Pluripharm is ontstaan in zeer korte tijd volledig in te lopen, niet strookt met de eisen van redelijkheid en billijkheid. “Die conclusie betekent natuurlijk niet dat Pluripharm geen aanspraak zou mogen maken op betaling van haar vorderingen, maar wel dat zij dit niet op deze korte termijn mag doen.”
De vorderingen zijn bovendien niet spoedeisend. “Pluripharm heeft de oplopende achterstanden zelf jarenlang op hun beloop gelaten. In april 2026 zette zij eerst nog in op het ‘laten teruglopen naar een regulier saldo’ daarvan. Waarom dan nu de volledige vorderingen onmiddellijk moeten worden betaald, is niet duidelijk geworden.” De rechter weegt ook mee dat bestellingen inmiddels volledig vooruit worden betaald en dat onmiddellijke betaling ook de patiënte in acute problemen brengt. Tot slot is de achterstand per apotheek niet precies duidelijk.
De apotheken hoeven daarnaast geen zekerheden te stellen. In de van toepassing zijnde raamovereenkomst staat alleen dat Pluripharm zekerheid mag vragen. “Of de apotheken verplicht zijn die zekerheid vervolgens ook te verstrekken, blijkt daaruit niet.”


Geef een reactie