De klacht was ingediend door een buitenlandse vennootschap en een particulier. Volgens hen had de accountant, in zijn rol als financieel manager van een onderneming, meegewerkt aan een constructie waarbij activa zouden zijn verduisterd en overgeheveld naar een andere vennootschap. Ook stelden zij dat sprake was van onjuiste registraties, dubieuze betalingen en frauduleuze bestuurs- en aandeelhoudersbesluiten.
Klacht onvoldoende uitgewerkt
Na ontvangst van het oorspronkelijke klaagschrift vroeg de Accountantskamer de klagers om hun klacht aan te vullen. Daarbij kregen zij het verzoek om duidelijk uiteen te zetten welke feiten zich hadden voorgedaan, wanneer die hadden plaatsgevonden en welk concreet handelen of nalaten de accountant tuchtrechtelijk viel te verwijten.
Hoewel de klagers vervolgens een nadere toelichting indienden, bleef volgens voorzitter Sandra Schreuder onduidelijk welke rol de accountant precies zou hebben gespeeld bij de vermeende frauduleuze transacties. De klagers verwezen bovendien naar een groot aantal bijlagen, maar lichtten onvoldoende toe welke specifieke gedragingen van de accountant daaruit zouden blijken.
Geen onderzoek
Schreuder benadrukte in de uitspraak dat het aan de klagers is om de feiten en omstandigheden aan te dragen die een tuchtrechtelijk verwijt kunnen dragen. Het is niet de taak van de Accountantskamer om zelfstandig in omvangrijke bijlagen op zoek te gaan naar mogelijke aanwijzingen voor verwijtbaar handelen. Ook een verzoek van de klagers om zelf onderzoek te doen naar het optreden van de accountant werd daarom afgewezen.
Kennelijk ongegrond
Omdat de klacht onvoldoende concrete, op de accountant toegespitste feiten bevatte, verklaarde Schreuder de klacht kennelijk ongegrond. Dat betekent dat de zaak zonder mondelinge behandeling is afgedaan op grond van artikel 39 van de Wet tuchtrechtspraak accountants. Tegen de beslissing kunnen de klagers binnen zes weken verzet instellen.


Geef een reactie