Een consultant met een eenmanszaak heeft vermogen op Nederlandse en buitenlandse bank- en beleggingsrekeningen en in diverse beleggingen. Het vermogen is verdeeld over de eenmanszaak (box 1), een fonds voor gemene rekening (box 2) en box 3. Hij doet belastingaangifte over 2020 en geeft in box 2 een vermogen op van een kleine twee ton, verminderd met een vrijstelling voor groen beleggen en een schuld ten aanzien van een van de fondsen waarin hij belegt.
Correctie
De Belastingdienst komt echter tot een heel ander totaal, namelijk bijna € 2,4 miljoen aan bank-, giro- en spaartegoeden en een beleggingsproduct van € 704.000. De fiscus betwist ook dat voor 2019 is voldaan aan het urencriterium en de vrijstelling voor groen beleggen. Na onderling contact rolt er een aanslag uit gebaseerd op een grondslag voor sparen en beleggen van € 270.000 en een correctie wegens overtollige liquiditeiten.
Brief tijdig verstuurd
De consultant spant een rechtszaak aan: de aanslag is te laat opgelegd en te hoog. Een brief met daarin de bevestiging van het verleende uitstel heeft hij niet ontvangen. De rechter maakt met dat laatste bezwaar korte metten: de brief is tijdig ter verzending aangeboden aan PostNL en de man had bij het uitblijven ervan zelf navraag kunnen doen. Hij heeft immers zelf om uitstel gevraagd.
Plannen voor kantoorruimte
Het opgegeven ondernemingsvermogen van € 451.000 is aangepast omdat maar € 165.000 als werkkapitaal kon worden aangemerkt, aldus de fiscus. Daarom is € 286.000 als duurzaam overtollig aangemerkt en in box 3 in aanmerking genomen. De omvang van het werkkapitaal is al aan de hoge kant vanwege de geringe omvang van de eenmanszaak, de beperkte omzet en de weinig concrete plannen voor de verwerving van zelfstandige kantoorruimte.
Maar de consultant stelt dat het gaat om financiële vaste activa in verband met een beoogde investering in kantoorruimte. Hij heeft inmiddels een kavel gekocht en een offerte ontvangen voor de bouw van een woning met kantoorgedeelte.
Onttrekking werkt door
De man is al eerder bij de rechter geweest voor de aanslag over 2018 en toen oordeelde het gerechtshofdat € 165.000 aan liquide middelen tot het ondernemingsvermogen mocht worden gerekend als dekking van de FOR, een reservering voor een bedrijfsauto en een reservering voor zonnepanelen. “Daarbij begrijpt de rechtbank dat de liquide middelen die in die procedure aan de orde waren, vergelijkbaar zijn met de bank- en spaarrekeningen die in deze procedure ter discussie staan. Uit de hofuitspraak leidt de rechtbank eveneens af dat de overbrenging van de duurzaam overtollige liquiditeiten van box 1 naar box 3 voor het jaar 2018 is verwerkt als privé-onttrekking van het overtollige op 31 december 2017. Deze onttrekking werkt naar het oordeel van de rechtbank door naar het ondernemingsvermogen en box 3-vermogen in opvolgende jaren, en daarmee ook naar 2020.”
Geen aanwijzingen voor concrete plannen
Een latere storting van liquide middelen en daarmee een verhoging van het werkkapitaal zou, gelet op de beperkte omvang van de onderneming en de beperkte omzet, geen functie in de eenmanszaak hebben, aldus de rechtbank. “Met betrekking tot de door eiser gestelde reservering van liquide middelen voor de investering in kantoorruimte ziet de rechtbank onvoldoende aanwijzingen dat daarvoor in 2020 voldoende concrete plannen bestonden.” Ook nu is er nog geen investering gedaan in een eigen kantoorruimte. Bovendien is de omzet van de eenmanszaak sinds 2014 flink gedaald en in 2020 nog onder de € 8.000.
De zelfstandigenaftrek is terecht geweigerd, mede omdat de consultant zegt € 300 per uur te rekenen. Afgezet tegen de bescheiden omzet is niet aannemelijk dat hij meer dan 1.225 uur heeft besteed aan zijn onderneming.
De consultant krijgt wel deels gelijk met zijn beroep: het bezwaar tegen de correctie van de mkb-winstvrijstelling wordt toegewezen omdat eerder is toegezegd dat die achterwege zou blijven. Daardoor wordt de aanslag uiteindelijk toch verminderd.


Geef een reactie