Recente voorbeelden, zoals reclamebureau KesselsKramer, laten zien dat levensvatbare activiteiten ook na een faillissement behouden kunnen blijven. Het percentage van de ondernemingen dat wordt doorstart vanuit faillissement is niet helemaal in beeld maar het schommelt zo rond de 14 procent, wat toch zo’n 500 tot 600 doorstarts per jaar betekent. Doorstart is dus een relevant instrument. Dat roept vragen op. Hoe werkt een doorstart eigenlijk? Wat wordt er precies gekocht? En waarom kiezen ondernemers en investeerders juist voor deze route?
In dit eerste artikel van een drieluik gaan wij in op de techniek achter de doorstart. In de vervolgartikelen bespreken wij wanneer een doorstart de voorkeur verdient boven een onderhands akkoord (WHOA) en delen wij praktische tips voor accountants.
Alleen zinvol bij een levensvatbare onderneming
Een doorstart is bedoeld om levensvatbare bedrijfsactiviteiten voort te zetten nadat een onderneming failliet is verklaard. Ontbreekt voldoende toekomstperspectief, dan heeft een doorstart weinig toegevoegde waarde. Zijn de activiteiten wél gezond, maar drukken schulden of verlieslatende verplichtingen op de onderneming, dan kan een doorstart een effectief reorganisatie-instrument zijn. Zijn de activiteiten niet levensvatbaar? Dan is liquidatie natuurlijk de beste optie. Ook dat kan via faillissement.
Een activa-transactie
Bij een doorstart worden niet de aandelen in de failliete vennootschap gekocht, maar uitsluitend (een deel van) de activa uit de boedel. De schulden blijven achter in het faillissement. De koper brengt de activa en activiteiten onder in een andere (nieuwe of bestaande) bv en maakt daarmee in economische zin een nieuwe start.
De rol van de pandhouder of andere gerechtigde
Rust op de activa een pandrecht, dan stemmen curator en pandhouder de verkoop onderling af. Voor de koper speelt dat doorgaans geen rol: deze onderhandelt in principe uitsluitend met de curator.
Selectief overnemen
De koper kan de onderneming selectief overnemen (‘cherry picking’). Activa die geen waarde toevoegen, blijven achter. Ook de regeling over overgang van onderneming is bij een doorstart uit faillissement in beginsel niet van toepassing. De koper bepaalt daarom zelf welke werknemers een nieuwe arbeidsovereenkomst krijgen. Evenmin gaan huur-, lease- en andere overeenkomsten automatisch over; per contract wordt beoordeeld of overname wenselijk én mogelijk is. Let wel, dit kan een vloek of een zege zijn; als contracten waardevol zijn, zullen ook die opnieuw onderhandeld kunnen worden. Dit vergt dus wel een goede voorbereiding.
Snel handelen is essentieel
Een doorstart wordt vaak al binnen één tot drie weken gerealiseerd. Dat is noodzakelijk om de ondernemingswaarde te behouden. Voor een uitgebreid due diligence-onderzoek is dus geen tijd. Wij zien in de praktijk daarom dat doorstarts vaak worden gerealiseerd door het zittende management of de bestaande aandeelhouders. Zij kennen de onderneming al en kunnen daardoor sneller beslissen en financieren dan externe partijen.
De koopsom en de financiering
De koopsom wordt vaak sterker bepaald door de vraag-aanbodverhouding dan door een theoretische waardering. De prijs bestaat veelal uit een vergoeding voor ‘goodwill’ en de waarde van de overgenomen activa. De koopsom moet in beginsel direct worden voldaan bij de levering. Daarnaast moet voldoende financiering beschikbaar zijn voor werkkapitaal en noodzakelijke investeringen. Het is dus belangrijk om hiervan wel een totale investeringsbegroting te maken. Er zijn voorbeelden waar dit fout ging en een tweede faillissement volgde. Dat geeft voor de doorstarter zelfs een aansprakelijkheidsrisico (zie bijvoorbeeld de Miss Etam-kwestie).
Een krachtig instrument
Een doorstart maakt het mogelijk om levensvatbare bedrijfsactiviteiten snel te reorganiseren. Voor de boedel leidt dat regelmatig tot een hogere opbrengst dan een losse verkoop van activa, terwijl de koper zonder historische schuldenlast verder kan. Hoewel een doorstart soms een negatief imago heeft, doet dat geen recht aan de functie ervan. Het is juist win-win; de beste opbrengst én een tweede kans. In onze praktijk merken wij dat ondernemers het reputatierisico van een faillissement vaak overschatten. Zij vrezen dat klanten en leveranciers definitief afhaken. In werkelijkheid blijkt bij een goed voorbereide en snel uitgevoerde doorstart de continuïteit meestal belangrijker dan het faillissement zelf. Partners steunen vaker dan verwacht de nieuwe onderneming. Ook zij hebben immers belang bij een goede toekomst.
Een doorstart is daarmee geen noodgreep, maar een volwaardig reorganisatie-instrument dat ondernemingswaarde, werkgelegenheid en de opbrengst voor gezamenlijke schuldeisers kan helpen behouden.

Dit eerste artikel van het drieluik is geschreven door Derk van Geel, advocaat en partner Insolventierecht & Herstructurering bij act legal Netherlands.


Geef een reactie