In het tweede kwartaal registreerde de KVK 56.331 startende hoofd- en nevenvestigingen. Dat waren er 4,8 procent meer dan in dezelfde periode van 2025, toen het aantal starters uitkwam op 53.744. Eind juni stonden 2.616.083 vestigingen ingeschreven in het Handelsregister, 1,1 procent meer dan een jaar eerder.
Zakelijke diensten grootste starterssector
De meeste starters waren actief in de specialistische zakelijke diensten. De KVK registreerde in deze sector 9.630 starters, goed voor 17 procent van het totaal. De handel volgde met 7.865 starters en een aandeel van 14 procent. In de bouwnijverheid werden 6.191 starters geregistreerd, 11 procent van het totaal.
Van alle starters was 79 procent zzp’er. Het aandeel zzp’ers was met 91 procent het hoogst in het onderwijs. In de overige dienstverlening ging het om 89 procent. De KVK rekent zowel voltijd- als deeltijd-zzp’ers mee.
Meer zzp-starters, maar minder werkzame zzp’ers
Het grote aandeel zzp’ers onder de starters betekent niet dat ook het totale aantal werkzame zzp’ers groeit. Uit cijfers van het CBS bleek deze week dat in het tweede kwartaal bijna 1,5 miljoen mensen een hoofdbaan als zelfstandige hadden. Dat waren er 13.000 minder dan een kwartaal eerder. De afname kwam volledig voor rekening van zelfstandigen zonder personeel. Het aantal zzp’ers daalt inmiddels zes kwartalen op rij en lag 131.000 lager dan in het vierde kwartaal van 2024.
De KVK- en CBS-cijfers meten verschillende ontwikkelingen. De KVK telt nieuwe hoofd- en nevenvestigingen en neemt ook deeltijd-zzp’ers mee. Het CBS kijkt naar personen die de meeste uren werken in een hoofdbaan als zelfstandige. Er kunnen daardoor relatief veel zzp’ers onder de starters zijn, terwijl het totale aantal mensen dat hoofdzakelijk als zzp’er werkt afneemt.
Groei in tien provincies
Gemeten per 10.000 inwoners nam het aantal starters toe in tien van de twaalf provincies. De sterkste stijging was te zien in Groningen, waar het aantal starters 14 procent hoger lag dan een jaar eerder. Drenthe volgde met een stijging van 12 procent. In Zeeland en Noord-Brabant daalde het aantal starters met 2 procent.
Erik Stam, hoogleraar aan de Universiteit Utrecht, wijst op de brede regionale spreiding. “Opvallend is dat de groei van het aantal starters zich over heel Nederland verspreidt.” Volgens Stam is vooral in het noordoosten een sterke opkomst zichtbaar in de ICT, specialistische zakelijke diensten, bouw en het onderwijs. Hij noemt Groningen daarbij een nieuwe economische motor.
Noord-Holland telde met 43 starters per 10.000 inwoners naar verhouding de meeste starters. Zuid-Holland en Flevoland volgden met ieder 35. Drenthe en Zeeland kwamen beide uit op 23 starters per 10.000 inwoners en noteerden daarmee het laagste aantal.
Minder stoppers en faillissementen
In het tweede kwartaal registreerde de KVK 37.076 stoppers. Dat waren er 9,2 procent minder dan de 40.809 stoppers in dezelfde periode van 2025. In alle provincies daalde het aantal stoppers per 10.000 inwoners. Ook het aantal faillissementen kwam lager uit. In het tweede kwartaal gingen 813 bedrijven failliet, tegenover 932 een jaar eerder. Dat komt neer op een daling van 12,8 procent.


Geef een reactie