De negen knelpunten zijn verdeeld over drie categorieën: knellende wetgeving, knellende uitvoering en knellende rechtsbescherming. Box 3 is bewust buiten de notitie gelaten. Volgens de NOB krijgt dat onderwerp al volop aandacht in fiscaal Nederland en is het bovendien te complex om in deze editie mee te nemen.
Vertraging bij herstel excessief lenen
Een van de knelpunten betreft de regeling voor excessief lenen bij de eigen vennootschap. Een dga kan in box 2 worden belast over een fictief regulier voordeel als de schuld aan de eigen vennootschap boven de toegestane grens uitkomt. In een later jaar kan dat voordeel worden geneutraliseerd door een negatief regulier voordeel, bijvoorbeeld bij aflossing of als alsnog wordt voldaan aan de voorwaarden voor een eigenwoningschuld.
Volgens de NOB wringt vooral de timing. De belasting over het positieve voordeel wordt vaak al betaald via een voorlopige aanslag, terwijl verrekening van het latere negatieve voordeel pas mogelijk is als de aanslag over het voorafgaande jaar definitief vaststaat. Door vertragingen rond definitieve aanslagen, onder meer door de box 3-problematiek, kan dat volgens de NOB tot een liquiditeitsnadeel leiden. De beroepsorganisatie pleit daarom voor een uitzondering die voorlopige verliesverrekening in deze situaties mogelijk maakt.
Kritiek op kennisgroepstandpunten
Ook de werkwijze rond kennisgroepstandpunten van de Belastingdienst krijgt aandacht. Sinds maart 2023 publiceert de Belastingdienst deze standpunten. De NOB noemt dat positief, maar ziet ook tekortkomingen.
Volgens de organisatie ontbreekt vaak voldoende context. Standpunten zijn gebaseerd op een geobjectiveerde casus, waarbij feiten en omstandigheden beperkt worden weergegeven. Ook zien belastingplichtigen niet welke vraag de inspecteur precies aan de kennisgroep voorlegt en hoe hun zaak daarbij wordt geschetst. Daardoor kan onduidelijk blijven of alle relevante omstandigheden zijn meegewogen. De NOB stelt voor belastingplichtigen en hun adviseurs een rol te geven bij de formulering van de vraag en de oorspronkelijke vraagstelling en feitenschets mee te publiceren.
Buitenlandse rechtspersonen en overdrachtsbelasting
Een ander knelpunt ziet op de interne reorganisatievrijstelling in de overdrachtsbelasting. Die regeling is per 1 januari 2025 aangepast. Volgens de NOB kunnen bepaalde buitenlandse rechtsvormen daardoor geen gebruik meer maken van de vrijstelling, terwijl zij wel zelfstandig vastgoed kunnen verkrijgen.
De NOB noemt onder meer de Duitse GmbH & Co KG, de Amerikaanse LP en de Luxemburgse SCS. Deze rechtsvormen vielen eerder onder een ruimere formulering in de regelgeving. Door de wijziging kunnen zij volgens de NOB tussen wal en schip vallen. Zij zijn niet volledig vergelijkbaar met een Nederlands lichaam zoals bedoeld in de regeling, maar kunnen, anders dan bijvoorbeeld cv’s, wel vastgoed verkrijgen. Daardoor kunnen zij bij interne herstructureringen tegen overdrachtsbelasting aanlopen, terwijl andere Nederlandse rechtspersonen de vrijstelling wel kunnen toepassen.
Postverkeer en andere knelpunten
Ook het berichtenverkeer met de Belastingdienst blijft volgens de NOB een bron van risico’s. Papieren post wordt volgens de organisatie soms verkeerd geadresseerd, komt vertraagd aan of raakt zoek. Dat kan gevolgen hebben voor termijnen bij bezwaar of beroep en daarmee voor de rechtsbescherming van belastingplichtigen. De NOB noemt onder meer betere adressering, ruimere mogelijkheden om verzending aannemelijk te maken en verdere digitalisering als mogelijke oplossingsrichtingen.
Daarnaast noemt de notitie knelpunten rond energiebelasting bij concernstructuren, aandeelhoudersleningen en lucratief belang, btw-aftrek op pandgerelateerde kosten, DAC6-meldingen en de mogelijkheid om vooraf zekerheid te krijgen bij fusies, splitsingen en interne reorganisaties in de overdrachtsbelasting.
Met de publicatie wil de NOB knelpunten uit de fiscale praktijk onder de aandacht brengen van politiek, ministerie en Belastingdienst. Fiscale regels moeten volgens de beroepsorganisatie niet alleen juridisch kloppen, maar ook uitvoerbaar zijn in de praktijk.


Geef een reactie