Met het wetsvoorstel worden de internationale afspraken uit het Side-by-Side-pakket van januari 2026 in de Nederlandse wetgeving opgenomen. De nieuwe veiligehavenregels moeten de toepassing van de minimumbelasting eenvoudiger maken.
NOB
De NOB vraagt zich echter af of die vereenvoudiging daadwerkelijk wordt bereikt. Volgens de beroepsorganisatie vereist de voorgestelde veiligehavenregel nog steeds veel correcties en aanpassingen. Als na alle berekeningen blijkt dat het effectieve belastingtarief onder de 15 procent uitkomt, moeten belastingplichtigen alsnog de volledige GloBE-berekening uitvoeren. Dat kan volgens de NOB juist leiden tot extra administratieve lasten.
RB
Ook het RB onderschrijft de doelstelling om administratieve lasten te beperken, maar vraagt zich af of de nieuwe regels daar in de praktijk aan bijdragen. Volgens de organisatie bevatten de veiligehavenregels diverse keuzes, correcties en meerjarige opties, waardoor onduidelijk is of belastingplichtigen uiteindelijk daadwerkelijk minder gegevens hoeven te verzamelen en minder berekeningen hoeven uit te voeren.
Meer duidelijkheid gevraagd
Beide beroepsorganisaties vragen het kabinet om op verschillende onderdelen meer duidelijkheid te geven. De NOB wil onder meer weten welke Nederlandse fiscale stimuleringsregelingen als kwalificerende regeling worden aangemerkt en wat de status is van aangekondigde internationale vereenvoudigingen, zoals de Routine Profits Test en de De Minimis Test. Ook wijst de orde op verschillende onduidelijke verwijzingen en mogelijke verschrijvingen in de voorgestelde wettekst.
Het RB vraagt daarnaast om een explicietere toelichting op de aansluiting tussen de Nederlandse terminologie en de begrippen uit het OESO Side-by-Side-pakket. Ook wil de organisatie weten wanneer buitenlandse belastingstelsels als kwalificerend worden beschouwd en pleit zij voor een objectieve internationale lijst om de rechtszekerheid te vergroten.
Internationale samenloop
Het RB plaatst bovendien vraagtekens bij de voorgestelde terugwerkende kracht van een van de veiligehavenregels. Nederland wil deze al laten gelden voor verslagjaren die beginnen op of na 31 december 2025, terwijl andere landen daar mogelijk later mee starten. Volgens het RB kan dat binnen internationale concernstructuren leiden tot onzekerheid over de toepassing van de minimumbelasting en de verdeling van bijheffingen tussen landen.
Budgettaire gevolgen
Een ander aandachtspunt van het RB is dat de consultatie geen inzicht geeft in de budgettaire gevolgen van het wetsvoorstel. De organisatie vraagt het kabinet om bij het definitieve wetsvoorstel inzicht te geven in de verwachte opbrengsten of derving, de mogelijke verschuiving van heffingsrechten tussen landen en de verhouding tussen lastenverlichting en budgettaire effecten. Ook waarschuwt het RB ervoor dat eventuele negatieve budgettaire gevolgen niet mogen worden afgewenteld op andere groepen belastingplichtigen, zoals het mkb.
Verslaggevingsstandaard
De NOB vraagt daarnaast om meer duidelijkheid over de verslaggevingsstandaard die moet worden gebruikt bij de toepassing van de veiligehavenregels. Volgens de beroepsorganisatie is dit een wezenlijk punt voor de praktijk en verdient het definitieve wetsvoorstel op dit onderdeel een uitgebreidere toelichting, bij voorkeur met voorbeelden.


Geef een reactie