Artikel 105b Faillissementswet verplicht een accountants- of administratiekantoor om de administratie van een failliet verklaarde klant aan de curator af te geven. Dit geldt ook wanneer het kantoor zelf nog geld tegoed heeft: een beroep op retentierecht (het vasthouden van de administratie totdat openstaande facturen zijn voldaan) is bij een faillissement van de klant niet toegestaan. Dat kan op het eerste gezicht vreemd voorkomen, maar volgens de wetgever weegt het belang van de curator zwaarder. Volledige informatie stelt de curator beter in staat het boedelactief te vergroten en zo de belangen van de gezamenlijke schuldeisers te behartigen, wat bijdraagt aan beperking van de maatschappelijke schade van faillissementen. Zou een derde die over deze informatie beschikt zich wél op een retentierecht kunnen beroepen, dan zou dat de curator in de uitoefening van zijn taak belemmeren. Dit is een uitkomst die de wetgever onwenselijk acht.
Wat valt onder ‘de administratie’?
In de praktijk proberen kantoren nog weleens onderscheid te maken tussen de ‘gewone’ administratie en stukken die zelf voor de klant zijn opgesteld zoals jaarrekeningen, aangiftes en loonstroken. Uit de rechtspraak volgt echter dat ook zelf opgestelde stukken vallen onder de af te geven administratie (ECLI:NL:RBGEL:2024:1345). Wel mag onderscheid gemaakt worden met interne werkstukken, zoals aantekeningen en tussenberekeningen die voor eigen gebruik zijn gemaakt en geen deel uitmaken van de administratie van de klant. Deze stukken hoeven niet aan de curator te worden verstrekt. Ook geldt dat alleen wordt afgegeven wat daadwerkelijk in bezit is; ontbrekende urenstaten of stukken die nooit zijn ontvangen hoeven niet alsnog te worden geproduceerd.
Mogen kosten in rekening worden gebracht?
Uit de wetsgeschiedenis volgt dat er recht bestaat op een redelijke vergoeding voor het verzamelen en ter beschikking stellen van de administratie. Dit recht beperkt zich uitsluitend tot de kosten van het aanleveren van de informatie en ziet niet op openstaande rekeningen van vóór de faillietverklaring. Ook wanneer de boedel leeg is, blijft het administratiekantoor verplicht de administratie te verstrekken, ook al resulteert dat in een onbetaalde vordering.
Praktische aandachtspunten
- Overleg vooraf met de curator over eventuele kosten van afgifte en leg gemaakte afspraken vast met een concrete specificatie. Dat voorkomt latere discussie.
- Richt de (digitale) administratie zo in dat eenvoudig een leesbare kopie of export gemaakt kan worden. Dat scheelt tijd en dus kosten wanneer een verzoek van een curator binnenkomt.
- Bijwerken van de administratie is niet verplicht: de afgifteplicht ziet op wat er is, niet op het alsnog compleet maken of actualiseren daarvan. Vraagt een curator daar toch om, dan hoeft niet daaraan te worden meegewerkt, al kunnen daarover wel aparte afspraken worden gemaakt.
Conclusie
Artikel 105b Fw laat weinig ruimte voor eigen afwegingen: de accountant is verplicht de volledige administratie van een failliete klant kosteloos aan de curator af te geven en een beroep op retentierecht is uitgesloten. Deze plicht is beperkt tot wat feitelijk aanwezig is en tot de bestaande administratie, niet tot interne werkstukken en niet tot het alsnog aanvullen of actualiseren van dossiers. Voor de kosten van verzameling en overdracht kan een redelijke vergoeding worden gevraagd, maar oude facturen worden daarmee niet alsnog voldaan. Door hierover tijdig afspraken te maken met de curator en de administratie zo in te richten dat afgifte eenvoudig is, blijft de uitvoering van deze wettelijke plicht in de praktijk beheersbaar.
Dit expertartikel is geschreven door Davide Hazenberg, advocaat Insolventierecht & Herstructurering bij act legal Netherlands.


Geef een reactie